Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW0762

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
201106233/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010 heeft het college het verzoek van de maatschap om de toeslag voor het uitrijden van ruige stalmest uit te keren, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201106233/1/A2.

Datum uitspraak: 4 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de maatschap, waarvan de maten zijn: [maat sub 1], [maat sub 2] en [maat sub 3],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 27 april 2011 in zaak nr. 10/2017 in het geding tussen:

de maatschap

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010 heeft het college het verzoek van de maatschap om de toeslag voor het uitrijden van ruige stalmest uit te keren, afgewezen.

Bij besluit van 20 augustus 2010 heeft het college het door de maatschap daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door de maatschap daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de maatschap bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juni 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 18 juli 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Nadat partijen bij brieven van 23 augustus 2011 en 30 augustus 2011 daartoe toestemming als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) hebben verleend, heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 21, tweede lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer provincie Fryslân 2006 (hierna: de SAN), voor zover deze luidde ten tijde van belang, wordt in de aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval aangegeven of de aanvraag mede betrekking heeft op de maatregel, bedoeld in artikel 37.

Ingevolge artikel 37, eerste lid, kan, indien ruige stalmest wordt uitgereden op een terrein waarvoor beheerssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket, opgenomen in bijlage 16, op verzoek van de beheerder en onder de voorwaarden als bedoeld in de onderdelen a tot en met d, de overeenkomstig artikel 36 bepaalde beheerssubsidie worden verhoogd.

Ingevolge artikel 39, aanhef en onder e, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding of ontwikkeling van meerdere beheerspakketten op een terrein, in ieder geval het aantal hectares waarop ruige mest wordt uitgereden en het bedrag, bedoeld in artikel 37.

2.2. Bij besluit van 13 augustus 2008 (hierna: de subsidieverlening) heeft het college subsidie verleend aan de maatschap voor de in de bijlage bij dat besluit vermeldde pakketten. Omdat het uitrijden van ruige stalmest niet in de aanvraag was vermeld, is het uitrijden van ruige stalmest niet in het besluit of de bijlage vermeld. Tegen dit besluit heeft de maatschap geen rechtsmiddel aangewend. Bij besluit van 22 april 2010 heeft het college het verzoek om het uitkeren van een toeslag wegens het uitrijden van ruige stalmest afgewezen, omdat deze toeslag niet is vermeld in de subsidieverlening.

Het college heeft het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard, omdat het college niet aannemelijk acht dat het aanvraagformulier waarmee de maatschap haar aanvraag heeft ingediend niet naar behoren functioneerde, en het niet mogelijk is na subsidieverlening, gelet op het subsidieplafond en de daarmee verband houdende rangorde, de aanvraag te wijzigen.

2.3. De maatschap betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij een rechtsmiddel heeft aangewend tegen de subsidieverlening omdat het bezwaar tegen het besluit van 22 april 2010 als zodanig moet worden opgevat. De overschrijding van de bezwaartermijn acht de maatschap verschoonbaar omdat zij niet eerder dan door het besluit van 22 april 2010 ervan op de hoogte kon zijn dat de subsidieverlening onjuist was.

2.3.1. Anders dan de maatschap betoogt, is het tegen het besluit van 22 april 2010 gemaakte bezwaar, voor zover het al moet worden opgevat als gericht tegen de subsidieverlening, niet tijdig ingediend en is die termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Ingevolge artikel 39, aanhef en onder e, van de SAN vermeldt het besluit tot subsidieverlening of een toeslag voor het uitrijden van ruige stalmest wordt verstrekt. Nu in het besluit van 13 augustus 2008 noch in de bijlage het uitrijden van ruige stalmest is vermeld, had de maatschap reeds ten tijde van de subsidieverlening ermee bekend kunnen zijn dat geen toeslag is dan wel zou worden verstrekt voor het uitrijden van ruige stalmest en had zij, indien zij dit onjuist achtte, daartegen bezwaar kunnen en derhalve moeten maken.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

362-729.