Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW6332

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-05-2012
Datum publicatie
23-05-2012
Zaaknummer
201107387/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Son Centrum" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107387/1/R3.

Datum uitspraak: 23 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], wonend te Son, gemeente Son en Breugel,

2. Parochie Sint Petrus' Banden, gevestigd te Son, gemeente Son en Breugel,

en

de raad van de gemeente Son en Breugel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Son Centrum" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 juli 2011, en Sint Petrus' Banden bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2011, beroep ingesteld. [appellanten sub 1] hebben hun beroep aangevuld bij brief van 4 augustus 2011. Sint Petrus' Banden heeft haar beroep aangevuld bij brief van 8 augustus 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2012, waar [appellanten sub 1], bijgestaan door mr. T.A.M. van Oosterhout, advocaat te Utrecht, Sint Petrus' Banden, vertegenwoordigd door H. Hutten, bijgestaan door mr. I.J.J.M. Roorda, advocaat te Rosmalen, en de raad, vertegenwoordigd door drs. O.G. Schook en D.G.M.W. Hulsen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Buiten bezwaren van partijen heeft de raad ter zitting nog stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. [appellanten sub 1] en Sint Petrus' Banden komen in beroep tegen de plandelen met de bestemming "Centrum - 1" en "Verkeer" voor de percelen op de hoek van de Nieuwstraat en het Kerkplein naast de bestaande kerk, waarmee wordt voorzien in een multifunctioneel gebouw.

2.1.1. Door de raad is eerder, bij besluit van 24 februari 2010, het bestemmingsplan "Son Centrum; bibliotheek Kerkplein - Nieuwstraat" vastgesteld, dat voorzag in een multifunctioneel gebouw op de hoek van de Nieuwstraat en het Kerkplein, naast de bestaande kerk. Tegen dit laatste plan is door [appellanten sub 1] en Sint Petrus' Banden beroep ingesteld. Bij de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2011 in zaak nr. 201004489/1/R3 heeft de Afdeling de beroepen gegrond verklaard en het besluit van de raad van 24 februari 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Son Centrum; bibliotheek Kerkplein - Nieuwstraat" vernietigd. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij het onderzoek naar de parkeerbehoefte en de verkeerseffecten van het plan niet is uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het plan biedt, en het op dit onderzoek gebaseerde bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig tot stand is gekomen. Voorts overwoog de Afdeling dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat, ondanks dat de te projecteren geluidgevoelige bebouwing een geluidbelasting heeft die oploopt tot 59 dB ter plaatse van de Nieuwstraat, het plan uit oogpunt van geluidbelasting in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Het bestemmingsplan "Son Centrum; bibliotheek Kerkplein - Nieuwstraat" is, zoals de raad in zijn verweerschrift ook te kennen geeft, in het thans voorliggende plan volledig overgenomen. Nu in het thans voorliggende plan aan de vaststelling van de plandelen met de bestemming "Centrum - 1" en "Verkeer" geen andere motivering of nadere onderzoeken ten grondslag liggen dan aan het bestemmingsplan "Son Centrum; bibliotheek Kerkplein - Nieuwstraat", ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover daarbij de bestreden plandelen met de bestemming "Centrum - 1" en "Verkeer" zijn vastgesteld, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep van Sint Petrus' Banden is gegrond. Het beroep van [appellanten sub 1] is, voor zover gericht tegen evenbedoelde plandelen, eveneens gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.1.2. Gelet hierop behoeven de overige door [appellanten sub 1] en Sint Petrus' Banden met betrekking tot evenbedoelde plandelen aangevoerde beroepsgronden, die betrekking hebben op de goot- en nokhoogte, de situering ten opzichte van de kerk en de daarmee verband houdende lichtinval, de gemeentelijke beleidsvisie voor het gebied, het gesloten coalitieakkoord na de gemeenteraadsverkiezingen, de noodzaak van het plan en de aanleg van infrastructuur, geen bespreking meer.

2.2. [appellanten sub 1] betogen voorts dat het thans aanwezige groen op het Kerkplein ten onrechte niet als zodanig is bestemd. Zij wensen het aanwezige groen te behouden.

2.2.1. Aan het Kerkplein is, voor zover thans van belang, de bestemming "Verkeer" toegekend. Ingevolge artikel 10, lid 10.1, onder e, van de planregels zijn de als zodanig bestemde gronden mede bestemd voor groenvoorzieningen. Anders dan [appellanten sub 1] menen, voorziet het plan derhalve in groen ter plaatse.

Voorts is niet onredelijk te achten het ter zitting door de raad ingenomen standpunt dat kleine losse stukjes groen binnen een verkeersbestemming zijn gebracht om waar nodig groen te kunnen vervangen door wegverharding of juist nieuw groen aan te kunnen brengen en dat slechts voor gronden met natuurwaarden een aparte groenbestemming is toegekend. Het betoog faalt.

2.3. Voorts komen [appellanten sub 1], die wonen aan de Torenstraat 5 te Son, in beroep tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - jongerencentrum". Volgens hen blijft het jongerencentrum ten onrechte op die locatie gesitueerd en is het bouwvlak van dit plandeel ten onrechte verruimd ten opzichte van het vorige plan. In dit verband stellen zij dat al eerder is geconstateerd dat de geluidsoverlast van de bezoekers van het ter plaatse gevestigde jongerencentrum niet kan worden teruggebracht tot een aanvaardbaar geluidsniveau.

In dit verband komen [appellanten sub 1] eveneens in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Groen" voor zover dat ziet op de gronden achter hun perceel. Volgens hen voorziet het plan ten onrechte in een pad ter plaatse, nu de bezoekers van het jongerencentrum van dit pad gebruik maken en zo voor geluidsoverlast zorgen bij de woning van [appellanten sub 1].

2.3.1. Ingevolge artikel 11, lid 11.1, van de planvoorschriften zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen;

b. (…);

c. een bestaande maatschappelijke en culturele voorziening: jongerencentrum 'Oase' ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - jongerencentrum";

d. (…).

Ingevolge artikel 11, lid 11.2, onder 3, gelden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - jongerencentrum" de volgende bepalingen:

a. er is niet meer dan één gebouw toegestaan;

b. de oppervlakte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 330 m²;

c. de goot- en bouwhoogte van het gebouw mogen niet meer bedragen dan 3,95 m.

2.3.2. De Afdeling overweegt dat de raad met de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - jongerencentrum" de bestaande, legale situatie als zodanig heeft bestemd. Niet aannemelijk is gemaakt dat een dergelijk centrum ter plaatse vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat gelet op het bepaalde in artikel 11, lid 11.2, onder 3 en anders dan [appellanten sub 1] hebben gesteld, het plan geen uitbreiding van het bestaande jongerencentrum toelaat. Voor zover [appellanten sub 1] hebben beoogd te stellen dat niet wordt voldaan aan de ter plaatse geldende geluidsnormen, overweegt de Afdeling dat dat een kwestie van handhaving van de ter plaatse geldende geluidsnormen betreft, die in de bestemmingsplanprocedure niet aan de orde kan komen.

Voorts is in de planregels die gelden voor de bestemming "Groen" een voetgangerspad toegelaten. Dit pad is feitelijk al aanwezig. Mede gelet op de afstand van ongeveer 40 m tussen de woning van [appellanten sub 1] en dit pad heeft de raad in redelijkheid het pad aanvaardbaar kunnen achten.

Het betoog faalt.

2.4. Voorts is volgens [appellanten sub 1] in het plan onvoldoende duidelijk vastgelegd welke evenementen op het Kerkplein zijn toegestaan en onder welke voorwaarden, met name ten aanzien van het geluidsniveau, zij mogen worden georganiseerd.

2.4.1. Aan het Kerkplein is de bestemming "Verkeer" toegekend.

Ingevolge artikel 10, lid 10.1, van de planregels zijn de als zodanig aangewezen gronden bestemd voor:

a. voorzieningen voor verkeer en verblijf, zoals wegen, (on- en halfverharde) paden en parkeervoorzieningen;

b. garageboxen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "garage";

c. een antennemast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "antennemast";

d. geluidwerende voorzieningen;

e. groenvoorzieningen;

f. straatmeubilair;

g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

h. nutsvoorzieningen.

2.4.2. Anders dan [appellanten sub 1] en de raad kennelijk menen biedt, nu daarbij geen medebestemming ten behoeve van evenementen is opgenomen, het plan geen grondslag voor een gebruik ten behoeve van evenementen. Het mede bestemmen van de voor "Verkeer" aangewezen gronden voor verblijf betekent niet dat op basis van het plan ter plaatse van die bestemming het houden van evenementen is toegestaan. Het hierop betrekking hebbende betoog van [appellanten sub 1] mist derhalve feitelijke grondslag.

2.5. Verder komen [appellanten sub 1] in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Centrum - 1" tegenover hun woning. Zij stellen dat de raad door een maximale goothoogte van 7 m toe te kennen onvoldoende rekening heeft gehouden met hun belangen. [appellanten sub 1] vrezen voor schaduwwerking en verminderde lichtinval op hun perceel ten gevolge van het plan.

2.5.1. Door de raad is ter zitting toegelicht dat bij de toekenning van de maximale bouwhoogten in het plan is aangesloten bij de in het vorige plan middels ontheffing toegestane hoogten met een afronding naar boven. Niet in geschil is dat voor het plandeel met de bestemming "Centrum - 1" tegenover de woning van [appellanten sub 1] in het voorheen geldende bestemmingsplan na ontheffing een maximale goothoogte van ongeveer 6,6 m gold en dat in het thans voorliggende plan geen afwijkingsmogelijkheden meer zijn opgenomen. Mede gelet op de ligging van de percelen in het centrum van Son bestaat geen aanleiding de handelwijze van de raad onredelijk te achten. Het betoog faalt.

2.6. Ten slotte komen [appellanten sub 1] in beroep tegen het plandeel met de aanduiding "bouwvlak" voor het direct ten zuiden van hun woning gelegen perceel. Onder het voorheen geldende plan was aan het betreffende perceel wel een woonbestemming toegekend, maar geen bouwvlak op de plankaart ingetekend. De raad heeft derhalve bij de vaststelling van dit plan ten onrechte geen belangenafweging gemaakt op dit punt, aldus [appellanten sub 1].

2.6.1. Door de raad is ter zitting toegelicht dat onder het voorheen geldende plan eveneens bij recht bouwmogelijkheden bestonden voor het evenbedoelde perceel met dezelfde afmetingen als waarin het thans voorliggende plan voorziet. De systematiek van het voorheen geldende plan is echter anders dan het thans voorliggende plan. In het voorheen geldende plan was geen bouwvlak zichtbaar op de plankaart. Dit is door [appellanten sub 1] niet bestreden. [appellanten sub 1] hebben ook anderszins niet aannemelijk gemaakt dat de raad niet in redelijkheid de bestaande bebouwingsmogelijkheden heeft kunnen handhaven, zodat ook dit betoog faalt.

2.7. In hetgeen [appellanten sub 1] voor het overige hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover overigens bestreden, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover overigens bestreden, anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van [appellanten sub 1] is, behoudens hetgeen is overwogen onder 2.1.1., ongegrond.

2.8. De raad dient ten aanzien van [appellanten sub 1] en Sint-Petrus' Banden op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van Parochie Sint Petrus' Banden geheel en het beroep van [appellanten sub 1] gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Son en Breugel van 31 maart 2011 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Son Centrum" voor zover daarbij de plandelen met de bestremming "Centrum - 1" en "Verkeer" zijn vastgesteld, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

III. verklaart het beroep van [appellanten sub 1] voor het overige ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Son en Breugel tot vergoeding van bij [appellanten sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

veroordeelt de raad van de gemeente Son en Breugel tot vergoeding van bij Parochie Sint-Petrus' Banden in verband met de behandeling van het beroep van opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Son en Breugel aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [appellanten sub 1] en € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) voor Parochie Sint-Petrus' Banden vergoedt, met dien verstande dat ten aanzien van [appellanten sub 1] geldt dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2012

45-653.

<HR>

Kaart 1