Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW7608

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
201106551/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juli 2010 heeft het CBR [appellant] verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid en de geldigheid van zijn rijbewijs voor alle categorieën geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106551/1/A3.

Datum uitspraak: 6 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 april 2011 in zaak

nr. 10/6452 in het geding tussen:

[appellant]

en

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

(hierna: het CBR).

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2010 heeft het CBR [appellant] verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid en de geldigheid van zijn rijbewijs voor alle categorieën geschorst.

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juni 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 6 juli 2011.

Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2012, waar het CBR, vertegenwoordigd door drs. M.M. van Dongen, werkzaam bij het CBR, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt. Bij besluit van 25 maart 2011 is het rijbewijs van [appellant] naar aanleiding van de uitslag van het opgelegde onderzoek ongeldig verklaard. Het CBR heeft ter zitting verklaard dat het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 19 augustus 2011 ongegrond is verklaard en [appellant] daartegen geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Gelet hierop is laatstgenoemd besluit in rechte onaantastbaar geworden. Aan het besluit van 25 maart 2011 komt de grondslag niet te ontvallen, indien ten gevolge van de onderhavige procedure het besluit van 26 juli 2010 zou worden herroepen. Ook anderszins kan [appellant] door het hoger beroep niet in een gunstigere positie geraken. Derhalve heeft [appellant] geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. P. van Dijk en mr. J.E.M. Polak, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2012

176-597.