Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW3825

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
201201544/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Koekoeksweg 21, IJsselmuiden" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201544/2/R1.

Datum uitspraak: 16 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te IJsselmuiden, gemeente Kampen,

en

de raad van de gemeente Kampen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Koekoeksweg 21, IJsselmuiden" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2012, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 april 2012, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door S.H. Koopmans, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Gilden Ontwikkeling Kampen B.V., vertegenwoordigd door G.A. van der Steeg, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Voor zover de raad betoogt dat de brief van [verzoeker] van 9 februari 2012, ingekomen op 10 februari 2012, uitsluitend een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening betreft en dat [verzoeker] geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 22 december 2011, kan dit niet slagen. De brief van 9 februari 2012 heeft de strekking van een beroepschrift en voldoet aan alle hieraan gestelde wettelijke vereisten. Voorts heeft [verzoeker] naar aanleiding van deze brief griffierecht betaald voor de behandeling van een beroep en de behandeling van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet hierop dient de brief van 9 februari 2012 naar het voorlopige oordeel van de voorzitter te worden aangemerkt als beroepschrift en verzoekschrift.

2.3. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de bouw van elf nieuwbouwwoningen op een perceel dat voorheen in gebruik was als glastuinbouwbedrijf.

2.3.1. [verzoeker] richt zich tegen de plandelen met de bestemming "Wonen". [verzoeker] beoogt met zijn verzoek onomkeerbare ontwikkelingen ten gevolge van de inwerkingtreding van deze plandelen te voorkomen. [verzoeker] betoogt dat vanwege de in het plan voorziene woningbouw de bedrijfsvoering van zijn veehouderij zal worden belemmerd.

2.3.2. De raad heeft toegelicht dat hij onderzoek heeft verricht naar de geurbelasting op de in het plan voorziene woningen. In de notitie van 19 oktober 2011, die naar aanleiding hiervan is opgesteld door Kema Nederland B.V., staat dat uit berekeningen volgt dat de geurnorm van 8,0 odeureenheden voor de voorziene woningen niet wordt overschreden en dat de maximale geurbelasting op deze woningen 1,8 odeureenheden betreft. [verzoeker] heeft niet betoogd dat deze berekeningen onzorgvuldig zijn verricht, dan wel dat de uitkomst hiervan onjuist is. De raad heeft zich gelet hierop, naar het voorlopig oordeel van de voorzitter, in zoverre in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ter plaatse van de in het plan voorziene woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

2.3.3. Voorts heeft de raad toegelicht dat de bedrijfsvoering van de veehouderij van [verzoeker] niet wordt belemmerd door de in het plan voorziene woningen. Niet in geschil is dat op een kleinere afstand van het bedrijf van [verzoeker] reeds burgerwoningen zijn gelegen. Deze woningen zijn voor de toepassing van de milieuwetgeving bepalend voor de geurbelasting op de meest nabij gelegen gevoelige locatie. De raad heeft zich naar het voorlopig oordeel van de voorzitter terecht op het standpunt gesteld dat de in het plan voorziene woningen voor het bedrijf van [verzoeker] derhalve geen nieuwe belemmeringen in het leven roepen.

2.3.4. [verzoeker] heeft voorts betoogd dat de raad plannen heeft voor verdere ontwikkelingen in de omgeving van zijn bedrijf. Hiervoor geldt dat het onderhavige plan geen betrekking heeft op deze ontwikkelingen. Voor zover [verzoeker] vreest door deze ontwikkelingen in zijn bedrijfsvoering te worden belemmerd, kan dit naar het voorlopig oordeel van de voorzitter in deze procedure niet aan de orde komen.

2.4. In hetgeen [verzoeker] overigens heeft aangevoerd, ziet de voorzitter evenmin aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure geen stand zal kunnen houden.

2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Schaaf

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2012

523.