Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8838

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
201103667/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Beschermd dorpsgezicht Fredriksoord - Wilhelminaoord" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103667/1/R1.

Datum uitspraak: 20 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Wilhelminaoord, gemeente Westerveld,

en

de raad van de gemeente Westerveld,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Beschermd dorpsgezicht Fredriksoord - Wilhelminaoord" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 april 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 mei 2012, waar de raad, vertegenwoordigd door J.J. Zwier, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Voorts is ter zitting de stichting Stichting Maatschappij van Weldadigheid, vertegenwoordigd door J.J. Mensink en ir. M.J.C. van de Wiel, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep richt zich tegen de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" en onder meer de aanduidingen "specifieke vorm van wonen - nieuwbouwlocatie" en "wro-zone - wijzigingsgebied 2" voor de drie percelen, gelegen aan de Vaartweg.

2.2. [appellant] betoogt dat een van de mogelijkheden waarin de raad ter plaatse van de percelen heeft willen voorzien de realisatie van zes twee-onder-eenkapwoningen betreft, maar dat het plan dit niet mogelijk maakt, zodat sprake is van strijd met de rechtszekerheid.

2.2.1. De raad heeft toegelicht dat hij heeft beoogd om op de plandelen twee varianten van woningbouw mogelijk te maken, namelijk de bouw van zes twee-onder-eenkapwoningen en, met toepassing van de ter plaatse geldende wijzigingsbevoegdheid, vier twee-onder-eenkapwoningen en een vrijstaande woning. De raad heeft voorts erkend dat door een omissie op de verbeelding geen maximum aantal wooneenheden is aangeduid, zodat hier, anders dan hij heeft beoogd, bij recht slechts één nieuwe woning per perceel mag worden gebouwd. De raad heeft ten slotte toegelicht dat dit zal worden hersteld in een nieuw plan dat thans in voorbereiding is. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding voor het oordeel dat het besluit in zoverre is genomen in strijd met de bij het voorbereiden hiervan te betrachten zorgvuldigheid.

2.3. [appellant] voert voorts aan dat de voorziene woningbouw ter plaatse van de percelen ten koste zal gaan van de thans aanwezige waardevolle bomen en bosgrond. Ten slotte voert [appellant] aan dat de raad heeft nagelaten de door hem naar voren gebrachte alternatieve locaties voor de voorziene woningbouw te onderzoeken.

2.3.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat voldoende onderzoek is verricht naar de ter plaatse aanwezige natuurwaarden en dat de aanwezige bomen met een natuurlijke en historische waarden zullen worden behouden. Voorts betoogt de raad dat alle beschikbare alternatieven voor de woningbouw zijn onderzocht, maar dat de desbetreffende percelen aan de Vaartweg hiervoor het meest geschikt zijn geacht.

2.3.2. In het rapport 'Advies Natuurwaarden Beschermd Dorpsgezicht Fredriksoord - Wilhelminaoord' van 13 oktober 2009, opgesteld door BügelHajema Adviseurs in opdracht van de raad, staat dat de in het plan voorziene ontwikkelingen geen verbodsovertredingen opleveren ten aanzien van beschermde planten- en dierensoorten. [appellant] heeft niet gemotiveerd betwist dat dit rapport niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De stelling dat onvoldoende aandacht is besteed aan de gevolgen van het kappen van bomen is hiertoe onvoldoende, nu [appellant] deze stelling niet heeft gemotiveerd. [appellant] heeft voorts de juistheid van de conclusie van het rapport niet betwist. De raad heeft zich derhalve, onder verwijzing naar het voormelde rapport, op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot negatieve gevolgen voor de aanwezige beschermde flora en fauna. De raad heeft voorts toegelicht dat ten behoeve van de voorziene woningbouw op de desbetreffende percelen geen bomen met een natuurlijke en historische waarden zullen worden gekapt, maar uitsluitend bomen van een later tijdstip met een lage natuurlijke waarde. Voorts zal de voorziene woningbouw geen tot weinig schade aanbrengen aan de bosgrond waaraan in provinciaal beleid een beschermde status is toegekend, nu deze op grotere afstand van de desbetreffende percelen is gelegen. De raad heeft bovendien aangegeven dat hierover overleg is gevoerd en de provincie met het plan heeft ingestemd. [appellant] heeft het voorgaande niet betwist. Anders dan [appellant] betoogt, heeft de raad zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de eventuele schade aan de thans op de desbetreffende percelen aanwezige waardevolle bomen en bosgrond niet zodanig zal zijn dat hij hieraan in de belangenafweging een doorslaggevend gewicht had moeten toekennen.

2.3.3. De raad heeft voorts toegelicht dat in samenspraak met verschillende partijen, waaronder de provincie en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, is gekeken naar vier mogelijke woningbouwlocaties. Gekozen is voor de in het plan voorziene locatie aan de Vaartweg omdat hier een zorgvuldige afronding van de kern van Wilhelminaoord kan worden gecreëerd en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Voorts heeft het opvangen van de kosten van de woningbouw een rol gespeeld. De door [appellant] genoemde locatie aan de M.A van Naamen Eemneslaan heeft de raad bij de beoordeling betrokken, maar vanwege ruimtelijke en historische redenen ongeschikt geacht voor de voorziene woningbouw. De raad heeft voorts onweersproken toegelicht dat de door [appellant] genoemde locatie Kooimansstraat een herstructureringslocatie betreft die in het bezit is van een woningbouwvereniging en die derhalve niet als nieuwbouwlocatie kan worden gebruikt. Anders dan [appellant] betoogt, bestaat derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat de raad bij de voorbereiding van het plan onvoldoende alternatieve locaties voor de woningbouw heeft onderzocht.

2.4. [appellant] heeft zich voor het overige in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

2.5. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" en onder meer de aanduidingen "specifieke vorm van wonen - nieuwbouwlocatie" en "wro-zone - wijzigingsgebied 2" voor de drie percelen, gelegen aan de Vaartweg, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Westerveld van 25 januari 2011, voor zover het betreft de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" en onder meer de aanduidingen "specifieke vorm van wonen - nieuwbouwlocatie" en "wro-zone - wijzigingsgebied 2" voor de drie percelen, gelegen aan de Vaartweg;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Westerveld tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Westerveld aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Schaaf

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012

523.