Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW9506

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
201108247/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 maart 2010 heeft het college een verzoek van Camping Het Berkenven om ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 61b, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: het RVV 1990), afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108247/1/A3.

Datum uitspraak: 27 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Camping Het Berkenven B.V., gevestigd te Geesteren,

gemeente Tubbergen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 22 juni 2011 in zaak nr. 10/775 in het geding tussen:

Camping Het Berkenven

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2010 heeft het college een verzoek van Camping Het Berkenven om ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 61b, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: het RVV 1990), afgewezen.

Bij besluit van 16 juni 2010 heeft het college het door Camping Het Berkenven daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juni 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door Camping Het Berkenven daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Camping Het Berkenven bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juli 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 juni 2012, waar het college, vertegenwoordigd door A. Denekamp en J.J. Groothuis, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 61b, eerste lid, van het RVV 1990 is het verboden personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets.

Ingevolge artikel 87 kan door het bevoegd gezag ontheffing van artikel 61b worden verleend.

2.2. Camping Het Berkenven heeft de ontheffing gevraagd, omdat zij zo nu en dan campinggasten in een door een landbouwtrekker voortbewogen huifkar wil vervoeren.

Het college heeft aan de in bezwaar gehandhaafde weigering de ontheffing te verlenen ten grondslag gelegd dat dit personenvervoer tot ernstige doorstromings- en verkeersveiligheidsproblemen op de Almelose wegen kan leiden.

2.3. Camping Het Berkenven komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid tot het besluit op bezwaar heeft kunnen komen. Zij betoogt dat het argument van het college dat de onderhavige voertuigcombinatie een gevaar op de weg is, oneigenlijk is. Daartoe voert zij aan dat geen ontheffing nodig zou zijn, indien de huifkar door een paard werd voortgetrokken, terwijl een paard-en-wagencombinatie evenzeer een langzaam vervoermiddel is en daarmee bovendien relatief veel ongelukken gebeuren. Zij stelt dat het vervoer per aanhangwagen achter een trekker vele malen veiliger is. Daarbij komt dat de huifkar voor het vervoer van personen is ingericht, zodat de veiligheid van de passagiers ook in zoverre niet in geding is, aldus Camping Het Berkenven.

2.3.1. Het verlenen van de ontheffing, bedoeld in artikel 87 van het RVV 1990, is een discretionaire bevoegdheid van het college die door de rechter terughoudend moet worden getoetst. De rechtbank heeft derhalve terecht getoetst of het college in redelijkheid tot het besluit van 16 juni 2010 heeft kunnen komen.

Het college heeft in het kader van deze bevoegdheid advies bij de regiopolitie Twente, divisie Executieve Ondersteuning, afdeling Verkeer ingewonnen. De politie heeft geadviseerd de gevraagde ontheffing niet te verlenen. Hierbij is in aanmerking genomen dat aanleiding voor het verbod, bedoeld in artikel 61b, eerste lid, van het RVV 1990, is dat bij het betreffende personenvervoer diverse ongevallen hebben plaatsgevonden waarbij passagiers ernstig of zelfs dodelijk letsel opliepen. Voorts heeft de politie erop gewezen dat zowel landelijk als in de regio Twente het aantal ongevallen met letsel en dodelijke afloop waarbij landbouwvoertuigen zijn betrokken minder snel daalt dan alle andere ongevallen met die afloop, terwijl het aantal verkochte landbouwvoertuigen juist afneemt. De politie staat daarom negatief tegenover extra voertuigbewegingen met dergelijk langzaam verkeer. Daarnaast vertragen volgens de politie deze voertuigen, zeker in een relatief drukke omgeving als Almelo, in ernstige mate de doorstroming van het verkeer, waardoor bestuurders van andere motorrijtuigen tot gevaarlijke inhaalmanoeuvres overgaan, met alle gevolgen van dien. Hoewel normaal landbouwverkeer, dat niet verboden is, ook voor stagnatie zorgt, druist het gebruik van deze voertuigen voor personenvervoer in tegen de vrijheid van het verkeer en veroorzaakt dit onnodige onveilige situaties, aldus het politieadvies.

De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het college zich in navolging van dit advies in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het algemeen belang bij het waarborgen van een goede doorstroming van het verkeer en het voorkomen van gevaarlijke situaties zwaarder dient te wegen dan het belang van Camping Het Berkenven om haar gasten een enkele keer met een door een landbouwtrekker voortbewogen huifkar binnen de gemeentegrenzen te vervoeren. Het college heeft zich met juistheid op het standpunt gesteld dat, daargelaten de juistheid van de stelling van Camping Het Berkenven dat bij voormelde ongevallen met landbouwvoertuigen nog nooit een trekker met een voor personenvervoer ingerichte huifkar betrokken is geweest, die omstandigheid niet betekent dat dit vervoermiddel in de toekomst evenmin bij een ongeval betrokken kan raken en dat een groot nadeel van een dergelijk vervoer van personen is dat bij een ongeval veelal diverse slachtoffers te betreuren zijn. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het toestaan van dit personenvervoer op de Almelose wegen haaks staat op alle inspanningen van de gemeente op het gebied van de verkeersveiligheid, die gericht zijn op het reduceren van het aantal en de ernst van ongevallen. Dat, zoals Camping Het Berkenven aanvoert, het vervoer van personen met paard en wagen en andere vervoermiddelen, zoals fietsen en invalidenwagens, niet bij wet is verboden, terwijl daarmee ook ongevallen plaatsvinden, maakt het vorenstaande niet anders. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het college het verzoek van Camping Het Berkenven mocht afwijzen.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. De Vries

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012

582-598.