Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW6919

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
201103465/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VOORBEREIDINGSPROCEDURE. Mondelinge zienswijzen. Het inwinnen van informatie over het ontwerpbesluit en het stellen van vragen daarover aan een ambtenaar van de gemeente, kan niet op één lijn worden gesteld met het mondeling indienen van een zienswijze als bedoeld in art. 3:15, lid 1 Awb.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:15
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/631
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103465/1/A4.

Datum uitspraak: 30 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2011 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een melkrundvee- en varkensbedrijf aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 23 februari 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief van 31 maart 2011, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2011, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 april 2012, waar het college, vertegenwoordigd door A.M. Zwiers, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. D. Pool, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), voor zover hier van belang, legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit ter inzage.

Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren brengen.

Ingevolge artikel 3:17 wordt van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht een verslag gemaakt.

Ingevolge artikel 6:13, voor zover hier van belang, kan tegen een besluit geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze over het ontwerp van dit besluit naar voren heeft gebracht.

2.2. Vaststaat dat geen schriftelijke zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren zijn gebracht. [appellanten] voeren aan dat zij in een op 21 december 2010 gevoerd gesprek met een ambtenaar van de gemeente Hardenberg een mondelinge zienswijze naar voren hebben gebracht.

2.3. Het college stelt zich op het standpunt dat geen mondelinge zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren zijn gebracht en dat het op 21 december 2010 gevoerde gesprek informatief van aard was. Het college stelt in dit verband dat het bij de gemeente Hardenberg vaste praktijk is dat van naar voren gebrachte mondelinge zienswijzen een verslag als bedoeld in artikel 3:17 van de Awb wordt opgesteld. Mede uit de omstandigheid dat naar aanleiding van het gesprek op 21 december 2010 geen verslag als bedoeld in artikel 3:17 van de Awb is opgesteld, volgt volgens het college dat dit gesprek niet kan worden aangemerkt als het naar voren brengen van een mondelinge zienswijze.

2.4. Het ontwerpbesluit is blijkens de kennisgeving met ingang van 2 december 2010 voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. In de kennisgeving is vermeld dat belanghebbenden mondeling en schriftelijk zienswijzen naar voren kunnen brengen.

Wat het betoog van [appellanten] betreft dat zij in een met een ambtenaar van de gemeente Hardenberg op 21 december 2010 gevoerd gesprek een mondelinge zienswijze naar voren hebben gebracht, overweegt de Afdeling dat op grond van hetgeen daarover naar voren is gebracht aannemelijk is dat zij in dit gesprek informatie hebben ingewonnen over de inhoud van het ontwerpbesluit en het verdere verloop van de procedure, maar dat niet aannemelijk is dat zij in dat gesprek de wens te kennen hebben gegeven een zienswijze naar voren te brengen. Dat [appellanten] informatie hebben ingewonnen over het ontwerpbesluit en vragen daarover hebben gesteld, kan niet op één lijn worden gesteld met het mondeling indienen van een zienswijze als bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, van de Awb. Hieruit volgt dat [appellanten] geen zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat dit hen redelijkerwijs niet kan worden verweten.

2.5. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2012

163-732.