Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW3018

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-04-2012
Datum publicatie
18-04-2012
Zaaknummer
201105557/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Wet ruimtelijke ordening 8.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JG 2012/76

Uitspraak

201105557/1/R1.

Datum uitspraak: 18 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V., gevestigd te Amersfoort,

appellante,

en

de raad van de gemeente Oldenzaal,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 mei 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2012, waar Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door W. Schurink en mr. J.H. Meijer, advocaat te Arnhem, en de raad, vertegenwoordigd door J.J.M. Oude Avenhuis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan ziet op het centrum en de historische kern van Oldenzaal en is conserverend van aard.

2.2. Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. betoogt dat de raad ten onrechte de bestaande ontwikkelingsmogelijkheden voor haar perceel nabij de Monnikstraat niet heeft gehandhaafd. De toevoeging van de gebruiksvorm "tuinen" aan de bestemming "Centrum" getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening, omdat er geen duidelijke keuze is gemaakt. De raad had of de bestaande ontwikkelingsmogelijkheden moeten handhaven of de doelstelling van het Masterplan Binnenstad 2009 tot uitdrukking moeten laten komen door een groene bestemming op te nemen.

Verder betwist Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. de economische uitvoerbaarheid. Daartoe voert zij aan dat de raad er ten onrechte vanuit is gegaan dat vanwege het conserverende karakter geen planschade is te voorzien. Zij wijst in dit verband op de uit te werken bestemming voor haar perceel in het voorheen ter plaatse geldende plan. Een inventarisatie en analyse van planschaderisico had niet achterwege mogen blijven.

2.2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan een conserverend karakter heeft en dat voor de niet uitgewerkte bestemmingen uit de geldende bestemmingsplannen de huidige situatie is vastgelegd, waarbij de bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de huidige bebouwing. Daarmee wordt voorkomen dat gebruik kan worden gemaakt van niet gerealiseerde bouw- en gebruiksmogelijkheden, die niet langer passen binnen het plaatselijke beleid van de gemeente, zoals vastgelegd in het Masterplan Binnenstad 2009. De raad merkt met betrekking tot eventuele planschade op dat de op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan toegekende bestemming nooit is uitgewerkt en dat een bouwverbod gold.

2.2.2. Aan de gronden van Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V., kadastraal bekend, sectie B, nr. 412, nabij de Monnikstraat, (hierna: het perceel), is de bestemming "Centrum" en aan een deel daarvan de aanduiding "bijgebouwen" toegekend. Een bouwvlak ontbreekt. Het perceel is thans ingericht als tuin met een bijgebouw.

Ingevolge artikel 4.1 van de planregels zijn de voor "Centrum" aangewezen gronden bestemd, voor zover van belang, voor detailhandel, dienstverlening, horecabedrijven, bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, wonen, kantoren en tuinen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.

Ingevolge artikel 4.2, eerste lid, aanhef en onder a, voldoen hoofdgebouwen aan het kenmerk dat zij worden gebouwd binnen het bouwvlak.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, mogen aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen zij aan het kenmerk dat overkappingen minimaal 2 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gesitueerd, met dien verstande dat bijgebouwen tevens mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen".

2.2.3. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels vaststellen. De raad heeft in dit geval aansluiting gezocht bij de feitelijke situatie. Hij heeft in redelijkheid gewicht kunnen toekennen aan het belang bij behoud van de bestaande situatie ter plaatse die gekenmerkt wordt door een groene ruimte. Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. heeft niet aannemelijk gemaakt dat de raad door niet een specifieke groen bestemming aan het perceel toe te kennen in strijd met het Masterplan Binnenstad 2009 heeft gehandeld. Het betoog faalt.

2.2.4. Ter zitting heeft de raad verklaard dat hij bij de vaststelling van de planregeling voor het perceel er vanuit is gegaan dat daarmee geen planschade zou ontstaan voor Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V.. In reactie op het door Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. overgelegde planschaderapport, waarin zij stelt een schade van € 616.000 te zullen lijden, heeft de raad verklaard geen budget te hebben voor eventuele planschade.

Wat er ook zij van het antwoord op de vraag of de raad er van uit kon gaan dat geen planschade zou ontstaan, de Afdeling acht niet aannemelijk gemaakt dat er bij de gemeente onvoldoende middelen beschikbaar zijn om aan een mogelijke planschadeclaim, wat daar verder ook van zij, te voldoen.

Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om te oordelen dat een eventuele planschadeclaim aan de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor zover bestreden, in de weg staat.

2.3. In hetgeen Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, in zoverre, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Stijlgroep Bouwontwikkeling B.V. ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2012

270.