Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1589

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201103758/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 januari 2011, kenmerk 21064-3, heeft de raad het bestemmingsplan "Nagele, Schokkerhaven - bedrijfsbestemming" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201103758/1/R2.

Datum uitspraak: 11 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vennootschap onder firma Jachtservice Schokkerhaven V.O.F., gevestigd te Nagele, gemeente Noordoostpolder, waarvan de vennoten zijn [vennoot sub 1] en [vennoot sub 2], beiden wonend te [woonplaats], gemeente Noordoostpolder,

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats], gemeente Noordoostpolder,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Noordoostpolder,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2011, kenmerk 21064-3, heeft de raad het bestemmingsplan "Nagele, Schokkerhaven - bedrijfsbestemming" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Jachtservice Schokkerhaven bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2011, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2011, beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 27 april 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Jachtservice Schokkerhaven heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 februari 2011, waar Jachtservice Schokkerhaven, vertegenwoordigd door [vennoot sub 1], bijgestaan door [gemachtigde], [appellant sub 2], bijgestaan door mr. E. Wiarda, en de raad, vertegenwoordigd door M.E. Wierstra en mr. G. Folmer, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Planbeschrijving

2.1. Het plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor de gronden ter plaatse van de kade en loswal bij de jachthaven in Schokkerhaven. Met het plan is beoogd de bestaande bedrijfsactiviteiten van Jachtservice Schokkerhaven te legaliseren. Ter plaatse zijn onder meer een brandstofleverstation, een takelinstallatie en een was- en afspuitplaats aanwezig.

Het beroep van [appellant sub 2]

2.2. [appellant sub 2] maakt bezwaar tegen de gebruiksbepaling in artikel 3, lid 3.3, van de planregels, omdat het daarin opgenomen verbod om in de periode december tot en met augustus een spuitscherm te plaatsen bij de in het plan voorziene was- en afspuitplaats, volgens hem niet impliceert dat het gedurende deze periode niet is toegestaan de was- en afspuitplaats te gebruiken.

Daarnaast betoogt [appellant sub 2] dat de bedrijfsactiviteiten van Jachtservice Schokkerhaven leiden tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Daartoe voert hij aan dat het afspuiten van vaartuigen op de was- en afspuitplaats - ongeacht de plaatsing van een spuitscherm - leidt tot overlast door waternevel. Verder vreest [appellant sub 2] voor stof- en geluidoverlast ten gevolge van de spuitwerkzaamheden, de mobiele kraan, geluid op de vaartuigen en voertuigbewegingen. [appellant sub 2] betoogt dat in het kader van het plan onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden naar deze aspecten.

Tevens stelt hij dat tussen de jachthaven en de dichtstbijzijnde woning wat betreft het aspect geluid niet de afstand is aangehouden die in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) wordt aanbevolen en dat de raad ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom hij is afgeweken van deze afstand.

2.2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het gebruik van de was- en afspuitplaats uitsluitend mogelijk is indien een spuitscherm is geplaatst. Bij de afweging van de betrokken belangen is rekening gehouden met de belangen van [appellant sub 2], aldus de raad. Het afspuiten van vaartuigen is op grond hiervan uitsluitend in de maanden september tot en met november en niet gedurende het gehele jaar toegestaan. Volgens de raad leidt het plan niet tot onaanvaardbare overlast en is ter plaatse van de woning van [appellant sub 2] een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. In dit kader wijst de raad erop dat met het plan uitsluitend de bestaande situatie wordt gelegaliseerd en dat ten behoeve van de in 1998 aan Jachtservice Schokkerhaven verleende milieuvergunning alle relevante milieuaspecten zijn beoordeeld.

2.2.2. Aan de gronden waar Jachtservice Schokkerhaven voornoemde bedrijfsactiviteiten uitvoert zijn de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "jachthaven" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, van de planregels, zijn de voor "Bedrijf" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "jachthaven" bestemd voor watersport en scheepvaart met daarbij behorende opslagen, installaties en voorzieningen als één takelinstallatie, een was- en afspuitplaats en een brandstofleverstation.

Ingevolge artikel 3, lid 3.2, mogen binnen deze bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen.

Ingevolge artikel 3, lid 3.2.1, aanhef en onder c, mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 4 meter bedragen, waaronder een spuitscherm.

Ingevolge artikel 3, lid 3.3, is in de periode december tot en met augustus de plaatsing van een spuitscherm, als genoemd in lid 3.2.1 sub c, verboden.

Uit de verbeelding blijkt dat de kortste afstand tussen het perceel van [appellant sub 2] en de locatie waar de door hem bestreden activiteiten plaatsvinden ongeveer vijftien meter bedraagt. De kortste afstand tot zijn woning op het perceel bedraagt ongeveer 40 meter.

2.2.3. In de bij besluit van 29 september 1998 aan Jachtservice Schokkerhaven verleende milieuvergunning is vermeld dat de werkzaamheden op de locatie Schokkerhaven 3 - het plangebied - bestaan uit het leveren van brandstof aan vaartuigen, het optakelen daarvan met een elektrische takel en het schoonspuiten van de vaartuigen op de wasplaats. In de milieuvergunning is voorts vermeld dat alle relevante milieuaspecten zijn beoordeeld en in de milieuvergunning is onderbouwd weergegeven waarom er gelet op deze aspecten geen aanleiding bestaat om de vergunning te weigeren. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van het milieu. In de voorschriften P.1 en P.2 is bepaald dat het wassen van vaartuigen met stoom of water al dan niet onder druk uitsluitend mag plaatsvinden op de daarvoor bestemde wasplaats en dat dit niet tot gevolg mag hebben dat zich nevel buiten de inrichting verspreidt; hiertoe dient een afdoende voorziening te worden getroffen. Ook ter voorkoming van geluidhinder voor de omliggende woningen zijn voorschriften opgenomen, onder meer inhoudende dat het geluidniveau veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door in de inrichting verrichte werkzaamheden niet meer dan de gestelde grenswaarden mag bedragen.

2.2.4. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, van de planregels, voor zover hier van belang, is op de gronden met de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "jachthaven" een was- en afspuitplaats toegestaan. In de voorschriften P.1 en P.2 van de milieuvergunning van Jachtservice Schokkerhaven is bepaald dat het wassen van vaartuigen op deze was- en afspuitplaats niet tot gevolg mag hebben dat zich nevel buiten de inrichting verspreidt. Nu niet in geschil is dat zich zonder de toepassing van een spuitscherm als bedoeld in artikel 3, lid 3.2.1, aanhef en onder c, van de planregels nevel buiten de inrichting zal verspreiden, leidt het in artikel 3, lid 3.3, van de planregels neergelegde verbod op het plaatsen van een spuitscherm in de maanden december tot en met augustus er dan ook toe dat de milieuvergunning in de weg staat aan het gebruik van de was- en afspuitplaats gedurende deze periode. Het desbetreffende betoog faalt.

2.2.5. De raad heeft bij het voorbereiden van het plan geen gebruik gemaakt van de in de VNG-brochure opgenomen aanbevelingen en is daartoe ook niet verplicht. Dit laat onverlet dat de raad in dit geval dient te onderbouwen dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare geluidhinder voor [appellant sub 2].

De Afdeling stelt vast dat het plan niet meer activiteiten mogelijk maakt dan waarvoor de milieuvergunning is verleend. In deze vergunning is onderbouwd weergegeven waarom er onder meer gelet op het aspect geluid geen aanleiding bestaat de vergunning te weigeren. Tevens zijn aan de milieuvergunning grenswaarden verbonden om geluidhinder bij omliggende woningen te voorkomen. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze geluidnormen ontoereikend zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij zijn woning te waarborgen, noch dat deze niet kunnen worden nageleefd.

Voorts heeft [appellant sub 2] niet aannemelijk gemaakt dat de door Jachtservice Schokkerhaven verrichte werkzaamheden leiden tot ernstige stofhinder. De enkele stelling daartoe is onvoldoende.

Verder acht de Afdeling niet aannemelijk dat wat neveloverlast ten gevolge van de spuitwerkzaamheden betreft, geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd bij de woning van [appellant sub 2] die op 40 meter van de was- en afspuitplaats ligt en op zijn perceel dat op ten minste 15 meter ligt. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan de milieuvergunning de voorschriften P.1 en P.2 zijn verbonden. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat de raad de periode per jaar gedurende welke het spuiten door het verbod van artikel 3, lid 3.3, van de planregels niet kan plaatsvinden, had moeten uitbreiden.

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende onderzoek heeft verricht naar voornoemde aspecten. Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ter plaatse van de woning van [appellant sub 2] een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Het desbetreffende betoog faalt.

2.2.6. Voor het overige heeft [appellant sub 2] zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant sub 2] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

2.2.7. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

Het beroep van Jachtservice Schokkerhaven

2.3. Ook Jachtservice Schokkerhaven richt zich tegen de gebruiksbepaling in artikel 3, lid 3.3, van de planregels. Jachtservice Schokkerhaven betoogt dat zij door het daarin opgenomen verbod ernstig in haar bedrijfsvoering wordt beperkt. Het verbod maakt het afspuiten van vaartuigen buiten de periode september tot en met november onmogelijk, nu zonder afspuitscherm niet kan worden voldaan aan de voorschriften van haar milieuvergunning. Hoewel de spuitwerkzaamheden hun zwaartepunt vinden in de maanden september tot en met november, komen deze ook regelmatig buiten deze periode voor, aldus Jachtservice Schokkerhaven.

2.3.1. De raad stelt dat Jachtservice Schokkerhaven door het in het plan opgenomen verbod niet onaanvaardbaar in haar bedrijfsbelangen wordt geschaad. Het afspuiten van vaartuigen vindt hoofdzakelijk plaats in de maanden september tot en met november en gedurende deze periode is dat ook toegestaan. Buiten deze periode worden volgens de raad nauwelijks vaartuigen gekraand en is het uitvoeren van spuitwerkzaamheden dan ook nagenoeg niet nodig.

2.3.2. De werkzaamheden van Jachtservice Schokkerhaven bestaan - in het plangebied - uit het leveren van brandstof aan vaartuigen, het optakelen en schoonspuiten daarvan en - op de locatie Havenweg 22 - uit de opslag van en het verrichten van klein onderhoud aan vaartuigen. Niet in geschil is dat het afspuiten van vaartuigen op de was- en afspuitplaats hoofdzakelijk in de maanden september tot en met november plaatsvindt, als voorbereiding op de winterberging.

Zoals hiervoor onder 2.2.4. is overwogen, leidt het in artikel 3, lid 3.3, van de planregels, neergelegde verbod op het plaatsen van een spuitscherm in de maanden december tot en met augustus er toe, dat de milieuvergunning van Jachtservice Schokkerhaven in de weg staat aan het gebruik van de was- en afspuitplaats gedurende deze periode. Jachtservice Schokkerhaven heeft zich er niet tegen gekeerd dat de raad dit met een gebruiksbepaling in het bestemmingsplan heeft beoogd te realiseren en ervoor heeft gekozen om dit niet uitsluitend in de milieuvergunning van Jachtservice Schokkerhaven te regelen.

Jachtservice Schokkerhaven heeft zich echter op het standpunt gesteld dat gedurende de periode december tot en met augustus eveneens regelmatig vaartuigen moeten worden afgespoten, ter voorbereiding van reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden. Ter zitting heeft Jachtservice Schokkerhaven toegelicht dat het afspuiten van vaartuigen op ongeveer 20 tot 30 dagen per jaar nodig is en dat zonder het schoonspuiten vaak geen reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden kunnen worden verricht, terwijl het uitvoeren van reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden een belangrijk onderdeel van haar bedrijfsvoering vormt. Voorts is ter zitting namens Jachtservice Schokkerhaven onweersproken gesteld dat het voor haar om meerdere redenen onmogelijk is vaartuigen op haar locatie Havenweg 22 schoon te spuiten en dat zij thans reeds enige malen klanten naar andere bedrijven heeft moeten doorverwijzen. Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling het aannemelijk dat Jachtservice Schokkerhaven door de gebruiksbepaling in artikel 3, lid 3.3, van de planregels, onevenredig in haar bedrijfsbelangen wordt geschaad.

2.3.3. In hetgeen Jachtservice Schokkerhaven heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre is genomen in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voor zover in artikel 3, lid 3.3, van de planregels, geen uitzondering is opgenomen op het verbod om in de periode december tot en met augustus een spuitscherm, als genoemd in lid 3.2.1, sub c, te plaatsen.

De Afdeling ziet aanleiding om overeenkomstig artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder c, van de Awb op de hierna te melden wijze zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voor zover dit is vernietigd.

Hierbij betrekt de Afdeling dat tussen partijen geen geschil bestaat omtrent het regelen van dit aspect met een gebruiksbepaling in het bestemmingsplan. De raad heeft te kennen gegeven niet afwijzend te staan tegenover een uitzondering op het verbod van artikel 3, lid 3.3, van de planregels, gedurende 20 dagen per jaar, mits de handhaafbaarheid hiervan is gewaarborgd. De Afdeling acht het uitgesloten dat de belangen van derden hierdoor worden geschaad.

Proceskosten

2.4. De raad dient ten aanzien van Jachtservice Schokkerhaven op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 2] bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van de vennootschap onder firma Jachtservice Schokkerhaven V.O.F. gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Noordoostpolder van 27 januari 2011, kenmerk 21064-3, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nagele, Schokkerhaven - Bedrijfsbestemming", voor zover in artikel 3, lid 3.3, van de planregels, geen uitzondering is opgenomen op het verbod om in de periode december tot en met augustus een spuitscherm, als genoemd in lid 3.2.1, sub c, te plaatsen;

III. bepaalt dat aan artikel 3, lid 3.3, van de planregels, na het woord "verboden" de zinsnede wordt toegevoegd, luidende: 'behoudens gedurende een twintigtal dagen in deze periode. Indien op één van deze dagen het spuitscherm wordt geplaatst, dient dit van te voren schriftelijk of per e-mail te worden gemeld aan het bevoegd gezag';

IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

VI. veroordeelt de raad van de gemeente Noordoostpolder tot vergoeding van bij de vennootschap onder firma Jachtservice Schokkerhaven V.O.F. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 911,12 (zegge: negenhonderdelf euro en twaalf cent), waarvan een gedeelte groot € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro) toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat de raad van de gemeente Noordoostpolder aan de vennootschap onder firma Jachtservice Schokkerhaven V.O.F. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Kuipers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012

271-694.