Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8828

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
201202455/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2011"vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201202455/2/R3.

Datum uitspraak: 14 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B],

en

de raad van de gemeente Loon op Zand,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2011"vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 maart 2012, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 mei 2012, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door [vennoot A], bijgestaan door M. Breedveld, en de raad, vertegenwoordigd door E. van Daesdonk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek heeft betrekking op de bestemming "Agrarisch-paardenhouderij" voor zover die is toegekend aan enkele paardenhouderijen die volgens [verzoekster] in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn ontstaan. Doordat het gemeentebestuur tegen deze paardenhouderijen en de daarin uitgeoefende lesactiviteiten nooit handhavend heeft opgetreden, hebben deze bedrijven zich volgens [verzoekster] ten koste van haar kunnen ontwikkelen, waardoor bedrijfsschade is ontstaan. Door in het nu voorliggende plan deze paardenhouderijen inclusief de lesactiviteiten te legaliseren en uitbreidingsmogelijkheden te bieden zonder enige vorm van compensatie voor de bestaande legale maneges, is de vaststelling van het plan volgens [verzoekster] in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.

2.3. De vraag of onder het voorheen geldende bestemmingsplan tegen de door [verzoekster] bedoelde paardenhouderijen handhavend had moeten worden opgetreden, ligt in deze procedure niet voor. Uit het bestreden besluit en de toelichting van de raad ter zitting volgt dat de bestaande paardenhouderijen in het plangebied als zodanig zijn bestemd omdat een paardenhouderij in het buitengebied volgens de raad een passende, ruimtelijk aanvaardbare, bestemming is. De planregels bij de bestemming "Agrarisch-paardenhouderij" sluiten lesactiviteiten uit, zodat de vrees van [verzoekster] dat de onder deze bestemming gebrachte paardenhouderijen ook lessen mogen verzorgen ongegrond is.

2.4. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Boermans

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2012

429-661.