Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1552

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201201161/1/R1 en 201201161/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 december 2011, nummer 8B, heeft de raad het bestemmingsplan "Albergen, [locatie] en Molendijk ong." vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201161/1/R1 en 201201161/2/R1.

Datum uitspraak: 4 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellanten]), wonend te [woonplaats], gemeente Tubbergen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Tubbergen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2011, nummer 8B, heeft de raad het bestemmingsplan "Albergen, [locatie] en Molendijk ong." vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 januari 2012, beroep ingesteld. Bij brief van 30 januari 2012, hebben [appellanten] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2012, waar [appellanten] en de raad, vertegenwoordigd door ing. M. Proper, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is daar [partij] als partij gehoord.

De raad en [partij] hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. [appellanten] hebben bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 maart 2012, toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Het plan voorziet in een woonbestemming voor het perceel [locatie]. Ook wordt een deel van de bedrijfsbebouwing op het perceel [locatie] niet als zodanig bestemd. Verder voorziet het plan in bouwmogelijkheden voor een woning en bijgebouwen aan de Molendijk ongenummerd te Albergen. Aan het plan ligt een Rood-voor-Rood-overeenkomst tussen de gemeente Tubbergen en [partij] ten grondslag.

2.3. [appellanten] betogen dat het bestemmingsplan wat betreft de gronden Molendijk ongenummerd in strijd is met de beleidsnotitie "Rood voor Rood beleid 2011" (hierna: het Rood-voor-Rood-beleid), die op 6 juni 2011 door de raad is vastgesteld. Daartoe voeren zij aan dat er zonder goede reden is afgeweken van het uitgangspunt dat op de slooplocatie zelf wordt teruggebouwd. Ook sluit volgens hen de bouwkavel voor de compensatiewoning niet aan bij bestaande bebouwing en is deze groter dan volgens het Rood-voor-Rood-beleid is toegestaan. Voorts menen zij dat met het bestemmingsplan meer oppervlakte aan bijgebouwen wordt toegestaan dan volgens het Rood-voor-Rood-beleid. [appellanten] betogen voorts dat het plan niet waarborgt dat het landschapsplan daadwerkelijk zal worden uitgevoerd.

2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat het bouwen van een compensatiewoning op de slooplocatie niet mogelijk is, gezien het voornemen om ter plaatse een nieuwe woonwijk te realiseren. Voor een bouwkavel voor een compensatiewoning in het kader van het Rood-voor-Rood-beleid is meer ruimte nodig dan voor een woning in een woonwijk, zodat het toestaan van een dergelijke bouwkavel ter plaatse niet in de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk past. Wat betreft de omvang van de bouwkavel voor de compensatiewoning stelt de raad dat het Rood-voor-Rood-beleid als indicatie voor initiatiefnemers geldt, reden waarom de oppervlakte van 1.000 m² ook in de Rood-voor-Rood-overeenkomst met [partij] is opgenomen. Er is een grotere bouwkavel opgenomen om aansluiting te zoeken bij het bestemmingsplan dat voor de omringende gronden geldt.

2.5. Aan de gronden voor de bouwkavel voor de compensatiewoning aan de Molendijk omgenummerd is de bestemming "Wonen" toegekend, met de aanduidingen "specifieke bouwaanduiding - rood voor rood" en "maximale oppervlakte bijgebouwen (m²)=276". Het plandeel met de bestemming "Wonen" heeft een oppervlakte van ongeveer 2.800 m². Voorts zijn aan de gronden voor Molendijk ongenummerd de bestemmingen "Agrarisch" en "Groen" toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1.1, van de planregels is op de voor "Wonen" aangewezen gronden per bestemmingsvlak ten hoogste één woning toegestaan, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.

Ingevolge lid 5.1.3 is ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - rood voor rood" een woonbestemming verkregen met toepassing van de regeling "Rood voor Rood met gesloten beurs in de gemeente Tubbergen".

Ingevolge lid 5.2.1, onder a, geldt voor woningen dat per bestemmingsvlak niet meer dan één woning mag worden gebouwd;

Ingevolge lid 5.2.3, onder a, geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen per woning, niet behorende tot de inhoud van de woning, ten hoogste de oppervlakte bedraagt zoals aangeduid op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding "maximale oppervlakte bijgebouwen".

2.6. In het Rood-voor-Rood-beleid staan onder meer de volgende uitgangspunten vermeld:

- Uitgangspunt is terugbouwen op de slooplocatie. Indien terugbouwen op locatie niet mogelijk is kan op een locatie elders in het buitengebied op een nieuw op te nemen bouwkavel teruggebouwd worden.

- Bij terugbouwen elders moet de compensatiewoning aansluiten bij bestaande bebouwing. Het kan dan gaan om kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstructuren.

- Het is mogelijk, uitsluitend indien het algemeen belang ermee is gediend, af te wijken van het uitgangspunt dat teruggebouwd dient te worden op de slooplocatie dan wel aansluitend aan bestaande bebouwingsstructuren.

- De deelnemer en de gemeente maken heldere afspraken over de omvang van de bouwkavel voor de compensatiewoning. In principe wordt er van uitgegaan dat de omvang van deze bouwkavel 1.000 m² bedraagt.

- De oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer dan 100 m² bedragen.

- In principe dienen alle schuren gesloopt te worden. Indien de ruimtelijke kwaliteit ermee is gebaat, is het mogelijk is om 300 m² aan deze sloopverplichting te onttrekken.

2.7. Gelet op de omstandigheid dat ter plaatse van de slooplocatie dorpsuitbreiding in de vorm van een nieuwe woonwijk is gepland en de maatvoeringen van een bouwkavel voor de compensatiewoning afwijken van de maatvoeringen van een woning in een woonwijk, overweegt de voorzitter dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat terugbouwen op de slooplocatie niet mogelijk is.

Ter zitting heeft de raad erkend dat de bouwkavel voor de compensatiewoning, derhalve het plandeel met de bestemming "Wonen", niet aansluit bij bestaande bebouwing zoals bedoeld in het Rood-voor-Rood-beleid. Uit de door de raad genoemde omstandigheid dat [partij] ter plaatse gronden in eigendom heeft, volgt niet dat is voldaan aan het criterium dat het algemeen belang is gediend met de gekozen locatie.

Wat betreft de omvang van de bouwkavel overweegt de voorzitter dat het beleid in principe uitgaat van een bouwkavel met een omvang van 1.000 m² en dat ook in artikel 3, tweede lid, van de Rood-voor-Rood-overeenkomst staat dat de bouwkavel een omvang van ongeveer 1.000 m² zal hebben. De bouwkavel heeft een oppervlakte die bijna drie keer zo groot is. De raad heeft niet aangegeven waarom hij op dit punt van het Rood-voor-Rood-beleid is afgeweken.

Verder wijkt het plan wat betreft de toegestane oppervlakte van 276 m² voor bijgebouwen af van het Rood-voor-Rood-beleid, waarin wordt uitgegaan van een oppervlakte van 100 m². Voor zover de raad betoogt dat het Rood-voor-Rood-beleid de mogelijkheid biedt om 300 m² aan de sloopverplichting te onttrekken, miskent de raad dat daarmee de mogelijkheid wordt geboden bebouwing niet te slopen indien de ruimtelijke kwaliteit daarmee is gebaat en dat dit niet inhoudt dat bouwmogelijkheden elders kunnen worden gecreëerd.

Gezien het voorgaande is de raad wat betreft het niet aansluiten van de bouwkavel voor de compensatiewoning bij de bestaande bebouwing, de oppervlakte van deze bouwkavel en de toegestane oppervlakte voor bijgebouwen afgeweken van het Rood-voor-Rood-beleid. De raad heeft wat betreft deze punten niet of niet deugdelijk gemotiveerd waarom hiervan is afgeweken.

2.8. Wat betreft het inrichtingsplan, dat als bijlage bij de Rood-voor-Rood-overeenkomst is gevoegd, heeft de raad ter zitting toegelicht dat hij de uitvoering daarvan noodzakelijk acht om de compensatiewoning goed ruimtelijk in te passen. Daartoe is een inspanningsverplichting in de Rood-voor-Rood-overeenkomst opgenomen. De uitvoering van het inrichtingsplan is echter niet in het bestemmingsplan geregeld. Nu de raad de uitvoering noodzakelijk acht met het oog op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan, heeft hij de uitvoering daarvan ten onrechte niet in het bestemmingsplan geregeld.

2.9. De voorzitter ziet gelet op het voorgaande aanleiding voor het oordeel dat het plan wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor de Molendijk ongenummerd niet berust op een deugdelijke motivering. Het plan is in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Awb.

Voorts ziet de voorzitter gelet op het voorgaande aanleiding voor het oordeel dat het plan wat betreft de plandelen met de bestemmingen "Wonen", "Agrarisch" en "Groen" voor de Molendijk ongenummerd is vastgesteld in strijd met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

2.10. Gelet op de beslissing op het beroep is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

2.11. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van 12 december 2011, nummer 8B, van de gemeente Tubbergen wat betreft de plandelen met de bestemmingen "Wonen", "Agrarisch" en "Groen" voor de gronden Molendijk ongenummerd;

III. wijst het verzoek af;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Tubbergen tot vergoeding van bij [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V. gelast dat de raad van de gemeente Tubbergen aan [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor de behandeling van het beroep vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Melse

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

191-655.