Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW4502

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
201201905/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Oosterhoogebrug en Ulgersmaborg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201905/2/R4.

Datum uitspraak: 25 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Groningen,

en

de raad van de gemeente Groningen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Oosterhoogebrug en Ulgersmaborg" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 februari 2012, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 februari 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 april 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door B.H.M. Lenders, en de raad, vertegenwoordigd door drs. J.P. Koppert en drs. G.C.H.J. van den Vorstenbosch, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord [belanghebbende].

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet, voor zover thans van belang, in de mogelijkheid ter plaatse van het perceel aan de [locatie] bedrijfsmatig logies te verstrekken.

2.3. [verzoeker] kan zich niet verenigen met het plan in zoverre. Hij betoogt dat het verstrekken van logies ter plaatse voor hem ernstige overlast tot gevolg zal hebben. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen heeft hij verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Aan het perceel aan de [locatie] is de bestemming "Gemengd" met de nadere aanduiding "horeca van categorie 5" toegekend.

Ingevolge artikel 8, lid 8.1, aanhef en onder i, van de planregels zijn de gronden waaraan de bestemming "Gemengd" met de nadere aanduiding "horeca van categorie 5" is toegekend onder meer bestemd voor horeca in categorie 5.

Ingevolge artikel 1, lid 1.41, wordt onder horeca in categorie 5 verstaan: horecabedrijven gericht op het verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse, zoals hotels en pensions.

Het plan biedt in zoverre ruimere gebruiksmogelijkheden dan het thans geldende bestemmingsplan "Rijksweg". Het verzoek is gericht op deze verruiming van de gebruiksmogelijkheden. Ter zitting is komen vast te staan dat het plan ten aanzien van het perceel aan de Rijksweg 10a geen ruimere bebouwingsmogelijkheden biedt dan het thans geldende bestemmingsplan "Rijksweg". Naar het oordeel van de voorzitter brengt de omstandigheid dat hangende de beroepsprocedure bij de Afdeling ter plaatse van het perceel aan de Rijksweg 10a het bedrijfsmatig verstrekken van logies is toegelaten, geen feitelijk onomkeerbare situatie met zich. Verder kan, indien het besluit tot vaststelling van het plan op dit punt wordt vernietigd en het verstrekken van logies op grond van het daarna geldende planologische regime niet is toegestaan, tegen dit gebruik in beginsel handhavend worden opgetreden. De inwerkingtreding van het plan leidt in zoverre evenmin tot een juridisch onomkeerbare situatie. Daarbij betrekt de voorzitter dat nu [belanghebbende] een aantal kamers in de bestaande woning wenst te gebruiken voor het verstrekken van logies, niet is gebleken van een voornemen tot een aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van een verbouwing tot logiesaccommodatie.

2.5. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Brand, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Brand

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012

575.