Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8185

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
201103552/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juli 2010 heeft het college geweigerd handhavend op te treden ten aanzien van de inrichting van Brand Bierbrouwerij B.V. op het perceel Brouwerijstraat 2-10 te Wijlre.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Handhaving Leefomgeving 2012/239
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103552/1/A4.

Datum uitspraak: 13 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Wijlre, gemeente Gulpen-Wittem,

en

het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2010 heeft het college geweigerd handhavend op te treden ten aanzien van de inrichting van Brand Bierbrouwerij B.V. op het perceel Brouwerijstraat 2-10 te Wijlre.

Bij besluit van 15 februari 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de rechtbank Maastricht ingekomen op 14 maart 2011, beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ter behandeling doorgezonden naar de Raad van State. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 17 april 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.M.A.J. Heijnens-Ackermans, R.J.G. Arninkhof en M.G.H.J. van der Venne, allen werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting Brand Bierbrouwerij B.V., vertegenwoordigd door J.M.T. de Jonge en F.A.M. van Hoof, vergezeld door drs. O.A.M. Beckers, verschenen.

2. Overwegingen

Geluid

2.1. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte niet handhavend heeft opgetreden tegen de door de brouwerij veroorzaakte geluidhinder.

2.1.1. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat in het verleden weliswaar een overschrijding van de in de vergunningvoorschriften gestelde geluidgrenswaarden voor piekgeluid is gemeten, maar dat Brand Bierbrouwerij B.V. naar aanleiding daarvan maatregelen heeft getroffen. Volgens het college heeft zich daarna geen overschrijding van de grenswaarden meer voorgedaan. [appellant] heeft geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van dat standpunt naar voren gebracht. Nu zich geen overtreding voordoet was het college ter zake niet bevoegd handhavend op te treden. Het college heeft het verzoek daartoe dan ook terecht afgewezen.

De beroepsgrond faalt.

Trilling

2.2. [appellant] betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet mogelijk is om vast te stellen of de vergunningvoorschriften ten aanzien van trillingshinder worden overtreden, nu [appellant] geen medewerking wil verlenen aan onderzoek naar trillingshinder in zijn woning. Volgens hem is het ook mogelijk om trilling aan de gevel van de woning te meten.

2.2.1. Ingevolge voorschrift 2.18 van de vergunning van 6 juni 2001 zijn continue trillingen, alsmede herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd, gemeten en beoordeeld volgens de "SBR-Richtlijn 2 (1993)", veroorzaakt door de inrichting toelaatbaar indien aan één van de twee in het voorschrift vermelde voorwaarden is voldaan. Ingevolge vergunningvoorschrift 2.19 geldt het vorige voorschrift niet ten aanzien van trillingsgevoelige bestemmingen of in- of aanpandige woningen van derden, indien de gebruiker van de woning(en) of trillingsgevoelige bestemmingen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van de nodige trillingsmetingen.

2.2.2. [appellant] heeft niet bestreden dat hij, hoewel het college daar verschillende malen om heeft verzocht, geen toestemming heeft gegeven voor het uitvoeren van trillingsmetingen in zijn woning. Voorts heeft [appellant] niet onderbouwd waarom het, anders dan het college gemotiveerd heeft gesteld, ook mogelijk is om aan de gevel van de woning onderzoek naar trillinghinder te verrichten. Onder die omstandigheden heeft het college terecht geweigerd handhavend op te treden.

De beroepsgrond faalt.

Conclusie

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. Van Roessel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012

457-738.