Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW6907

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
201203718/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2012, kenmerk 4015562, heeft de raad het bestemmingsplan "Park Randenbroek e.o." vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201203718/2/R2.

Datum uitspraak: 24 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Amersfoort,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2012, kenmerk 4015562, heeft de raad het bestemmingsplan "Park Randenbroek e.o." vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2012, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 mei 2012, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. J.A. Wols, en de raad, vertegenwoordigd door D. Schalks, A. Goossens, W. Oxener R. van Assema, allen werkend bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is de vereniging Amersfoortse IJsvereniging, vertegenwoordigd door R.A. Donker, ter zitting als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de vaststelling van de aanduiding "skeelerbaan" voor de gronden tegenover zijn woning aan de [locatie] te Amersfoort. Hiertoe voert hij aan dat de in het plan voorziene combibaan, gezien de afmetingen ervan, een besloten karakter krijgt met een landelijke uitstraling. Dit acht hij in strijd met het eerder ingenomen standpunt van de raad dat de gronden een openbare multifunctionele recreatieve inrichting zouden krijgen alsmede in strijd met de beoogde groene en kleinschalige uitstraling van het plan. Hierbij stelt hij dat het plan tevens voorziet in grootschalig parkeren, hetgeen volgens hem eveneens in strijd is met het groene en kleinschalige karakter van het plan.

2.2.1. De voorzitter acht niet aannemelijk dat de combibaan een besloten karakter krijgt met een landelijke uitstraling. Hiertoe acht hij onder meer van belang dat de parkeerbehoefte voor de combibaan is geraamd op 20 parkeerplaatsen. Daarnaast volgt uit de stukken dat de raad afspraken heeft gemaakt met de Amersfoortse IJsvereniging over de toegankelijkheid van de combibaan. De Amersfoortse IJsvereniging heeft dit ter zitting bevestigd. Bij het voorgaande betrekt de voorzitter dat [verzoeker] niet aannemelijk heeft gemaakt dat dergelijke afspraken met het oog op een goede ruimtelijke ordening in het plan hadden moeten worden opgenomen. Dat met het plan is beoogd het gebied een groene en kleinschalige uitstraling te geven, heeft [verzoeker] daarnaast niet aannemelijk gemaakt. Hieromtrent is in de plantoelichting vermeld dat het plan, in navolging van de gemeentelijke structuurvisie, tot doel heeft om het plangebied te ontwikkelen tot een beekdal waarin natuur en cultuur elkaar ontmoeten en dat functioneert als een gevarieerd recreatief groengebied voor heel Amersfoort. Met het bovenstaande acht de voorzitter voorts voldoende weerlegd dat het plan ten behoeve van de combibaan niet voorziet in grootschalig parkeren. Voor zover [verzoeker] opkomt tegen de verder in het plan mogelijk gemaakte parkeerplaatsen heeft hij niet onderbouwd dat dientengevolge het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. In bovenstaande beroepsgronden ziet de voorzitter dan ook geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in de hoofdzaak geen stand zal kunnen houden.

2.3. [verzoeker] voert voorts aan dat de met het plan mogelijk gemaakte lichtmasten, geluidinstallaties en aanverwante bouwwerken op gespannen voet staan met het streven naar natuurbehoud op het terrein. Volgens [verzoeker] ontbreekt ten onrechte een lichtmastenbeleid. Daarnaast stelt [verzoeker] dat gelet op de in de notitie "Verlichting sportvelden langs Park Randenbroek te Amersfoort" van 6 september 2011 van bureau Waardenburg geadviseerde bijplant van bomen, het plan niet binnen de planperiode kan worden gerealiseerd. Bijplant van bomen leidt er volgens hem toe dat de combibaan zal moeten worden verplaatst hetgeen volgens hem niet mogelijk is vanwege de geluidnormen voor omliggende woningen.

2.3.1. Gezien de in de planregels verankerde bescherming van onder meer vleermuizen, ziet de voorzitter geen aanknopingspunten voor de verwachting dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat onvoldoende rekening is gehouden met het belang bij natuurbehoud. De voorzitter wijst op artikel 9.2.3. en 9.3.1. van de planregels. [verzoeker] heeft daarnaast niet met feiten en omstandigheden onderbouwd dat de aanplant van bomen moet leiden tot een verschuiving van de combibaan. De voorzitter gaat er daarom op voorhand vanuit dat het bestreden besluit in de hoofdzaak niet reeds daarom geen stand zal kunnen houden.

2.4. De voorzitter overweegt tot slot dat de verdere beroepsgronden op voorhand ook geen aanknopingspunten geven voor de verwachting dat het bestreden besluit in de hoofdzaak geen stand zal kunnen houden.

2.5. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Konings

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2012

647.