Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW0773

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
201106352/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Sleutel" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2012/54 met annotatie van Van der Meijden

Uitspraak

201106352/1/R3.

Datum uitspraak: 4 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Bladel,

2. [appellant sub 2], gevestigd te Sint-Oedenrode,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Bladel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Sleutel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juni 2011, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juni 2011, beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 7 juli 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 maart 2012, waar [appellant sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. A.A.M. van der Aa en mr. J.A. van der Aa, en de raad, vertegenwoordigd door A.J.A. van der Heijden, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Het beroep van [appellant sub 1]

2.1. [appellant sub 1] betoogt dat de raad ten onrechte voor zijn percelen [locatie 1, 2 en 3] geen aanduiding "bedrijfswoning" op de verbeelding heeft opgenomen, terwijl voor alle percelen concrete bouwaanvragen zijn ingediend. Op perceel [locatie 2] was al sinds 1991 een bedrijfswoning aanwezig, maar deze is in juli 2010 afgebrand. Voor de herbouw daarvan is een bouwvergunning (thans: omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen) aangevraagd. Ook voor de andere percelen is een aanvraag voor een bouwvergunning van een bedrijfswoning ingediend, aldus [appellant sub 1].

2.1.1. De raad heeft zich blijkens het verweerschrift en de zienswijzennota op het standpunt gesteld dat hij de mogelijkheid voor bedrijfswoningen in het plan wil beperken tot de bestaande woningen en met een wijzigingsbevoegdheid nieuwe bedrijfswoningen alleen onder strikte voorwaarden wil toestaan.

2.1.2. In het voorheen geldende plan "Bedrijventerrein '87" hadden de percelen de bestemming "Bedrijven", welke gronden bij recht bestemd waren voor onder andere bedrijfswoningen. Per bouwperceel mocht bij recht ten hoogste één bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen worden gebouwd. Ingevolge de begripsbepaling van de voorschriften van dat plan werd onder een bedrijfswoning verstaan een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bestemd voor een persoon, gezin of andere groep van personen van wie huisvesting daar, gelet op de bestemming, van het gebouw of terrein, noodzakelijk is.

In het onderhavige plan hebben de percelen de bestemming "Bedrijf". Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder g, van de planregels zijn de als zodanig aangewezen gronden onder andere bestemd voor bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning". Blijkens de verbeelding heeft geen van de percelen een aanduiding "bedrijfswoning".

Ingevolge artikel 3, lid 3.6, aanhef en onder b, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen en ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied" bedrijfswoningen mogelijk te maken, met dien verstande dat:

1. een bedrijfswoning ter plaatse in het kader van de bedrijfsvoering noodzakelijk is;

(…)

12. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;

13. er geen bezwaren zijn uit oogpunt van milieuhygiëne (akoestiek, bodem, water, luchtkwaliteit, externe veiligheid) en archeologie;

14. de financiële haalbaarheid van het plan niet in het geding komt.

2.1.3. Vergelijking van de twee voornoemde bestemmingsplannen leidt tot de conclusie dat dit plan een beperking inhoudt ten opzichte van het voorheen geldende plan wat betreft het toestaan van bedrijfswoningen bij recht en de wijzigingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van bedrijfswoningen meer voorwaarden bevat dan voorheen aan bedrijfswoningen werden gesteld. In het algemeen kunnen aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Een beperking van rechten wordt in beginsel aanvaardbaar geacht indien concrete plannen ontbreken en sprake is van gewijzigde beleidsinzichten bij de raad.

2.1.4. Uit de nader ingediende stukken volgt dat voor de percelen [locatie 1, 2 en 3] reeds in 2009 en 2010 aanvragen voor het bouwen van een bedrijfswoning zijn ingediend, derhalve ruim vóór de terinzagelegging van het ontwerpplan, zodat de raad beschikte over concrete plannen. Verder is uit de stukken af te leiden dat de raad in dit plan ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan ten aanzien van bedrijfswoningen een gewijzigd (strenger) beleid hanteert. Omstreeks juni 2010, voordat het ontwerpplan ter inzage is gelegd, is echter besloten om vooralsnog het noodzakelijkheidcriterium voor bedrijfswoningen in te vullen zoals dit voorheen werd gedaan. Dit heeft geleid tot heroverweging van de eerdere aanvragen voor bouwvergunning, die uiteindelijk voor alle voornoemde percelen hebben geleid tot een vergunning.

Nu voor de betreffende bedrijfswoningen concrete bouwplannen bekend waren, waarvoor de gewijzigde beleidsinzichten nog niet golden, kon de raad ten aanzien van deze woningen niet zonder meer vasthouden aan zijn uitgangspunt dat alleen de ten tijde van het bestreden besluit met vergunning gerealiseerde en bestaande bedrijfswoningen in het plan bij recht zijn toegelaten. Anders dan elders in het plan is bovendien niet voorzien in een wijzigingsbevoegdheid om bedrijfswoningen op eerder genoemde percelen mogelijk te maken. Door in het plan in het geheel geen regeling op te nemen voor een bedrijfswoning voor de percelen is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van [appellant sub 1] en is het plan in zoverre onzorgvuldig vastgesteld.

2.1.5. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit wat betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor de percelen [locatie 1, 2 en 3], voor zover daarmee niet is voorzien in de mogelijkheid om een bedrijfswoning te realiseren, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

Het beroep van [appellant sub 2]

2.2. [appellant sub 2] betoogt dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2" voor het perceel [locatie 4] heeft vastgesteld. Daartoe voert zij aan dat de exploitatie van een milieustraat, waarvoor het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 15 maart 2005 een milieuvergunning heeft verleend, ten onrechte niet in de bestemming is opgenomen. De indeling in categorie 4.2 op basis van een eerder verleende milieuvergunning, waarin het bedrijf is aangemerkt als composteerbedrijf, is achterhaald. De composteeractiviteiten, waar de raad vanuit is gegaan, vinden al jaren niet meer op deze locatie plaats. Verder voert [appellant sub 2] aan dat bij de provincie een aanvraag is ingediend voor een wijziging van de milieuvergunning voor op- en overslag en verkleinen van verharde kunststoffen en de opslag van verkleinde kunststoffen alsmede de op- en overslag van autobumpers. [appellant sub 2] stelt dat de raad hieraan voorbij is gegaan.

2.2.1. De raad stelt dat in dit plan de standaardlijst uit de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van 2007 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) is overgenomen en dat de door [appellant sub 2] genoemde activiteiten behoren tot de categorie 4.2 van deze lijst en daarmee als zodanig zijn bestemd.

2.2.2. Bij besluit van 15 maart 2005 is door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant vergunning krachtens de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de volgende bedrijfsactiviteiten:

- het inzamelen van huishoudelijke en bedrijfsafvalstoffen;

- het exploiteren van een milieustraat, inclusief inname, sorteren en opslag van chemisch afval;

- het innemen, het sorteren, het op- en overslaan van bouw-, sloop- en bedrijfsafval;

- verkleinen en persen van brandstofkorrel van A- en B hout en snoeihout;

- opslag van schoon puin, granulaat, grond en A- en B hout;

- overslag van asbesthoudende materialen;

- op- en overslag van banden.

Verder is bij besluit van 25 februari 2011 door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant vergunning krachtens de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen en inwerking hebben van een inrichting voor het verkleinen van kunststof afval en het op- en overslaan van verkleinde kunststoffen en autobumpers.

2.2.3. Blijkens de verbeelding heeft het perceel de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2". Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder a, ten 3° en onder l, van de planregels, zijn de als zodanig aangewezen gronden bestemd voor bedrijven waarbij geldt dat ter plaatse van een zodanige aanduiding tevens zijn toegestaan bedrijven van de categorie 4.2 van de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, alsmede bestemd voor opslag en uitstalling.

2.2.4. De raad heeft, zoals ter zitting bevestigd, met artikel 3, lid 3.1, onder a, ten 3° en onder l, van de planregels beoogd het bestaand legaal gebruik op het perceel [locatie 4] te bestemmen. Uit de Staat van bedrijfsactiviteiten blijkt dat, naast de in de planregels toegelaten opslag, al de in 2.2.2 genoemde activiteiten zijn onder te brengen onder de rubriek voorbereiding tot recycling, afvalscheidingsinstallaties, en de rubriek milieudienstverlening, vuiloverslagstations, en daarmee zijn ingedeeld in categorieën tot en met 4.2. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat voornoemde activiteiten niet onder deze categorieën zijn te brengen. Het betoog dat de activiteiten in de milieustraat, waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is verleend, niet als zodanig zijn bestemd, mist dan ook feitelijke grondslag.

2.2.5. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2" voor het perceel [locatie 4] strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

2.3. De raad dient ten aanzien van het beroep van [appellant sub 1] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 1] gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Bladel van 17 maart 2011, kenmerk R2011.016y, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Sleutel" wat betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor de percelen [locatie 1, 2 en 3] voor zover daarmee niet is voorzien in de mogelijkheid een bedrijfswoning te realiseren;

III. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Bladel tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Bladel aan [appellant sub 1] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Boermans

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

429-661.