Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW5940

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
201109893/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 februari 2010 heeft de raad het verzoek van de maatschap om een bestemmingsplanherziening voor de nieuwvestiging van een varkenshouderij op het perceel aan de Geesterseveldweg ong. afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201109893/1/R1.

Datum uitspraak: 16 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Geesteren, gemeente Tubbergen,

en

de raad van de gemeente Tubbergen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2010 heeft de raad het verzoek van de maatschap om een bestemmingsplanherziening voor de nieuwvestiging van een varkenshouderij op het perceel aan de Geesterseveldweg ong. afgewezen.

Bij besluit van 13 september 2010, verzonden op 24 september 2010, heeft de raad het door de maatschap hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft de maatschap bij brief, bij de rechtbank Almelo ingekomen op 27 oktober 2010, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 25 november 2010. De rechtbank heeft het beroep naar de Afdeling doorgezonden, waar dit op 12 september 2011 is ingekomen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 maart 2012, waar de maatschap, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, en de raad, vertegenwoordigd door I.M.J. Leferink-Booijink, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De maatschap betoogt onder meer dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het bouwplan niet past binnen de ontginningsstructuur van het gebied Geesterseveld. Zij stelt dat de ontginningsstructuur van het gebied Geesterseveld juist evenwijdig loopt aan de Geesterseveldweg en dat het enkele feit dat het bouwblok aan de Geesterseveldweg is gesitueerd er niet aan afdoet dat het bouwblok tevens haaks op de Witteveenseweg is gesitueerd. De maatschap betoogt voorts dat het betreffende gebied een landbouwontwikkelingsgebied als bedoeld in het reconstructiebeleid is en dat het ruimtelijk kwaliteitskader RKK De Ruimte erin voorziet dat in zo'n gebied intensieve veeteelt voorrang heeft boven andere functies.

2.2. De raad betoogt dat het plan van de maatschap in strijd is met het RKK De Ruimte, omdat vestiging van een agrarisch bedrijf dat wordt ontsloten op de Geesterseveldweg niet aansluit bij de ontginningsstructuur van het Geesterseveld, omdat de nabijgelegen bedrijven ten zuiden van de Geesterseveldweg worden ontsloten op de Witteveenseweg of de Lemenhofweg. Het plan van de maatschap voorziet hier niet in en tast daardoor de openheid van het ontginningsgebied aan.

2.3. Het RKK De Ruimte strekt ertoe inzicht te geven in de ontwikkelrichting voor landbouw, landschap, natuur, water en recreatie in de gemeente Tubbergen. Daarbij zijn mede ter uitwerking van het reconstructieplan en het reconstructiebeleid uitgangspunten voor de vestiging van intensieve veehouderijen aangegeven. In het RKK De Ruimte is aangegeven dat de bedrijven in het gebied Geesterseveld zijn ingebed in de ontginningsstructuur, in langgerekte smalle kavels. Deze lange kavels worden benadrukt door singelbeplantingen aan de zijkanten van de bouwkavels. De singels geven de bedrijfsgebouwen rugdekking. In de in het RKK De Ruimte vermelde voorbeelden is aangegeven dat bouwblokken worden gesitueerd en ontsloten daar waar de korte zijde van de langgerekte percelen grenst aan een weg teneinde het open karakter van het gebied Geesterseveld te behouden.

2.4. Voor zover de maatschap betoogt dat de vestiging van een veehouderij in een landbouwontwikkelingsgebied voorrang dient te hebben boven andere functies overweegt de Afdeling dat de raad zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat buiten de gekozen locatie mogelijkheden bestaan voor de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij in het gebied welke niet in strijd zijn met de uitgangspunten van het RKK De Ruimte. Anders dan de maatschap betoogt voorziet het RKK De Ruimte er niet in dat in het gebied Geesterseveld de vestiging van intensieve veehouderijen zonder beperkingen uit ruimtelijk oogpunt mogelijk is.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het perceel aan de Geesterseveldweg ong. waar de maatschap een varkenshouderij wil realiseren, is gelegen direct ten zuiden van de Geesterseveldweg ongeveer in het midden tussen de kruisingen van die weg met enerzijds de Lemenhofweg en anderzijds de Witteveenseweg. De afstand tussen die kruisingen bedraagt ongeveer 500 meter. De agrarische percelen ten zuiden van de Geesterseveldweg zijn langgerekt waarbij de lange zijde evenwijdig loopt aan de Geesterseveldweg; de korte zijden van de langgerekte percelen sluiten aan op de Lemenhofweg of de Witteveenseweg. Gezien het vorenstaande heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de situering van een varkenshouderij op het beoogde perceel aan de Geesterseveldweg ong. niet in overeenstemming is met het RKK De Ruimte. In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid aan dit beleid heeft kunnen vasthouden.

2.5. In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is in zoverre is genomen in strijd met het recht. Nu de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van het verzoek om een bestemmingsplanherziening reeds op deze grond in stand kan blijven, behoeven de beroepsgronden met betrekking tot de andere afwijzingsgronden geen bespreking. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012

191.