Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX0267

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
201108645/1/T1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 mei 2011, nummer RB11.016, heeft de raad het bestemmingsplan "Koningsbuurt" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108645/1/T1/R4.

Datum uitspraak: 4 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bouwmarkt Harlingen B.V. / Gamma Harlingen, gevestigd te Harlingen,

appellante,

en

de raad van de gemeente Harlingen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2011, nummer RB11.016, heeft de raad het bestemmingsplan "Koningsbuurt" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Gamma bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 augustus 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2012, waar Gamma, vertegenwoordigd door ing. B. Hackert, werkzaam bij Esly Consultant B.V., en de raad, vertegenwoordigd door H. Runia, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

De Afdeling heeft de behandeling van het beroep van [belanghebbende] van deze zaak afgesplitst en voortgezet onder zaak nr. 20108645/2/R4.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het grootste deel van het bedrijventerrein Koningsbuurt in Harlingen.

2.2. Gamma richt zich in beroep tegen de groenbestemming die bij de vaststelling aan de strook aan de zuidkant van haar perceel aan de Roordaweg 1 te Harlingen is toegekend. Zij kan zich er niet mee verenigen dat de opslag van bouwmaterialen ten behoeve van de bouwmarkt op deze strook door de toekenning van deze bestemming niet langer is toegestaan.

2.2.1. De raad is er op basis van eerdere uitlatingen van Gamma van uitgegaan dat buitenopslag van goederen op de desbetreffende strook in de toekomst niet meer nodig is. Met het opnemen van een groenbestemming wordt voorkomen dat omwonenden van het perceel nog meer overlast ondervinden, aldus de raad.

2.2.2. De strook aan de zuidkant van het perceel van Gamma, langs de Roordaweg, is bestemd voor "Groen".

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, van de planregels zijn de voor "Groen" aangewezen gronden bestemd voor groenvoorzieningen; bermen en beplanting; waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ingevolge artikelonderdeel 5.4 wordt tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, in ieder geval gerekend: het gebruik van de gronden voor buitenopslag van goederen, behoudens tijdens het laden en lossen van goederen ten behoeve van de nabijgelegen bedrijven.

Ingevolge artikel 18, lid 18.2, onder a, van de planregels mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, worden voortgezet. Ingevolge artikelonderdeel d, is artikelonderdeel a niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

2.2.3. In 2010 is een bouwvergunning aan Gamma verleend voor een uitbreiding van het bedrijfsgebouw aan de Roordaweg, waarmee ook de binnenopslag kan worden uitgebreid. Naar aanleiding van uitlatingen van Gamma tijdens een hoorzitting in de procedure over de bouwvergunning is de raad ervan uitgegaan dat buitenopslag van bouwmaterialen op de strook na de beoogde uitbreiding niet langer nodig zal zijn. Gamma stelt evenwel te hebben bedoeld dat zij de desbetreffende strook weliswaar niet meer als permanente opslagplaats zal gebruiken, maar wel voor de tijdelijke opslag van bouwmaterialen, ook los van het laden en lossen van goederen. Het voorliggende plan voorziet niet in laatstgenoemd gebruik. Naar ter zitting is gebleken, is het echter waarschijnlijk dat dit gebruik op een deel van de desbetreffende strook mag worden voortgezet op grond van het overgangsrecht. In zoverre bestaat geen zicht op beƫindiging van de buitenopslag. Nu de raad dit niet heeft onderkend, bestaat aanleiding voor het oordeel dat het besluit in zoverre is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

2.2.4. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beƫindiging van het geschil aanleiding het college ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op te dragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

De raad dient daartoe met inachtneming van hetgeen onder 2.2.3 is overwogen te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre het gebruik van de desbetreffende strook aan de Roordaweg voor de tijdelijke opslag van bouwmaterialen, zoals door Gamma gewenst, op grond van het overgangsrecht mag worden voortgezet. In dat kader dient de raad de voorheen geldende juridische regeling en de feitelijke situatie op de in artikel 18, lid 18.2, onder a, van de planregels genoemde peildatum te bezien. Dit betekent dat de raad moet onderzoeken in welke mate en omvang onder het vorige planologische regime opslag van bouwmaterialen op de strook was toegestaan. Daarnaast dient de raad de vragen te beantwoorden of het perceel op de peildatum werd gebruikt als opslagplaats en zo ja, in welke mate en omvang dit gebeurde en welk gedeelte van de strook dit besloeg.

Indien de uitkomsten van het onderzoek daartoe aanleiding geven, kan de raad het besluit wijzigen, zonder dat daarbij toepassing behoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. In het geval de raad het besluit tot vaststelling van het plan wijzigt, dient het nieuwe besluit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

2.3. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

draagt de raad van de gemeente Harlingen op om binnen twaalf weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- het in rechtsoverweging 2.2.4 bedoelde onderzoek te verrichten en zo nodig het besluit van 18 mei 2011, nummer RB11.016, te wijzigen dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. Indien de raad een nieuw besluit neemt, dient dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden;

- de uitkomst tevens aan de Afdeling mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Binnema

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012

589.