Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW3933

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
201107583/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 mei 2011, nr. AB11.00463, heeft het college het wijzigingsplan "Heidezicht - 2e wijziging" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201107583/1/R1.

Datum uitspraak: 25 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van Eigenaars Oostereng A., gevestigd te Bussum,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bussum,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2011, nr. AB11.00463, heeft het college het wijzigingsplan "Heidezicht - 2e wijziging" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de Vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 9 augustus 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2012, waar de Vereniging, vertegenwoordigd door mr. R.H.A. ter Huurne, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand, en het college, vertegenwoordigd door dr. K.B.J. Steenbakkers, H. Teuwissen, beiden werkzaam bij de gemeente, en bijgestaan door mr. C. Burgemeestre, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan is gebaseerd op artikel 24, vijfde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan "De Engh" (hierna: het bestemmingsplan) en voorziet in een terras ten behoeve van de in het op 16 juni 2009 vastgestelde wijzigingsplan "Heidezicht" voorziene horecagelegenheid in de zuidelijke zone van de zogenoemde Groene Long van Bussum.

Ontvankelijkheid

2.2. Door het college wordt de ontvankelijkheid van het beroep van de Vereniging betwist. Volgens hem is de Vereniging geen belanghebbende bij het bestreden besluit omdat het appartementencomplex van de Vereniging op ruime afstand van het voorziene terras is gelegen en vanuit de woonlocatie geen zicht hierop is vanwege aanwezige beplanting.

2.2.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit omtrent wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge artikel 1:2, derde lid, worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.2.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 maart 2008 in zaak nr. 200702359/1) komt een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, daarmee op voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. In geval van een splitsing in appartementsrechten als bedoeld in titel 9 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ingevolge artikel 112 voorzien in de verplichting tot oprichting van een vereniging van eigenaars die ten doel heeft het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars. Hieruit volgt dat, ook indien dit niet uitdrukkelijk in de statuten is vermeld, een vereniging van eigenaars uit haar aard in beginsel opkomt voor de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars. Buiten twijfel is dat de Vereniging in dit geval opkomt voor de gemeenschappelijke belangen van haar leden.

De kortste afstand van het appartementencomplex tot het voorziene terras bedraagt ongeveer 75 m. Gelet op deze afstand, alsmede gelet op de ruimtelijke uitstraling van het terras, is de Afdeling van oordeel dat het belang van de Vereniging rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken, zodat zij als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.

Samenhang

2.3. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201106923/1/R1 heeft de Afdeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 7 februari 2011, kenmerk 2011-6187, voor zover goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden" en de subbestemming "Rh", vernietigd. Voorts is door de Afdeling goedkeuring aan dit plandeel onthouden en bepaald dat haar uitspraak, wat betreft dit plandeel, in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Nu met voornoemd besluit in een horecagelegenheid werd voorzien en onderhavig besluit voorziet in een terras ten behoeve van deze horecagelegenheid, ziet de Afdeling, gelet op de onlosmakelijke samenhang tussen deze besluiten, aanleiding voor het oordeel dat het plan is vastgesteld in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3.1 van de Wro te worden vernietigd.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Wat betreft de vergoeding van proceskosten die zijn toe te rekenen aan het verschijnen ter zitting van een beroepsmatige rechtsbijstandverlener, overweegt de Afdeling dat, in verband met de gezamenlijke behandeling ter zitting, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland in de uitspraak van heden in zaak nr. 201106923/1/R1, hierin wordt veroordeeld, nu het besluit van dat college aanleiding heeft gegeven voor de vernietiging in de onderhavige zaak.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bussum van 10 mei 2011, kenmerk AB11.00463;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bussum tot vergoeding van bij de vereniging Vereniging van Eigenaars Oostereng A. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Bussum aan de vereniging Vereniging van Eigenaars Oostereng A. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. Th.G. Drupsteen en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bosnjakovic

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012

410-728.