Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX1041

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
201203768/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Best" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201203768/2/R3.

Datum uitspraak: 5 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. de vereniging MKB Best, gevestigd te Best, en andere,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VNB Hasco B.V., gevestigd te Best, en andere,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Horeca Groothandel Hagu B.V., gevestigd te Best, en andere,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Best,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Best" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer MKB Best en andere bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2012, VNB Hasco B.V. en andere bij brief, bij de Raad van State ingekomen per faxbericht op 24 april 2012, en Horeca Groothandel Hagu en andere bij brief, bij de Raad van State ingekomen per faxbericht op 25 april 2012, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2012, hebben MKB Best en andere de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen per faxbericht op 24 april 2012 hebben VNB Hasco B.V. en andere de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen per faxbericht op 25 april 2012, hebben Horeca Groothandel Hagu en andere de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

MKB Best en andere, VNB Hasco en andere, Horeca Groothandel Hagu en andere en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Metro Cash & Carry B.V. en Metro Properties B.V. (hierna in enkelvoud: Makro) en Hornbach Real Estate Best B.V. en Hornbach Holding B.V. (hierna in enkelvoud: Hornbach) hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 14 juni 2012, waar MKB Best en andere, vertegenwoordigd door mr. M.C.J. Houben, advocaat te Eindhoven, VNB Hasco B.V. en andere, vertegenwoordigd door mr. S.M. Suarez-Stavenuiter, advocaat te Amsterdam, bijgestaan door drs. J.B. Beemsterboer, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. Crommentuijn, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. L.J. Gerritsen, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting Makro, vertegenwoordigd door mr. E.M. van Bommel, advocaat te Amsterdam, en Hornbach, vertegenwoordigd door mr. C.W Kniestedt, advocaat te Amsterdam, bijgestaan door ing. C.F.M. Bernards, werkzaam bij Goudappel Coffeng, ir. G.J.G. Bokelman, werkzaam bij RBOI, mr. J.P.F. Tijchon en G. van Heeren, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een actualisatie van het planologisch regime voor de in de gemeente Best gelegen bedrijventerreinen 't Zand, Breeven, Heide en T-Best Noord. Als nieuwe ontwikkeling is beoogd te voorzien in de vestiging van een nieuwe bouwmarkt van Hornbach aan de Zandstraat 15. Ook voorziet het plan in ondergeschikte detailhandel in de bestaande vestiging van Makro op het perceel Brem 4.

Het verzoek van MKB Best en andere

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat het beroep, voor zover dit namens Vereniging Gebra en Slijtersunie is ingediend, niet-ontvankelijk is, nu hun belangen niet rechtstreeks zijn betrokken bij het bestreden besluit en het verzoek daarom in zoverre moet worden afgewezen.

2.3.1. De voorzitter gaat thans voorbij aan de vraag of het beroep tegen het bestreden besluit voor zover dit namens Vereniging Gebra en Slijtersunie is ingediend ontvankelijk is, nu zij met MKB Best gelijkluidende beroepsgronden hebben ingediend en er geen twijfel bestaat over de ontvankelijkheid van het beroep van MKB Best.

2.4. MKB Best en andere betogen dat de raad ten onrechte artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder b, van de planregels gewijzigd heeft vastgesteld. Zij voeren aan dat het plan ten onrechte ondergeschikte detailhandel mogelijk maakt in de vestiging van Makro Best op het perceel Brem 4, waardoor de plaatselijke detaillisten worden benadeeld. Een dergelijk gebruik was volgens hen onder het vorige bestemmingsplan niet toegestaan. Verder is het toestaan van ondergeschikte detailhandel in strijd met het gemeentelijke beleid, zoals dat is neergelegd in de beleidsnotitie "Detailhandel op bedrijventerreinen (2006)". Voorts vrezen MKB Best en andere dat het toelaten van ondergeschikte detailhandel tot verdringing van andere detaillisten zal leiden. Zij voeren in dit verband aan dat de raad ten onrechte geen distributie-planologisch onderzoek heeft uitgevoerd.

2.4.1. Op de verbeelding heeft het perceel Brem 4 de bestemming "Bedrijf - Groothandel".

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels, voor zover hier van belang, zijn de voor "Bedrijf - Groothandel" aangewezen gronden bestemd voor:

a. groothandel;

b. detailhandel aan particulieren, ondergeschikt aan het bepaalde onder a.

2.4.2. De voorzitter is van oordeel dat met het verzoek van MKB Best en andere geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daartoe wordt overwogen dat niet in geschil is dat de bedrijfsformule die Makro in haar vestiging in Best hanteert al tientallen jaren in wezen ongewijzigd is en dat de inwerkingtreding van het plan daarin ook geen wijziging zal brengen. Verder is in dit verband van belang dat de inwerkingtreding van het plan in dit opzicht niet leidt tot een onomkeerbare situatie en dat niet aannemelijk is geworden dat door die inwerkingtreding de bedrijfsvoering van detaillisten die in hetzelfde verzorgingsgebied werkzaam zijn ernstig in gevaar zal komen.

2.5. Gelet hierop dient het verzoek van MKB Best en andere om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.6. Ten aanzien van het verzoek van MKB Best en andere bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De verzoeken van VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere

2.7. VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere richten zich in de eerste plaats tegen de bestemmingsregeling voor het perceel Zandstraat 15. Ter plaatse wordt de vestiging van een bouwmarkt mogelijk gemaakt. Hornbach beoogt een vestiging ter plaatse te openen.

2.8. Als formeel bezwaar voeren VNB Hasco en andere aan dat het plan zodanig ingrijpend gewijzigd is vastgesteld ten opzichte van het in ontwerp ter inzage gelegde plan door het toelaten van een nieuwe bouwmarkt van Hornbach op het bedrijventerrein 't Zand dat opnieuw de gehele bestemmingsplanprocedure had moeten worden doorlopen.

2.8.1. Hetgeen VNB Hasco en andere hebben aangevoerd leidt voorshands niet tot het oordeel dat sprake is van een zodanige wijziging dat de raad aanleiding had moeten zien om de hele bestemmingsplanprocedure opnieuw te doorlopen. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aard en omvang van de desbetreffende wijziging niet zodanig is dat sprake is van een geheel ander plan. Daarbij heeft de raad in aanmerking kunnen nemen dat het hier alleen gaat om de mogelijkheid tot vestiging van een bouwmarkt op een relatief klein deel van het plangebied.

2.9. VNB Hasco en andere voeren aan dat de raad in strijd met artikel 3.7 van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 (hierna: Verordening) de vestiging van een nieuwe bouwmarkt van Hornbach op het perceel aan de Zandstraat 15 mogelijk heeft gemaakt. De raad heeft, aldus VNB Hasco en andere niet voldaan aan de in dit artikel opgenomen verantwoordingsplicht ten aanzien van het tegengaan van oneigenlijk ruimtegebruik en de vraag in hoeverre het in stand houden van de geldende bestemming zich verhoudt met afspraken die in het regionaal ruimtelijke overleg zijn gemaakt over bedrijventerreinen.

2.9.1. Ingevolge artikel 3.7 van de Verordening bevat de toelichting bij de herziening van een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied, waarbij een bestemming voor een bedrijventerrein of een kantorenlocatie is aangewezen, een verantwoording over:

a. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden voor herstructurering alsmede voor zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in artikel 3.6, derde lid;

b. de vraag in hoeverre het al dan niet in stand houden van de geldende bestemming, met inbegrip van de regels inzake het tegengaan van oneigenlijk ruimtegebruik, als bedoeld in artikel 3.6, derde en vierde lid, zich verhoudt tot de afspraken die in het regionaal ruimtelijke overleg zijn gemaakt over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en kantorenlocaties of de uitbreiding van zodanige terreinen en locaties, bedoeld in artikel 12.4, onder c.

2.9.2. Volgens de plantoelichting is de locatie van de nieuwe bouwmarkt vanwege de ligging nabij een woonwijk minder geschikt voor (middel)zware industrie. Bovendien zijn in de directe omgeving van deze locatie diverse vormen van perifere detailhandel aanwezig en heeft de gemeente Best deze locatie aangewezen als potentiële locatie voor het type perifere detailhandel, zoals dat door Hornbach wordt uitgeoefend. De vestiging van de nieuwe bouwmarkt kan daarom niet als oneigenlijk gebruik van het bedrijventerrein 't Zand worden aangemerkt. Voorts hebben het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en buurgemeenten met de vestiging van de bouwmarkt ingestemd. Gelet hierop ziet de voorzitter in hetgeen VNB Hasco en andere hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat in zoverre niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, zoals bedoeld in artikel 3.7 van de Verordening.

2.10. VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere betogen dat de raad ten onrechte artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder h, sub 1 en 2, van de planregels heeft vastgesteld. VNB Hasco en andere stellen dat in diverse onderzoeken ten onrechte is uitgegaan van de bouw van één bouwlaag in de nieuwe bedrijfsbebouwing op het perceel, terwijl het plan, gelet op de daarbij ter plaatse toegelaten maximale bouwhoogte van 12 m, de bouw van meer bouwlagen mogelijk maakt. Dit betekent dat meer vloeroppervlakte kan worden aangelegd hetgeen tot meer bezoekers kan leiden, aldus VNB Hasco en andere.

2.10.1. Op de verbeelding heeft het perceel Zandstraat 15 de aanduiding "maximale bouwhoogte 12 m".

Ingevolge artikel 5, lid 5.2, onder 5.2.1, sub b, van de planregels bedraagt de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte.

2.10.2. Niet in geschil is dat binnen de bouwhoogte van 12 m de bouw van twee bouwlagen mogelijk is en dat daarmee een vergroting van de vloeroppervlakte van de voorziene nieuwe bouwmarkt van Hornbach mogelijk is. Gelet hierop en nu de raad bij de vaststelling van het plan de bouw van één bouwlaag voor ogen heeft gehad, had de raad het maximum aantal bouwlagen van de nieuwe bouwmarkt moeten begrenzen.

De voorzitter is echter van oordeel dat met het verzoek van VNB Hasco en andere in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daartoe wordt overwogen dat Hornbach op 12 juni 2012 een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend voor de bouw van een bedrijfspand met één bouwlaag en dat zij ter zitting heeft verklaard in het geheel niet voornemens te zijn om de aanvraag te wijzigen ten behoeve van de bouw van een extra bouwlaag, nu een vestiging in meer bouwlagen niet binnen haar bedrijfsformule past. Voorts acht de voorzitter van belang dat de raad ter zitting te kennen heeft gegeven dat een planherziening zal worden voorbereid waarin het maximum aantal bouwlagen zal worden begrensd tot één. Gelet hierop ziet de voorzitter in zoverre geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

2.11. Verder voeren VNB Hasco en andere aan dat in het plan ten onrechte een onderscheid is gemaakt tussen verschillende toelaatbare vormen van perifere detailhandel in volumineuze goederen. Zij stellen dat niet gebleken is welke ruimtelijk relevante motieven aan dit onderscheid ten grondslag liggen.

2.11.1. Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef, van de planregels zijn de voor "Bedrijventerrein - 1" aangewezen gronden bestemd voor:

g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - detailhandel perifeer 3": tevens perifere detailhandel, branchegericht (volumineus) in de branches:

1. caravans;

2. tenten;

3. vakantie;

4. recreatie;

5. outdoor- en kampeerartikelen.

h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - detailhandel perifeer 4":

1. bouwmarkten met daarbij behorende tuincentra en verkoop van dierbenodigdheden;

2. grove bouwmaterialen.

2.11.2. Bij de gewijzigde vaststelling van het plan zijn de onderdelen g en h in artikel 5, lid 5.1, in de planregels opgenomen. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat voor de bestaande detailhandelbedrijven op de bedrijventerreinen maatbestemmingen zijn opgenomen in het plan. Voorts stelt de raad dat de ruimtelijke uitstraling van de in artikel 5, lid 5.1, onder g, van de planregels genoemde branches niet gelijk is aan de ruimtelijke uitstraling van de branches die in lid 5.1, onder h, genoemd zijn. Daartoe wijst de raad op het verschil in de bezoekersaantallen en het verzorgingsgebied. Gelet hierop ziet de voorzitter in hetgeen VNB Hasco en andere hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad niet-ruimtelijke motieven aan het onderscheid in branches ten grondslag heeft gelegd.

2.11.3. Voor zover VNB Hasco en andere hebben beoogd beroep in te stellen tegen andere bepalingen in het plan die perifere detailhandel in alleen specifieke volumineuze goederen mogelijk maken overweegt de voorzitter dat niet is gebleken dat VNB Hasco en andere hierover een zienswijze naar voren hebben gebracht. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het achterwege laten van een zienswijze verschoonbaar is, verwacht de voorzitter dat het beroep van VNB Hasco en andere in de bodemprocedure in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.12. VNB Hasco en andere stellen dat de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende rapporten over de externe veiligheid, flora en fauna en het distributie-planologisch onderzoek onvolledigheden dan wel feitelijke onjuistheden bevatten. Ook had nader onderzocht moeten worden of de Nederlandse m.e.r.-regelgeving in overeenstemming is met richtlijn 2001/42/EG, zoals uitgelegd in het arrest van 20 oktober 2011, Seaport e.a., zaak C-474/10 (AB 2012, 1) van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

2.12.1. Over het betoog van VNB Hasco en andere dat er in het rapport "Externe veiligheid Hornbach Best" van Oranjewoud van april 2011 ten onrechte van wordt uitgegaan dat de toename van de personenaantallen vanwege de vestiging van de nieuwe bouwmarkt klein zal zijn, overweegt de voorzitter dat in een memo van Oranjewoud van 12 juni 2012 nader is toegelicht dat het gedeelte van de locatie van de nieuwe bouwmarkt dat bepalend is voor het vaststellen van het groepsrisico slechts voor een klein deel ingenomen wordt door bebouwing en grotendeels bestaat uit parkeerterrein. Nu parkeerders als verkeersdeelnemers niet worden betrokken in de berekeningen van het groepsrisico zal volgens het memo een eventuele toename van het in aanmerking te nemen aantal personen klein zijn ten opzichte van de bestaande situatie. VNB Hasco en andere hebben voorshands niet aannemelijk gemaakt dat deze conclusie onjuist is.

2.12.2. Niet in geschil is dat de locatie waar de vestiging van Hornbach is beoogd een bestaand, bebouwd bedrijventerrein is. Bij de voorbereiding van het aan het plan ten grondslag liggende milieueffectrapport (hierna: plan-MER) is gebruik gemaakt van een eerder flora- en faunaonderzoek naar de effecten van de ontwikkelingen op de natuur dat in het kader van de totstandkoming van het bestemmingsplan T-Best Noord heeft plaatsgevonden en dat mede betrekking heeft op deze locatie. Verder is volgens het rapport "Verkennende veldinventarisatie" op 5 september 2010 een verkennende inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezigheid van vogels en vleermuizen op de locatie van de nieuwe bouwmarkt. In het rapport wordt de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels uitgesloten geacht en wordt geconcludeerd dat de locatie niet van waarde is voor vogels en vleermuizen. Op basis van deze gegevens is bij het plan-MER geconcludeerd dat de Ffw de ontwikkelingen in het bestemmingsplan niet in de weg staat.

VNB Hasco en andere hebben voorshands niet aannemelijk gemaakt dat deze rapporten zodanige gebreken of leemten in kennis bevatten dat de raad deze niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Evenmin hebben zij aannemelijk gemaakt dat de onderzoeksresultaten verouderd zijn.

2.12.3. De voorzitter overweegt ten aanzien van de distributie-planologische onderbouwing van het plan dat VNB Hasco en andere alleen hebben verwezen naar het tegenrapport dat als bijlage 5 bij het beroepschrift is opgenomen ter onderbouwing van hun stelling dat het rapport "Actualisatie distributieve onderbouwing Hornbach Best" van Bureau Stedelijke Planning van 2 december 2011 (hierna: DPO-rapport) feitelijke onjuistheden bevat.

Voor zover zij, gezien het in het tegenrapport ingenomen standpunt dat de komst van Hornbach onherroepelijk zal leiden tot verlies van banen bij bestaande winkels, vrezen voor concurrentie wordt overwogen dat in beginsel geen aanleiding bestaat om in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter zake regulerend op te treden. Slechts in het geval zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal voordoen is hiervoor plaats. VNB Hasco en andere hebben niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheden die het plan biedt voor de vestiging van Hornbach in het plangebied zal leiden tot het verdwijnen van een zodanig deel van het winkelaanbod dat voor de inwoners van het verzorgingsgebied wezenlijke beperkingen zullen ontstaan bij het doen van hun geregelde inkopen.

2.12.4. VNB Hasco en andere hebben niet geconcretiseerd in welk opzicht de Nederlandse m.e.r.-regelgeving niet in overeenstemming is met de richtlijn, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in de door hen genoemde uitspraak zodat het betoog reeds hierom faalt.

2.13. VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere stellen dat ook het rapport "Verkeerseffecten Hornbach Best" van Goudappel Coffeng van 30 september 2011 (hierna: het verkeersrapport) onvolledig is en onjuistheden bevat.

Volgens VNB Hasco en andere zijn in het verkeersonderzoek ten onrechte de parkeernormen van het Nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte CROW (hierna: CROW) voor grootschalige detailhandel niet gehanteerd. Ook voeren zij aan dat onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd ten aanzien van het verwachte aantal bezoekers van de nieuwe bouwmarkt en hun verblijfsduur, alsmede het benodigde aantal parkeerplaatsen.

Volgens Horeca Groothandel Hagu en andere zijn actuele ontwikkelingen als het niet afsluiten van de Zandstraat niet bij het verkeersonderzoek betrokken en zijn de gevolgen van de toename van het verkeer over de Willem de Zwijgerweg en de Zandstraat, als gevolg van de vestiging van de nieuwe bouwmarkt ten onrechte niet onderzocht.

2.13.1. In een schriftelijke reactie van Goudappel Coffeng van 12 juni 2012 is uiteengezet dat het in dit geval benodigde aantal parkeerplaatsen is berekend aan de hand van ervaringscijfers bij andere Hornbach-vestigingen. Volgens de schriftelijke reactie wordt met de CROW-norm voor grootschalige detailhandel de parkeervraag overschat, gelet op de gemiddelde bezetting van het aantal parkeerplaatsen bij andere Hornbach-vestigingen. VNB Hasco en andere hebben, waar de voorschriften specifiek zien op de komst van een bouwmarkt c.a. ter plaatse, voorshands niet aannemelijk gemaakt dat bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd die ertoe hebben geleid dat in het plan in onvoldoende parkeergelegenheid is voorzien.

Wel zal volgens voornoemde schriftelijke reactie, nu geen voornemen meer bestaat om de Zandstraat af te sluiten, de verkeersafwikkeling anders verlopen dan die waarvan in het verkeersrapport is uitgegaan. Omdat bij de kruispunten Eindhovenseweg-Zuid/Willem de Zwijgerweg en Eindhovenseweg-Zuid/IBC-weg het verkeer per saldo niet zal toenemen, leiden de gewijzigde verkeersstromen volgens de schriftelijke reactie niet tot problemen in de verkeersafwikkeling. Voor zover opstoppingen ontstaan op het kruispunt tussen de Zandstraat en de Willem de Zwijgerweg, zal het verkeer dat gerelateerd is aan de nieuwe Hornbach-vestiging via de IBC-weg rijden, langs welke weg de Hornbach-vestiging ook bewegwijzerd is. Deze weg heeft daarvoor voldoende capaciteit, zo staat in de schriftelijke reactie. Horeca Groothandel Hagu en andere hebben voorshands niet aannemelijk gemaakt dat deze conclusies onjuist zijn.

2.14. Voorts voeren VNB Hasco en andere aan dat in het plan ten onrechte geen regels zijn opgenomen die de bouw van een geluidsscherm en overkapping ten behoeve van de inpasbaarheid van de bouwmarkt in de geluidszone voor industrieterrein 't Zand garanderen.

2.14.1. Blijkens de plantoelichting is op 20 december 2011 een zonebeheerplan voor industrieterrein 't Zand vastgesteld. Dit plan heeft als doel te waarborgen dat in de toekomst wordt voldaan aan de norm van 50 dB(A) op de grens van de geluidszone voor het bedrijventerrein en de normen die in het verleden voor woningen binnen de geluidszone zijn vastgesteld. Volgens het rapport "Akoestisch onderzoek Wm Hornbach Bouw- en tuinmarkt Zandstraat 15 te Best" van K&M akoestisch adviseurs van 9 september 2011 is de bouw van een geluidsscherm en overkapping op de locatie van de nieuwe bouwmarkt van Hornbach nodig om de inpasbaarheid te garanderen van de bouwmarkt in de geluidszone voor het bedrijventerrein 't Zand. Naar het oordeel van de voorzitter heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de bouw van voornoemde geluidsreducerende voorzieningen voldoende is gewaarborgd, nu de nieuwe bouwmarkt binnen de bestemming "Bedrijventerrein - 1" ligt en ingevolge artikel 5, lid 5.5, aanhef en onder a, in samenhang gelezen met artikel 1, onder 1.91, van de planregels bedrijven binnen deze bestemming uitsluitend zijn toegestaan voor zover zij voldoen aan voornoemd zonebeheerplan.

2.15. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding de verzoeken van VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.16. Ten aanzien van de verzoeken van VNB Hasco en andere en Horeca Groothandel Hagu en andere bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2012

45-629.