Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1588

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201104206/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Trompenburg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201104206/1/R4.

Datum uitspraak: 11 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te Lisse,

appellanten,

en

1. de raad van de gemeente Lisse,

2. het college van burgemeester en wethouders van Lisse,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Trompenburg" vastgesteld.

Bij besluit van 24 februari 2011 heeft het college een bouwvergunning aan Woningstichting Eigen Haard verleend voor de bouw van een woon- en zorgcentrum op de percelen Rustoord 1 tot 124 te Lisse.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2011, heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

Woningstichting Eigen Haard en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 februari 2012.

2. Overwegingen

2.1. De besluiten van 17 februari 2011 en 24 februari 2011 zijn op grond van artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt. [appellant] richt zich in beroep alleen tegen het besluit van 17 februari 2011, waarbij het bestemmingsplan is vastgesteld.

2.2. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een woon- en zorgcentrum, ongeveer vijftig appartementen en elf herenhuizen.

Het plangebied ligt tussen de Vuursteeglaan, de Rustoordlaan en de Achterweg, ten zuiden van het centrum van Lisse.

2.3. In de plantoelichting is ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid vermeld dat de financiële exploitatie geheel voor rekening van Woningstichting Eigen Haard komt.

Uit de brieven van de Woningstichting Eigen Haard van 21 februari 2012 en de raad van 23 februari 2012 komt het volgende naar voren. Woningstichting Eigen Haard heeft in november 2011 aangegeven dat het niet lukt een financieel uitvoerbaar plan te maken dat past binnen het kader van het vastgestelde plan en dat zij derhalve geen gebruik zal maken van de aan haar verleende bouwvergunning. Om het woon- en zorgcentrum in gewijzigde vorm alsnog te kunnen verwezenlijken, is een nieuw bouwplan opgesteld dat niet past binnen het vastgestelde plan. Voorts is onduidelijk of en op welke wijze de in het plan voorziene woningen kunnen worden gerealiseerd.

Gelet op het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat het aan het plan ten grondslag gelegde onderzoek naar de financiële uitvoerbaarheid niet is verricht met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb. Het besluit van de raad tot vaststelling van het plan dient te worden vernietigd.

2.4. De raad dient op de na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Lisse van

17 februari 2011.

III. veroordeelt de raad van de gemeente Lisse tot vergoeding van bij [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Lisse aan [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Gerkema

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012

472-690.