Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1579

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201108674/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 mei 2011 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "18e herziening bestemmingsplan Buitengebied Dalfsen, [locatie]" (hierna: de herziening) vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201108674/1/R1.

Datum uitspraak: 11 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Ommen,

en

de raad van de gemeente Dalfsen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2011 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "18e herziening bestemmingsplan Buitengebied Dalfsen, [locatie]" (hierna: de herziening) vast te stellen.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 augustus 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 6 september 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2012, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. S. Maakal, advocaat te Heerenveen, en de raad, vertegenwoordigd door H. Lammertsen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het ontwerpbestemmingsplan "18e herziening bestemmingsplan Buitengebied Dalfsen, [locatie]" voorziet in een wijziging voor het perceel [locatie], waarbij een vergroting van de recreatiewoning ter plaatse van 200 m³ naar 300 m³ wordt toegestaan. Bij besluit van 30 mei 2011 heeft de raad geweigerd de herziening vast te stellen.

2.2. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit van de raad tot het niet vaststellen van de herziening. Hij stelt zich op het standpunt dat de raad ten onrechte aangeeft geen uitdrukkelijke en algemeen toe te passen norm voor de inhoud van recreatiewoningen te hebben bepaald. [appellant] stelt dat een dergelijke norm al is geformuleerd bij het op 18 oktober 2010 vastgestelde bestemmingsplan "Rosengaardeweg". Bovendien heeft de raad geen ruimtelijk relevante argumenten voor de weigering aangevoerd en daarmee het besluit ontoereikend gemotiveerd, aldus [appellant]. Verder voert [appellant] aan dat voor het perceel Hekmansweg 8 een projectbesluit is vastgesteld waarin wel een inhoudsmaat van 300 m³ is toegestaan. Hij voert verder aan dat hij met de weigering de herziening vast te stellen nog jaren moet wachten tot het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt geactualiseerd.

2.2.1. De raad stelt dat niet is besloten tot een algemeen geldende kwantitatieve norm voor de inhoud van recreatiewoningen. Dit is voor de toekomst wel het streven, maar alvorens de raad overgaat tot het vaststellen van een dergelijke norm wil hij beoordelen wat de milieu- en ruimtelijke effecten daarvan zijn en, indien nodig, nagaan hoe kan worden voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie.

Daarnaast stelt de raad zich op het standpunt dat geen sprake is van een vergelijkbare situatie ten opzichte van de recreatiewoningen binnen het bestemmingsplangebied "Rosengaardeweg", nu daar reeds veel recreatiewoningen zijn gesitueerd die groter zijn dan 300 m³, waardoor de nieuwe regel daar weinig ruimtelijke effecten oplevert. Daarnaast bevindt de recreatiewoning van [appellant] zich in een andersoortig gebied, waarbinnen minder recreatiewoningen staan. Ook is zijn recreatiewoning gesitueerd binnen de Ecologische Hoofdstructuur, hetgeen niet het geval is bij de recreatiewoningen binnen het bestemmingsplangebied "Rosengaardeweg". Wat betreft het perceel Hekmansweg 8 stelt de raad dat een uitbreiding van de recreatiewoning daar is toegestaan vanwege een medische indicatie van de eigenaar. Benadrukt wordt dat dit een uitzondering betreft en geen algemene norm.

De raad stelt ten slotte dat de vaststelling van de actualisatie van het bestemmingsplan "Buitengebied Dalfsen", waarbinnen de recreatiewoning van [appellant] is gesitueerd, is voorzien voor juni 2013. In dat kader zal een besluit worden genomen over de bouwmogelijkheden ter plaatse.

2.2.2. De Afdeling overweegt dat de raad zich in algemene zin heeft uitgesproken voor een maximale inhoudsmaat van recreatiewoningen van in beginsel 300 m³. De raad heeft evenwel niet gezegd met welke procedure en op welke termijn deze inhoudsmaat in de gemeentelijke ruimtelijke plannen zal worden vastgelegd. Gelet op de mogelijke gevolgen van een dergelijke ruimere inhoudmaat heeft de raad het nodig geacht een onderzoek plaats te doen vinden. Dat onderzoek is nog niet afgerond. De raad heeft een onderzoek in redelijkheid nodig kunnen achten. Niet is gebleken dat [appellant] ernstig in zijn belangen wordt geschaad als niet eerder dan in juni 2013 een nieuw plan voor het buitengebied zal worden vastgesteld. De raad heeft in redelijkheid kunnen afzien van het herzien van het bestemmingsplan voor het perceel van [appellant], temeer nu een algehele herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Dalfsen" op relatief korte termijn is voorzien en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden om daar voor dit perceel op vooruit te lopen.

Bij het vorenstaande heeft de Afdeling betrokken dat in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] genoemde situatie betreffende de recreatiewoningen uit het plan "Rosengaardeweg" niet overeenkomt met zijn situatie. Wat betreft het perceel Hekmansweg 8 is vast komen te staan dat de raad daar een uitzondering heeft toegestaan vanwege een medische indicatie. Nu hiervan niet is gebleken ten aanzien van [appellant] is geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

2.2.3. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Bechinka

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012

371-673.