Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW5908

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
201109620/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Arnhem Zuid-Oost" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201109620/1/R2.

Datum uitspraak: 16 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante] en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Big Apple Arnhem B.V., beide gevestigd te Arnhem,

en

de raad van de gemeente Arnhem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Arnhem Zuid-Oost" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellante] en Big Apple bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 4 oktober 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] en Big Apple, de raad en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wereldhave Nederland B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 maart 2012, waar [appellante] en Big Apple, vertegenwoordigd door M. Kleine, en de raad, vertegenwoordigd door ing. B. Lagerberg en mr. E. van Noordenburg, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Verder zijn als partij gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JVH Gaming & Entertainment B.V., vertegenwoordigd door mr. S.M.J. van Groenendael-Rijken, bijgestaan door mr. M.T.C.A. Smets, advocaat te Eindhoven, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wereldhave Nederland B.V., vertegenwoordigd door mr. B.W.M. Wisman, bijgestaan door mr. A.R. Klijn, advocaat te Amsterdam.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep is gericht tegen het plan voor zover dat met de aanduiding "casino" de vestiging van een casino mogelijk maakt in het pand Kronenburgsingel 3 te Arnhem.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid.

2.2. De raad betwist de ontvankelijkheid van het beroep van [appellante] en Big Apple, omdat zij geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren hebben gebracht, en hun beroep zich niet richt tegen een wijziging bij vaststelling.

2.2.1. [appellante] en Big Apple hebben hiertegen ingebracht dat het niet naar voren brengen van een zienswijze hun redelijkerwijs niet kan worden verweten, omdat eerst bij vaststelling van het plan door toevoeging van de aanduiding "casino" de vestiging van een casino mogelijk is gemaakt. Daarnaast zijn bij vaststelling van het plan definities van casino en speelautomatenhal opgenomen en is het bouwvlak met de aanduiding "casino" vergroot.

2.2.2. Ingevolge artikel 8.2., eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met art. 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, voorschriften of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht. Hiervan is onder meer sprake indien het beroep is gericht tegen een onderdeel van het plan dat eerst bij gewijzigde vaststelling daarin is opgenomen en belanghebbende daardoor in een ongunstiger positie is gebracht ten aanzien van het ontwerpplan.

2.2.3. [appellante] en Big Apple hebben geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht. Hun betoog dat hun dit niet verweten kan worden omdat de aanduiding "casino" niet in de digitale verbeelding van het ontwerpplan was opgenomen, acht de Afdeling ongegrond. Gezien het ontwerpplan op www.ruimtelijkeplannen.nl, alwaar het ontwerpplan blijkens de kennisgeving kon worden ingezien, en gezien het verweerschrift en de daarbij overgelegde stukken, moet worden vastgesteld dat bij dit ontwerpplan het perceel Kronenburgsingel 3 is voorzien van de aanduiding "casino", waarmee ter plaatse de vestiging van een casino mogelijk wordt gemaakt. De stelling van [appellante] en Big Apple van het tegendeel berust kennelijk op een onvolledige raadpleging van deze verbeelding. Overigens is ook op de ter inzage gelegde papieren verbeelding van het ontwerpplan deze aanduiding weergegeven.

De in het vastgestelde plan aan het perceel toegekende aanduiding "casino" komt met de aanduiding in het ontwerpplan overeen, behoudens voor zover het betreft een strook van dit perceel met een oppervlakte van circa 70 m2 langs de Kronenburgsingel. Bij vaststelling van het plan is ook deze strook van de aanduiding "casino" voorzien teneinde die te laten samenvallen met de bestaande bebouwing. Voorts zijn, voor zover thans van belang, bij vaststelling van het plan aan de planregels omschrijvingen van de begrippen "casino" en 'speelautomatenhal' toegevoegd.

De Afdeling is van oordeel dat deze laatste wijzigingen aan de inhoud van de bestemmingsregeling voor het perceel niets toevoegen aangezien ook zonder deze begripsomschrijvingen met de aanduiding "casino" in het ontwerpplan al een casino en een speelautomatenhal op het perceel waren toegelaten. De bij vaststelling aan het perceel toegekende aanduiding "casino" waar deze overeenkomt met de aanduiding in het ontwerpplan betreft derhalve geen wijziging waardoor [appellante] en Big Apple in een ongunstiger positie zijn gebracht ten opzichte van het ontwerpplan.

Gelet hierop en omdat ook verder geen redenen zijn gesteld of gebleken waarom hen redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze naar voren te hebben gebracht, dient hun beroep in zoverre niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Wat betreft de toekenning van de aanduiding "casino" aan meergenoemde strook van het perceel bij vaststelling van het plan acht de Afdeling niet uitgesloten dat [appellante] en Big Apple daardoor in een ongunstiger positie zijn geraakt. In zoverre bestaat derhalve geen reden het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

Ten aanzien van het beroep inhoudelijk.

2.3. Behoudens waar het gaat om meergenoemde strook van het perceel, moet, gezien het bovenstaande, de mogelijkheid om ter plaatse een casino te vestigen als gegeven worden beschouwd. In geding is nog slechts de met de gewijzigde vaststelling van het plan geschapen mogelijkheid om een relatief klein deel van de bestaande bebouwing ook als casino te gebruiken.

De Afdeling is niet aannemelijk geworden dat deze mogelijkheid als zodanig bezien voor [appellante] en Big Apple ernstige bezwaren met zich brengt. De Afdeling neemt voorts in aanmerking dat onweersproken is gesteld dat de wijziging van de aanduiding dient om deze te laten samenvallen met de bestaande bebouwing. De Afdeling is van oordeel dat de raad hierin een belang heeft kunnen zien waaraan meer gewicht toekomt dan aan de daaruit voor [appellante] en Big Apple voortvloeiende bezwaren.

2.3.1. In hetgeen [appellante] en Big Apple hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan op dit punt strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep, voor zover ontvankelijk, is ongegrond.

Proceskosten

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen de aanduiding "casino" die overeenkomt met deze aanduiding in het ontwerpplan, zoals weergegeven op de bijgevoegde kaart I;

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. De Rooy

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012

59-704.

<HR>

Kaart I