Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW4505

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
201201513/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 november 2011, kenmerk 11.11.07, heeft de raad het bestemmingsplan "Heusden Komgebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201513/2/R3.

Datum uitspraak: 25 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), gevestigd dan wel wonend te Heusden, gemeente Asten,

en

de raad van de gemeente Asten,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 november 2011, kenmerk 11.11.07, heeft de raad het bestemmingsplan "Heusden Komgebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 februari 2012, beroep ingesteld.

Bij afzonderlijke brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 februari 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 april 2012, waar [verzoeker], in de persoon van [verzoeker B], bijgestaan door mr. F.K. van den Akker, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.M.P.M. Bouten en mr. J.H.M. Vercammen, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. G.L.C.C. van den Waardenburg, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde], verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] kan zich niet verenigen met het plan voor zover dat ten behoeve van een nieuw te bouwen woning op het perceel Meijelseweg 17a voorziet in de bestemming "Wonen" en een bouwvlak op dat perceel. Volgens [verzoeker] zal een nieuwe woning op dat perceel hem beperken in de uitbreidingsmogelijkheden van zijn naastgelegen glastuinbouwbedrijf op het perceel [locatie]. Hij wijst er in dit kader op dat op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2008", dat op zijn perceel van toepassing is, de minimale afstand tussen kassen en woningen van derden 25 meter moet zijn en dat de kortste afstand tussen de bestaande kassen en de nieuw voorziene woonbestemming op het perceel Meijelseweg 17a exact 25 meter bedraagt. Dit betekent dat hem de mogelijkheid wordt ontnomen zijn kassen in die richting uit te breiden. Verder voert [verzoeker] aan dat hij reeds op 23 mei 2008 een aanvraag om een bouwvergunning heeft ingediend, ten einde zijn kassen aan zijde van de Meijelseweg 17a uit te breiden met een technische ruimte, waarin delen van een warmteterugwininstallatie zullen worden geplaatst. Bij het vaststellen van het plan is met deze concrete uitbreidingsplannen geen rekening gehouden. Bovendien is uit akoestisch onderzoek van de Milieudienst gebleken dat een uitbreiding in de richting van de nieuw te bouwen woning meebrengt dat zijn bedrijf niet langer aan de geluidgrenswaarden van het Besluit glastuinbouw kan voldoen.

2.3. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening is gehouden met de vraag of de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf van [verzoeker] worden beperkt. Uit een bij de plantoelichting gevoegde ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 17a, gedateerd 22 november 2011, blijkt volgens hem dat de uitbreidingsmogelijkheden aan de noordwestzijde van het bedrijf niet reëel zijn vanwege de daar aanwezige tuin, bedrijfswoning en zwembad. De raad is daarom bij het bepalen van de ligging van het bouwvlak op het perceel Meijelseweg 17a uitgegaan van de bestaande bedrijfsbebouwing op het perceel van [verzoeker]. Gelet hierop en op de in het bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2008" voorgeschreven onderlinge afstand, heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat geen grotere afstand dan 25 meter tussen het bouwvlak en de bedrijfsgebouwen van [verzoeker] behoefde te worden aangehouden.

2.4. Vast staat dat op de gronden van [verzoeker] het bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2008" van toepassing is. Ingevolge artikel 3, lid 3.3.4, van dat bestemmingsplan en de daarbij behorende tabel geldt, samengevat weergegeven, een minimale afstand van kassen tot woningen (anders dan de eigen bedrijfswoning) van 25 meter.

Vast staat dat de onderlinge afstand tussen het bouwvlak op het perceel Meijelseweg 17a en de bestaande kassen van [verzoeker] 25 meter is.

2.5. Vast staat dat [verzoeker] op 23 mei 2008 een bouwvergunning heeft aangevraagd om zijn bedrijfsgebouwen in noordwestelijke richting uit te breiden. Het bestreden besluit geeft er geen blijk van dat de raad op enige wijze rekening heeft gehouden met deze aanvraag. Met betrekking tot de stelling van de raad dat uit de bovengenoemde ruimtelijke onderbouwing is gebleken dat een uitbreiding in noordwestelijke richting niet reëel is omdat hier onder meer een zwembad en de bedrijfswoning ligt, overweegt de voorzitter dat gelet op de stukken waaronder de tekening behorende bij de bouwaanvraag, en het verhandelde ter zitting niet kan worden gezegd dat een uitbreiding op die plek niet reëel is. Zo bestaat het zwembad uit een bassin dat eenvoudig kan worden ontmanteld en behoeft de bedrijfswoning niet te worden gesloopt of verplaatst om de uitbreiding te realiseren. Verder is aannemelijk gemaakt dat geen alternatieve locaties op het perceel van [verzoeker] voorhanden zijn om de warmteterugwininstallatie efficiënt te kunnen gebruiken. Onder deze omstandigheden acht de voorzitter het niet uitgesloten dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en dat het bestreden besluit in zoverre niet in stand zal blijven in die procedure. Gelet hierop bestaat aanleiding om het besluit waarbij het bestemmingsplan "Heusden Komgebied" is vastgesteld bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel Meijelseweg 17a.

2.6. De raad dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Asten van 22 november 2011, kenmerk 11.11.07, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Heusden Komgebied", voor zover het het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel Meijelseweg 17a betreft;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Asten tot vergoeding van bij [verzoekster A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 916,92 (zegge: negenhonderdzestien euro en tweeënnegentig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

III. gelast dat de raad van de gemeente Asten aan [verzoekster A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012

361.