Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8855

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
201104934/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Schiedamsedijk 18, tankstation" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104934/1/R4.

Datum uitspraak: 20 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant sub 1a] en [appellant sub 1b], beide gevestigd te Vlaardingen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Vlaardingen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Schiedamsedijk 18, tankstation" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 april 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2012, waar de raad, vertegenwoordigd door C.C. Nootenboom en ir. P.M. Koppert-Bakker, is verschenen. Voorts is daar als partij gehoord TankEasy Vlaardingen B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. B. van Nieuwaal en [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een planologisch-juridische regeling voor de realisatie van een onbemand tankstation ten behoeve van de verkoop van benzine, diesel en aardgas aan de Schiedamsedijk te Vlaardingen.

2.2. TankEasy Vlaardingen B.V. stelt zich op het standpunt dat [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt gezien de afstand tussen hun bedrijven en het tankstation. Zij hebben geen zicht op het tankstation en zij zullen geen gevolgen ondervinden vanwege de ontwikkeling, aldus TankEasy.

2.2.1. Ingevolge artikel 8.2 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan uitsluitend een belanghebbende beroep instellen tegen een besluit inzake vaststelling van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De wetgever heeft deze eis gesteld om te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

2.2.2. [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] zijn op een afstand van respectievelijk ongeveer 200 en 110 m van het plangebied gevestigd, en in ieder geval vanaf het terrein van [appellant sub 1b] bestaat zicht op het plangebied. Vanwege deze afstand en gezien de aard en omvang van de in het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling is het niet uitgesloten dat zij gevolgen kunnen ondervinden van de komst van het tankstation. Gelet daarop moet worden geoordeeld dat de belangen van [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] rechtstreeks bij het bestreden besluit zijn betrokken, zodat zij als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb moeten worden aangemerkt.

2.3. [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] kunnen zich niet verenigen met het plan omdat de oprichting van het tankstation volgens hen zal leiden tot een toename van het verkeer. Nu reeds sprake is van een overbelaste situatie en in de omgeving andere ontwikkelingen zijn voorzien die eveneens een verkeersaantrekkende werking hebben, ontstaat volgens hen een onaanvaardbaar hoge verkeersdruk. Het verkeersrapport van 24 november 2009 dat aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt, bevat volgens [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] onjuiste uitgangspunten. In dat verband betogen zij dat aardgasrijders speciaal naar dit tankstation zullen komen en dat het tankstation dus een verkeersaantrekkende werking heeft. Voorts betogen zij dat ten onrechte het aantal verkeersbewegingen op drie wegen is berekend, terwijl voor de berekening van de toename van de verkeersbewegingen uitsluitend een vergelijking had moeten worden gemaakt met de verkeersintensiteit in de spitsuren op de Schiedamsedijk (zuid).Ter onderbouwing van hun standpunt verwijzen zij naar het in hun opdracht door Megaborn opgestelde rapport van 27 april 2011.

Voorts stellen [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] dat de komst van het tankstation een verhoogd risico op calamiteiten tot gevolg heeft. Doordat het tankstation is voorzien nabij de enige ontsluitingsweg van het bedrijvenpark Benelux Workpark zijn onvoldoende vluchtmogelijkheden aanwezig indien een calamiteit zich voordoet, zo betogen zij.

2.3.1. De raad stelt dat de beschikbare wegcapaciteit van de Schiedamsedijk en de Vulcaanweg voldoende is om de toename van het verkeer als gevolg van de oprichting van het tankstation te verwerken. De oprichting van het tankstation heeft tot gevolg dat de verkeersintensiteit met 250 motorvoertuigen per etmaal toeneemt, wat ruim binnen de capaciteit van de weg valt, aldus de raad. Ook de toename van het verkeer als gevolg van ontwikkelingen in de omgeving, leidt volgens de raad niet tot een overschrijding van de capaciteit van de Schiedamsedijk. Voorts stelt de raad dat een reconstructie van de kruising Schiedamsedijk - Mr. L.A. Kesperweg wordt voorbereid. Die reconstructie zal in 2015 gereed zijn en zal bijdragen aan een vlotte afwikkeling van het verkeer op de Schiedamsedijk, aldus de raad.

De raad stelt dat de installaties voor aardgas, benzine en diesel worden aangelegd conform de daarop van toepassing zijnde regels. Voorts brengt de raad naar voren dat het gemeentebestuur reeds concrete voorstellen heeft gedaan om te komen tot een tweede calamiteitenontsluiting van het terrein, maar dat dit wordt bemoeilijkt doordat het afhankelijk is van de medewerking van grondeigenaren en bedrijven.

2.3.2. In het rapport van Mobycon van 24 november 2009 dat de raad aan het plan ten grondslag heeft gelegd staat dat het aantal bezoekers van het tankstation is geraamd op 200 tot 250 bezoekers per dag en dat op de drie wegen Schiedamsedijk (west), Vlaardingerdijk en Schiedamsedijk (zuid) sprake zal zijn van een toename van gemiddeld 40 motorvoertuigen per spitsuur. Voorts staat in het rapport dat de Schiedamsedijk (zuid), waarlangs het nieuw te realiseren tankstation wordt ontsloten, is gecategoriseerd als een erftoegangsweg. De raad heeft toegelicht dat dit betekent dat sprake is van een capaciteit van 5000 tot 6000 motorvoertuigen per etmaal. Volgens het rapport van Mobycon bedroeg de verkeersintensiteit op de Schiedamsedijk (zuid) in 2004 3900 motorvoertuigen per etmaal en zal in 2015 sprake zijn van 3400 motorvoertuigen per etmaal in de autonome situatie. Deze gegevens zijn door [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] niet gemotiveerd betwist. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onevenredige verslechtering van de verkeerssituatie, ook indien in aanmerking wordt genomen dat al het bezoekende verkeer het terrein via de Schiedamsedijk (zuid) moet verlaten. Dat de aanwezigheid van een aardgasvulpunt zal leiden tot een onevenredige verkeerstoename acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt, nu de stelling van de raad dat de verkeerstoename door aardgasrijders in de hierboven weergegeven cijfers is meegerekend niet gemotiveerd is bestreden en mede gezien het vooralsnog beperkte gebruik van aardgas als brandstof voor motorvoertuigen.

Overigens is ter zitting toegelicht dat het tankstation sinds een half jaar in gebruik is, waarbij door het gemeentebestuur geverifieerde tellingen zijn uitgevoerd, en dat dit niet heeft geleid tot een onaanvaardbare verkeerssituatie.

2.3.3. Dat het bedrijventerrein voor motorvoertuigen uitsluitend door de Schiedamsedijk (zuid) wordt ontsloten, brengt niet met zich dat vestiging van het tankstation op de voorgenomen locatie uit veiligheidsoogpunt onaanvaardbaar moest worden geacht. Daarbij is van belang dat, zoals ter zitting is vastgesteld, het bedrijventerrein in geval van een calamiteit in ieder geval te voet langs andere routes kan worden verlaten. Voorts is gesteld noch gebleken dat het tankstation niet aan de wettelijke veiligheidseisen voldoet.

Overigens heeft de raad ter zitting bevestigd dat inmiddels overeenstemming is bereikt met Rijkswaterstaat en de betrokken bedrijven over de aanleg van een calamiteitenontsluiting aan de zuidoostkant van het bedrijventerrein, zodat deze ontsluiting op korte termijn zal kunnen worden gerealiseerd.

2.4. In hetgeen [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in de naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Oudenaarden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012

568-718.