Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW0748

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
201011588/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 oktober 2010 (kenmerk 1050994) heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Dronten bij besluit van 28 januari 2010 (kenmerk B09.001614) vastgestelde bestemmingsplan "Dronten - Kantoorvilla's De West (2020)".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201011588/1/R2.

Datum uitspraak: 4 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te Dronten,

en

het college van gedeputeerde staten van Flevoland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2010 (kenmerk 1050994) heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Dronten bij besluit van 28 januari 2010 (kenmerk B09.001614) vastgestelde bestemmingsplan "Dronten - Kantoorvilla's De West (2020)".

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 december 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft bij brief van 17 december 2010 stukken die op de zaak betrekking hebben ingediend. Voor zes stukken heeft de raad verzocht om geheimhouding, als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Bij beslissing van 20 januari 2011 heeft een andere kamer van de Afdeling het verzoek om geheimhouding ten aanzien van vijf stukken afgewezen en de stukken retour gezonden. Ten aanzien van het stuk inzake de grondexploitatie is het verzoek ingewilligd. De betrokken partijen is gevraagd om toestemming om mede op grondslag van de geheim te houden informatie in dit stuk uitspraak te doen. [appellant] en anderen hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 september 2011, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.G. Vuuregge, werkzaam bij de provincie, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. van Keeken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 9 november 2011, nr. 201011588/1/T1/R2, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 7 oktober 2010 te herstellen.

Bij brief van 7 december 2011, bij de Raad van State ingekomen op 9 december 2011, heeft het college aangegeven het gebrek in het besluit van 7 oktober 2010 op 7 december 2011 te hebben hersteld.

Bij brief van 9 januari 2012 zijn [appellant] en anderen, de raad en Mac3Park Dronten B.V. in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen.

Mac3Park Dronten B.V. heeft bij brief van 16 januari 2012 een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ten aanzien van de vier westelijk gelegen kantoorvilla's heeft de Afdeling bij de tussenuitspraak overwogen dat het besluit van 7 oktober 2010 in strijd is met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb, nu geen onderzoek is gedaan naar de bereikbaarheid van de kantoorvilla's voor de hulpdiensten en niet toereikend is gemotiveerd waarom in dit geval een goede bereikbaarheid is verzekerd. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling het college opgedragen om:

- het besluit van 7 oktober 2010 te herstellen door alsnog te onderzoeken of de bereikbaarheid van de vier westelijk gelegen kantoorvilla's voor de hulpdiensten voldoende is en op grond van de uitkomsten van dat onderzoek het besluit alsnog toereikend te motiveren, dan wel een nieuw besluit te nemen; in het laatste geval dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekengemaakt te worden;

- de uitkomst aan de Afdeling mede te delen.

2.2. Gelet op de overwegingen 2.2 en 2.2.1 van de tussenuitspraak is het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2010, inhoudende de goedkeuring van het bestemmingsplan "Dronten - Kantoorvilla's De West (2020)", voor zover het is ingediend door de in overweging 2.2.1 van de tussenuitspraak genoemde personen, niet-ontvankelijk.

2.3. Het college heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het besluit nader gemotiveerd, waarbij het zich baseert op een advies van de Brandweer Flevoland van 24 november 2011. Het bestemmingsplan voldoet volgens het college aan de "Handleiding bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid" van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. Er is weliswaar sprake van één ontsluitingsweg, maar deze is met 4,50 meter voldoende breed. Tevens is op de kavel van elke kantoorvilla een keermogelijkheid aanwezig. De kantoorvilla's zijn volgens het college voldoende bereikbaar op het eigen perceel, waarmee het bestemmingsplan in zoverre voldoet aan hetgeen in de bouwverordening van de gemeente Dronten is opgenomen ten aanzien van de bereikbaarheid van bouwwerken voor het wegverkeer en brandblusvoorzieningen.

2.4. Mac3Park Dronten B.V. heeft in haar zienswijze aangegeven in te stemmen met de nadere motivering van het college. Voor het overige zijn geen zienswijzen ontvangen.

2.5. Het advies van de Brandweer Flevoland van 24 november 2011, dat het college ten grondslag heeft gelegd aan de nadere motivering, vermeldt dat het in het algemeen wenselijk is dat een adres binnen een verblijfsgebied aan twee zijden wordt ontsloten, maar dat gelet op het aantal kantoorvilla's en de omvang hiervan, de breedte van de weg en de keermogelijkheden ter plaatse, in dit geval kan worden volstaan met een doodlopende weg.

Gelet op het voorgaande heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de te realiseren kantoorvilla's voldoende bereikbaar zijn voor hulpdiensten en ziet de Afdeling in zoverre thans geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid het door de raad bij besluit van 28 januari 2010 vastgestelde plan heeft kunnen goedkeuren.

2.6. Gelet op hetgeen is overwogen in overweging 2.6.7 van de tussenuitspraak berust het bestreden besluit, voor zover dit betreft het gedeelte van het plangebied ten westen van de Keplerlaan, niet op een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering. Het beroep van [appellant] en anderen, voor zover ontvankelijk, is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd.

2.7. Gelet op hetgeen is overwogen onder 2.5 van deze uitspraak heeft het college alsnog de bereikbaarheid van de te realiseren kantoorvilla's voor hulpdiensten onderzocht en het bestreden besluit in zoverre alsnog toereikend gemotiveerd. De Afdeling zal daarom mede gelet op hetgeen is overwogen in de overwegingen 2.6.1 tot en met 2.6.6 van de tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover dit betreft het gedeelte van het plangebied ten westen van de Keplerlaan, in stand blijven.

2.8. Gelet op hetgeen is overwogen in de overwegingen 2.6.1 tot en met 2.6.6 van de tussenuitspraak is de conclusie dat hetgeen [appellant] en anderen ten aanzien van de plandelen gelegen ten oosten van de Meridiaan hebben aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In het tegen deze plandelen aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van [appellant] en anderen is, voor zover ontvankelijk, in zoverre ongegrond.

2.9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk, voor zover het is ingediend door [10 appellanten];

II. verklaart het beroep van [appellant] en anderen, voor zover ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond;

III. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland van 7 oktober 2010 (kenmerk 1050994), voor zover dit betreft de plandelen ten westen van de Keplerlaan;

IV. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit, voor zover het betreft het genoemde onder III, in stand blijven;

V. verklaart het beroep van [appellant] en anderen, voor zover ontvankelijk, voor het overige ongegrond;

VI. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Tuit

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

425-706.