Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1545

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201202144/2/V4
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 24 januari 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201202144/2/V4.

Datum uitspraak: 3 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 22 februari 2012 in zaken nrs. 12/2558, 12/2563, 12/2557 en 12/2561 in de gedingen tussen:

de vreemdelingen

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 24 januari 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 22 februari 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 28 februari 2012, hoger beroep ingesteld. Voorts hebben de vreemdelingen de voorzitter bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 30 maart 2012, verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek is er op gericht te voorkomen dat de vreemdelingen worden uitgezet gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

2.2. De beoordeling van de in hoger beroep voorgedragen grieven vergt nader onderzoek, waartoe deze procedure zich niet goed leent. Nu voorts is gebleken van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb, ziet de voorzitter, gelet op de betrokken belangen, aanleiding om de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.3. De voorzitter acht termen aanwezig om de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II. veroordeelt de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.H. van der Winden, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Van der Winden

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2012

348-633.