Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8859

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
201110504/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Beek 2011" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201110504/1/R1.

Datum uitspraak: 20 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Gelissen Beton B.V., gevestigd te Beek, en BTE Nederland B.V., gevestigd te Andelst, gemeente Overbetuwe,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Beek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Beek 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Gelissen Beton en BTE Nederland bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 september 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 mei 2012, waar Gelissen Beton en BTE Nederland, vertegenwoordigd door M. van Peer, bijgestaan door mr. T.H. Liebregts, advocaat te Nijmegen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.H. de Jonge, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor het buitengebied van de gemeente Beek.

2.2. Het beroep is gericht tegen het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en gedeeltelijk de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" voor een perceel ten noorden van de Holleweg.

2.3. Gelissen Beton en - haar moederbedrijf - BTE Nederland stellen dat het perceel ten noorden van de Holleweg onderdeel is van de betonfabriek van Gelissen Beton B.V. aan de Holleweg 21. Reeds vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw wordt het perceel gebruikt door de betonfabriek. Dat gebruik was in overeenstemming met het toen geldende planologische regime. Het perceel heeft in 1992 een agrarische bestemming gekregen en het gebruik ten behoeve van de betonfabriek is toen onder het overgangsrecht gebracht. Gelissen Beton en BTE Nederland hebben de raad verzocht om aan de gronden ten noorden van de Holleweg een industriebestemming te geven, althans een bestemming die aansluit bij het feitelijke gebruik van de gronden. De raad houdt volgens hen echter ten onrechte vast aan de in 1992 gegeven bestemming en heeft het gebruik van het perceel wederom onder het overgangsrecht gebracht. Nu geen enkel uitzicht is op realisatie van de agrarische bestemming binnen de planperiode van tien jaar, heeft de raad het perceel moeten bestemmen in overeenstemming met het feitelijke gebruik dan wel buiten het plan moeten laten zoals ook is gebeurd met het bedrijfsterrein ten zuiden van de Holleweg, aldus Gelissen Beton en BTE Nederland.

2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat het perceel aan de noordzijde van de Holleweg reeds in het bestemmingsplan "Buitengebied 1992" de bestemming "Agrarische doeleinden, gebied met landschappelijke waarden en natuurwaarden Aln" heeft gekregen. Daarvóór hadden deze gronden een bedrijfsbestemming. De bestemming waarin het plan "Buitengebied Beek 2011" voorziet is een bestendiging van de bestemming uit 1992. Voor zover Gelissen Beton en BTE Nederland zich niet kunnen verenigen met het toekennen van een agrarische bestemming aan de gronden ten noorden van de Holleweg, hadden zij moeten opkomen tegen het plan uit 1992, aldus de raad.

2.5. In het bestemmingsplan "Buitengebied 1992" had het perceel ten noorden van de Holleweg de bestemming "Agrarische doeleinden, gebied met landschappelijke waarden en natuurwaarden Aln". Deze gronden waren ingevolge artikel 2.05 van de planvoorschriften bestemd:

- voor het behoud en/of herstel van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden;

- voor de opbouw van de potentiële landschappelijke en natuurlijke waarden; - voor de uitoefening van agrarische bedrijven, met dien verstande dat het behoud en/of herstel van de genoemde waarden voorop staat.

Ingevolge artikel 3.08, tweede lid, gold dat indien op het tijdstip van het van kracht worden van het plan gronden en bouwwerken werden gebruikt in strijd met het in dat plan voorgeschreven gebruik, het strijdige gebruik van gronden en bouwwerken mocht worden voortgezet. Wijziging van het met het plan strijdige gebruik van gronden en bouwwerken was verboden, indien door die wijziging van het gebruik de afwijking van het plan naar de aard werd vergroot.

2.6. In het nu voorliggende bestemmingsplan zijn aan het perceel ten noorden van de Holleweg de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en gedeeltelijk de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" toegekend.

Ingevolge artikel 6, lid 6.1, van de planregels zijn de voor "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" aangewezen gronden bestemd voor:

a. het behoud en/of herstel van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden, zijnde de kernkwaliteiten van Nationaal Landschap, zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van de openheid van de plateaugebieden, de kleinschaligheid van dorpsranden (met onder andere hoogstamboomgaarden), hellingen, open beekdalen en droogdalen;

b. behoud van landschappelijke elementen, zoals bomenrijen, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - waardevol landschapselement"; c. het behoud en de ontwikkeling van natuurlijke waarden;

d. tevens voor de bescherming van de waarden van het aangrenzende natuurgebied;

e. de uitoefening van een agrarisch bedrijf;

f. extensieve dagrecreatie;

g. water en waterhuishoudkundige doeleinden;

h. openbare nutsvoorzieningen;

i. hagelnetten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - hagelnetten".

Ingevolge artikel 25, lid 25.1, zijn de voor "Waarde - Archeologie 1" (gebied van archeologische waarde) aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

Ingevolge artikel 43, lid 43.4, mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, worden voortgezet.

Ingevolge lid 43.5 is het verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 43.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

2.7. Niet in geschil is dat Gelissen Beton B.V. het perceel ten noorden van de Holleweg vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw - derhalve vóór het in werking treden van het bestemmingsplan "Buitengebied 1992" - gebruikte voor opslagdoeleinden en als parkeerterrein. Dit gebruik was in overeenstemming met het toen vigerende planologisch regime. Ter zitting is voorts vast komen te staan dat in of omstreeks 1990 op het perceel twee gebouwen zijn opgericht. Eén gebouw dient als fietsenstalling en het andere gebouw wordt gebruikt als laboratorium. In het bestemmingsplan "Buitengebied 1992" kreeg het perceel ten noorden van de Holleweg een agrarische bestemming. Het tot dan toe bestaande gebruik werd onder het overgangsrecht gebracht. Hoewel derhalve na 1992 het gebruik van de gronden in strijd was met de aan het perceel toegekende agrarische bestemming, kon tegen dat ongewijzigd gebleven gebruik niet handhavend worden opgetreden.

2.8. De Afdeling overweegt allereerst dat een nieuw bestemmingsplan dient te strekken tot een goede ruimtelijke ordening. Voor de vraag of een bestemmingsplan voldoet aan deze eis kan niet worden volstaan met een verwijzing naar de vorige planologische regeling, zoals de raad heeft gedaan. Nu de raad geen blijk heeft gegeven van een belangenafweging is het plan in zoverre reeds om die reden vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

2.9. In een situatie als deze ligt het op de weg van de raad na te gaan of toekenning aan de gronden van een bestemming overeenkomstig het feitelijke gebruik mogelijk is. Indien de raad van mening is dat een bestemming overeenkomstig het feitelijke gebruik niet mogelijk is, kan de raad in overweging nemen voor het bestaande gebruik van de gronden te voorzien in een uitsterfregeling. Hiervoor heeft de raad in dit geval niet gekozen. Door in het thans voorliggende plan aan het perceel ten noorden van de Holleweg de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" toe te kennen, heeft de raad het bestaande, ongewijzigd gebleven gebruik voor een tweede maal onder het overgangsrecht gebracht. Daartoe is vereist dat de raad aannemelijk maakt dat het gebruik van de gronden binnen de planperiode wordt beëindigd.

2.9.1. De raad heeft in dit geval niet aannemelijk gemaakt dat aan het gebruik van de gronden ten noorden van de Holleweg binnen de planperiode van tien jaar daadwerkelijk een einde wordt gemaakt. Hierbij betrekt de Afdeling het feit dat ter zitting onweersproken is gesteld dat de gronden ten noorden van de Holleweg eigendom zijn van BTE Nederland. Het staat vast dat Gelissen Beton en BTE Nederland niet voornemens zijn om uit eigen beweging het huidige gebruik van het perceel te beëindigen. Naar mag worden aangenomen is handhavend optreden tegen het huidige gebruik, zoals ook door de raad ter zitting is bevestigd, niet mogelijk. Ook heeft de raad niet gesteld dat voornemens bestaan om tot onteigening van de gronden over te gaan. Door onder deze omstandigheden het gebruik van de gronden ten noorden van de Holleweg - voor een tweede maal - onder het overgangsrecht te brengen heeft de raad gehandeld in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

2.10. In hetgeen Gelissen Beton en BTE Nederland hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het plan in zoverre is vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht en het rechtszekerheidsbeginsel voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" voor het perceel ten noorden van de Holleweg te Beek, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart.

2.11. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Beek van 7 juli 2011 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Beek 2011" voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" voor het perceel ten noorden van de Holleweg te Beek, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Beek tot vergoeding van bij de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Gelissen Beton B.V. en BTE Nederland B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Beek aan de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Gelissen Beton B.V. en BTE Nederland B.V. het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Bechinka

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012

371-739.

<HR>

Kaart