Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW9507

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
201108751/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 oktober 2009, voor zover thans van belang, heeft de Landinrichtingscommissie een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) om toezending van een assurancerapport met betrekking tot de lijst der geldelijke regelingen (hierna: lgr) voor de ruilverkaveling Sauwerd, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108751/1/A3.

Datum uitspraak: 27 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 juli 2011 in zaak nr. 10/167 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling Sauwerd.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2009, voor zover thans van belang, heeft de Landinrichtingscommissie een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) om toezending van een assurancerapport met betrekking tot de lijst der geldelijke regelingen (hierna: lgr) voor de ruilverkaveling Sauwerd, afgewezen.

Bij besluit van 12 januari 2010 heeft de Landinrichtingscommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 juli 2011, verzonden op 8 juli 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 augustus 2011, hoger beroep ingesteld.

De Landinrichtingscommissie heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 juni 2012, waar [appellant] en de Landinrichtingscommissie, vertegenwoordigd door de [secretaris], bijgestaan door mr. L.A.H. Haring, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Landelijk Gebied, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

2.2. De Landinrichtingscommissie heeft in het besluit op bezwaar medegedeeld dat de lgr niet door een accountant is gecontroleerd. Een assurancerapport met betrekking tot de lgr is daarom niet aanwezig en kan dus niet openbaar gemaakt worden, aldus de Landinrichtingscommissie.

2.3. De rechtbank heeft overwogen dat zij uit hetgeen [appellant] in zijn beroepschrift en ter zitting heeft aangevoerd, begrijpt dat ook hij veronderstelt dat er geen assurancerapport van de lgr is. Ook overigens is niet gebleken dat een dergelijk rapport bestaat. Reeds daarom kan geen verstrekking van informatie overeenkomstig de Wob plaatsvinden, aldus de rechtbank. Ten overvloede heeft zij overwogen dat uit de door [appellant] aangehaalde overweging uit het vonnis van de rechtbank, sector civielrecht, van 9 september 2009 in de procedure omtrent bezwaren van [appellant] tegen de lgr, die als volgt luidt: "Naar zowel de Landinrichtingscommissie als de vertegenwoordigster van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben benadrukt, zijn alle kosten, berekeningen en uitkomsten in dezen, als vallende onder verantwoordelijkheid van het departement, onderworpen aan accountantscontrole", niet valt op te maken dat zijdens de Landinrichtingscommissie is gesteld dat wel een assurancerapport bestaat.

2.4. [appellant] voert in hoger beroep aan dat de stelling van de Landinrichtingscommissie dat geen assurancerapport met betrekking tot de lgr voorhanden is, niet strookt met voormelde door de Landinrichtingscommissie ter zitting bij de sector civielrecht van de rechtbank afgelegde verklaring, omdat daaruit volgt dat een lgr mede aan een accountantscontrole onderworpen dient te worden. Er moet daarom een assurancerapport van de lgr zijn. De rechtbank heeft dat niet onderkend, aldus [appellant].

2.4.1. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 9 oktober 2009 heeft de Landinrichtingscommissie uiteengezet dat met haar verklaring ter zitting bij de rechtbank is bedoeld te zeggen, dat alle kosten, berekeningen en uitkomsten onder de verantwoordelijkheid van het ministerie en onder de controle door de zogeheten auditdienst en de Algemene Rekenkamer vallen en dat hierover aldus verantwoording wordt afgelegd, maar dat daarmee niet is gezegd dat de lgr als zodanig door een accountant wordt gecontroleerd. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat er een assurancerapport met betrekking tot de lgr bij de Landinrichtingscommissie is. Zij heeft met juistheid geoordeeld dat het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van dat rapport daarom niet kon worden ingewilligd.

Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. De Vries

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012

582-598.