Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW8180

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
201109171/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juni 2010 heeft de burgemeester de aan De Groene Sael bij besluit van 6 augustus 2009 verleende ontheffing voor verlengde openingstijden ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2012/307 met annotatie van A.T. Marseille
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201109171/1/A3.

Datum uitspraak: 13 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Café "De Groene Sael" B.V., gevestigd te Breda,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 juni 2011 in zaak nr. 10/5219 in het geding tussen:

De Groene Sael

en

de burgemeester van Breda.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 juni 2010 heeft de burgemeester de aan De Groene Sael bij besluit van 6 augustus 2009 verleende ontheffing voor verlengde openingstijden ingetrokken.

Bij besluit van 27 oktober 2010 heeft de burgemeester het door De Groene Sael daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 4 juni 2010 in stand gelaten onder aanvulling van de motivering.

Bij uitspraak van 27 juni 2011, verzonden op 6 juli 2011, heeft de rechtbank het door De Groene Sael daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft De Groene Sael bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 augustus 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 12 september 2011.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Groene Sael heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 mei 2012, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door A.J. Zonneveld en J.B. Alink, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Drank- en Horecaverordening Breda 2001 (hierna: verordening) is het de leidinggevende(n) verboden in zijn/haar Drank- en Horeca-inrichting of alcoholvrije inrichting die gelegen is binnen of buiten het uitgaansgebied zoals aangegeven is in artikel 10, lid 6, van de verordening, bezoekers te hebben of toe te laten tussen 02.00 en 07.00 uur.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, onder c, kan de burgemeester in afwijking van artikel 1 onder a. voor Drank- en Horeca-inrichtingen die gelegen zijn in het uitgaansgebied ontheffing verlenen van het verbod om bezoekers in zijn of haar Drank- en Horeca-inrichting te hebben of toe te laten tussen 02.00 uur en 07.00 uur met dien verstande dat de ontheffing kan worden verleend voor de periode van 02.00 uur tot 04.00 uur, en dat het daarbij verboden is om tussen 02.00 uur en 04.00 uur bezoekers op het terras te hebben of toe te laten.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, onder d, sub 6, worden de ontheffingen onder c. genoemd geweigerd of ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen.

2.2. Bij besluit van 6 augustus 2009 is aan De Groene Sael ontheffing verleend op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de verordening voor verlengde openingstijden voor het café aan de Havermarkt 8 te Breda (hierna: het café) tot 04.00 uur voor de donderdag-, vrijdag- en zaterdagnacht voor de duur van twaalf maanden. Aan dit besluit was, voor zover van belang, het voorschrift verbonden dat op dagen waarop de verlengde openingstijden golden vanaf 22.00 uur in het café ten minste twee portiers aanwezig dienden te zijn die voldeden aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: het voorschrift).

De burgemeester heeft de, bij het besluit van 27 oktober 2010 gehandhaafde, intrekking van de bij het besluit van 6 augustus 2009 verleende ontheffing gebaseerd op overtredingen van het voorschrift die zijn geconstateerd op 26 november 2009, 15 mei 2010 en 21 mei 2010. De burgemeester heeft hieraan een rapportage, gedateerd 26 november 2009, en twee formulieren, inhoudende een "Standaard rapportage formulier sluitingstijden gemeente Breda" (hierna: standaardrapportage), gedateerd 15 mei 2010, ten grondslag gelegd.

2.3. De Groene Sael betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester ten onrechte tot intrekking van de ontheffing is overgegaan. Zij voert hiertoe aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij het voorschrift in de nacht van 14 op 15 mei 2010 en in de nacht van 20 op 21 mei 2010 heeft overtreden. De rechtbank is ten onrechte uitgegaan van de juistheid van de inhoud van de door een toezichthouder opgestelde summiere en onvolledige standaardrapportages. De rechtbank heeft miskend dat de toezichthouder heeft toegegeven op 15 mei 2010 niet in het café te hebben gecontroleerd. Daarnaast heeft de rechtbank miskend dat op de aan de laatste overtreding ten grondslag gelegde standaardrapportage de datum 15 mei 2010 is vermeld. Voorts is de rechtbank er ten onrechte aan voorbijgegaan dat De Groene Sael aangifte heeft gedaan van valsheid in geschrifte naar aanleiding van die bestreden rapportage en dat het café op 21 mei 2010 niet tot 04.00 uur, maar tot 02.00 uur geopend was. Gelet op het bovenstaande en in aanmerking genomen de overgelegde facturen en de door de [portier], zijn werkgever en de [leidinggevende] afgelegde schriftelijke verklaringen heeft de rechtbank miskend dat aannemelijk is gemaakt dat in de nacht van 14 op 15 mei 2010 en in de nacht van 20 op 21 mei 2010 van 22.00 uur tot sluitingstijd twee portiers aanwezig waren, aldus De Groene Sael.

2.3.1. Niet in geschil is dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in het café op 26 november 2009 in strijd met het voorschrift geen portiers aanwezig waren.

2.3.2. In de standaardrapportage van de op 15 mei 2010 geconstateerde overtreding van het voorschrift is vermeld dat de toezichthouder om 03.30 uur een controle heeft verricht bij het café, dat hij één portier heeft gezien, te weten [portier], en dat deze portier desgevraagd geen verklaring kon afleggen over de aanwezigheid van een tweede portier. Gelet hierop mocht de burgemeester aannemelijk achten dat in de nacht van 14 op 15 mei 2010 geen tweede portier in het café aanwezig was en dat derhalve toen het voorschrift is overtreden. Dat de toezichthouder het café niet heeft betreden om onderzoek te verrichten doet daar niet aan af, nu reeds uit de reactie van [portier] kon worden afgeleid dat in het café geen tweede portier aanwezig was.

De door De Groene Sael overgelegde facturen van de beveiligingsbedrijven Scorpions en Briljant Security doen evenmin af aan het standpunt van de burgemeester dat het voorschrift in de nacht van 14 op 15 mei 2010 is overtreden. Volgens de factuur van Briljant Security, gedateerd 20 mei 2010, zijn alleen zes uren beveiligingswerkzaamheden op 14 mei 2010 gefactureerd. Hieruit valt niet af te leiden dat ook op 15 mei 2010 beveiligingswerkzaamheden zijn verricht. De overgelegde facturen van Scorpions betreffen twee facturen, beide gedateerd 18 mei 2010. Volgens één van deze facturen zijn in totaal zes uren beveiligingswerkzaamheden op 14 en 15 mei 2010 gefactureerd. Volgens de andere factuur zijn in totaal twaalf uren beveiligingswerkzaamheden op die dagen gefactureerd. In de bij die factuur behorende bijlage is vermeld dat het daarbij ging om één medewerker op 14 mei 2010 van 00.00 uur tot 04.00 uur en om twee medewerkers op 15 mei 2010 van 00.00 uur tot 04.00 uur. Hieruit valt niet op te maken dat van 14 mei 2010, 22.00 uur, tot 15 mei 2010, 04.00 uur, gedurende de gehele periode ten minste twee portiers aanwezig zijn geweest.

2.3.3. In de standaardrapportage van de op 21 mei 2010 geconstateerde overtreding van het voorschrift is vermeld dat de toezichthouder in de nacht van 20 op 21 mei 2010 bij het café één portier heeft gezien, te weten [portier], en dat deze portier en de eigenaar - waarmee volgens de burgemeester [leidinggevende] wordt bedoeld - desgevraagd tegen de toezichthouder hebben verklaard dat er geen tweede portier was. De burgemeester mocht op grond hiervan aannemelijk achten dat het voorschrift in de nacht van 20 op 21 mei 2010 is overtreden. De datering van de rapportage doet daar niet aan af. Gelet op de inhoud van de rapportage is de vermelde datum een kennelijke verschrijving.

De door De Groene Sael overgelegde verklaringen zijn onvoldoende om de inhoud van de rapportage onjuist te achten. Dit geldt temeer, nu de verklaring van [leidinggevende], gedateerd 12 augustus 2010, niet strookt met de op 8 juli 2010 door [leidinggevende] afgelegde verklaring. In beide verklaringen ontkent [leidinggevende] weliswaar dat hij in de nacht van 20 op 21 mei 2010 in het café was, doch om verschillende redenen.

De overgelegde factuur van Briljant Security, gedateerd 24 mei 2010, doet evenmin af aan het standpunt van de burgemeester dat het voorschrift in de nacht van 20 op 21 mei 2010 is overtreden. Volgens die factuur zijn in totaal elf uren beveiligingswerkzaamheden op 20 en 21 mei 2010 in rekening gebracht, terwijl van 20 mei 2010, 22.00 uur, tot 21 mei 2010, 04.00 uur, door ten minste twee portiers en derhalve voor minimaal twaalf uren beveiligingswerkzaamheden moesten zijn verricht. De Groene Sael heeft niet aannemelijk gemaakt dat het café op 21 mei 2010 om 02.00 uur was gesloten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat De Groene Sael over een ontheffing beschikte om in die nacht het café tot 04.00 uur geopend te houden.

Dat De Groene Sael op 13 mei 2011 aangifte heeft gedaan tegen de betrokken toezichthouders wegens valsheid in geschrifte, en dat tegen de weigering van het openbaar ministerie om tot vervolging van de toezichthouders over te gaan inmiddels een klaagschrift bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch is ingediend, doet aan het voorgaande niet af, nu de aangifte vooralsnog niet tot een vervolging en veroordeling van de toezichthouders heeft geleid.

2.3.4. Gelet op het vorenoverwogene heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de burgemeester ten onrechte is overgegaan tot intrekking van de bij het besluit van 6 augustus 2009 aan De Groene Sael verleende ontheffing. Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. De Vries

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012

582-748.