Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW1543

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
201103930/6/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201103930/6/R3.

Datum uitspraak: 3 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel,

en

de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2011, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 februari 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door drs. H.E. Winkelman, is verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de voorzitter het onderzoek heropend. De voorzitter heeft de raad bij brief van 2 maart 2012 verzocht om binnen twee weken nadere informatie te verschaffen. De raad heeft hierop niet geantwoord. De voorzitter heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] heeft zijn verzoek beperkt tot de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (850 m²)" op het plandeel met de bestemming "Recreatie" voor het perceel Werstkant 17 te Berlicum. Aanleiding voor het verzoek is een handhavingsbesluit van 23 november 2011 met betrekking tot een overkapping met zonnepanelen bij het zwembad van ongeveer 100 m², omdat deze zonder omgevingsvergunning voor bouwen is opgericht.

[verzoeker] beoogt met zijn verzoek te bereiken dat de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (850 m²)" op het betreffende plandeel wordt geschorst, teneinde te voorkomen dat de inmiddels aangevraagde omgevingsvergunning voor bouwen voor de overkapping met zonnepanelen zal worden geweigerd en de handhavingsprocedure wordt voortgezet. Hij stelt hierbij belang te hebben, omdat met de betreffende overkapping bestaande uit zonnecollectoren, aangebracht op vergunningvrije schuttingen, het zwembad wordt afgeschermd van (het pad naar) het restaurant, om wederzijdse hinder te voorkomen.

Hij betoogt dat de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (850 m²)" op het betreffende perceel met zich brengt dat voor de overkapping met zonnepanelen geen omgevingsvergunning voor bouwen kan worden verleend, omdat op het perceel reeds 870 m² aan bebouwing aanwezig is, waarbij de oppervlakte van het zwembad van 145 m² is meegerekend. Volgens [verzoeker] kan de omgevingsvergunning voor bouwen wel worden verleend op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan, omdat bij het maximum bebouwd oppervlak van 850 m² dat in dat plan gold, het zwembad niet werd meegerekend.

2.3. Het is de voorzitter niet duidelijk geworden of de bouwregels uit het voorheen geldende plan betrekking hadden op het zwembad en of het zwembad derhalve was toegestaan naast het in de regels opgenomen maximum van 850 m². Voorts is onduidelijk gebleven of de bouwregels in het voorliggende plan betrekking hebben op het zwembad en of hiermee ten opzichte van het voorheen geldende plan een beperking van de toegestane oppervlakte aan bebouwing is aangebracht. De raad heeft hierover desgevraagd geen informatie verstrekt. Gelet hierop is de voorzitter er niet van overtuigd dat de raad zich hiervan heeft vergewist bij de vaststelling van het plan. Voorts leidt de voorzitter uit de vastgestelde planregeling voor het perceel af dat de raad het belang van [verzoeker] bij voortzetting van het recreatiepark erkent. Omdat niet duidelijk is geworden hoe de raad het belang van afscherming van het zwembad van (het pad naar) het restaurant waardeert, betwijfelt de voorzitter of de belangenafweging op juiste wijze is uitgevoerd.

2.4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding de voorlopige voorziening te treffen dat de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (850 m²)" op het plandeel met de bestemming "Recreatie" voor het perceel Werstkant 17 te Berlicum wordt geschorst. Teneinde te voorkomen dat geen maximum geldt voor het bebouwde oppervlak op dit perceel, ziet de voorzitter tevens aanleiding te bepalen, bij wijze van voorlopige voorziening, dat voor dit perceel de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (970 m²)" geldt.

2.5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel van 16 december 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied", voor zover het betreft de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (850 m²)" op het plandeel met de bestemming "Recreatie" voor het perceel Werstkant 17 te Berlicum;

II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat voor het plandeel met de bestemming "Recreatie" voor het perceel Werstkant 17 te Berlicum de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak (970 m²)" geldt;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 912,72 (zegge: negenhonderdtwaalf euro en tweeënzeventig cent), waarvan € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2012

350-662.