Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW5947

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
201106891/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur aan het stadsdeel ontheffing verleend voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug in de Nieuwe Vaart.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106891/1/A3.

Datum uitspraak: 16 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2011 in zaak nr. 10/5675 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur aan het stadsdeel ontheffing verleend voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug in de Nieuwe Vaart.

Bij besluit van 13 oktober 2010 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 mei 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2011, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2012, waar [appellant], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E.G. Blees, werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bevat het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep.

Ingevolge artikel 6:6 kan het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2. [appellant] is bewoner van een woonboot genaamd [naam]. Wegens uitbreiding van Artis dient voor een aantal woonboten, waaronder de [naam], een nieuwe ligplaats te worden gevonden. Hiertoe heeft het stadsdeel ontheffing aangevraagd voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug ten behoeve van een aantal nieuwe ligplaatsen in de

Nieuwe Vaart.

2.3. Nadat [appellant] bij brief van 25 november 2010 in de gelegenheid is gesteld gronden aan te voeren, heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift naar haar oordeel geen gronden bevat, zoals vereist ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en

onder d, van de Awb en de reactie op de brief van 25 november 2010 evenmin, zodat het gebrek niet is hersteld.

2.4. De Afdeling onderschrijft dat oordeel van de rechtbank. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert, biedt voorts geen grond voor een ander oordeel. De rechtbank heeft het beroep derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. Sparreboom

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012

317-730.