Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW0165

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
201106090/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 [appellant]l 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Schelfhorst" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:11
Algemene wet bestuursrecht 3:15
Algemene wet bestuursrecht 3:16
Algemene wet bestuursrecht 6:13
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 8.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/243
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106090/1/R1.

Datum uitspraak: 28 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te Almelo,

en

de raad van de gemeente Almelo,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 [appellant]l 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Schelfhorst" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 mei 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 februari 2012, waar [appellant] is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een planologisch-juridische regeling voor de wijken Schelfhorst en Kluppelshuizen.

2.2. [appellant] is woonachtig op het perceel [locatieA] en richt zich in beroep tegen bouwmogelijkheden op het buurperceel Grovestins 46.

2.3. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

Het ontwerpplan is blijkens de kennisgeving met ingang van 13 oktober 2010 voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. De termijn waarbinnen zienswijzen naar voren konden worden gebracht eindigde derhalve op 23 november 2010. [appellant] heeft schriftelijk een zienswijze naar voren gebracht. De zienswijze van [appellant] is gedateerd 23 december 2010 en blijkens de stempel van de gemeente op 24 december 2010 ingekomen. [appellant] heeft derhalve niet binnen de gestelde termijn een zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht.

Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6:13 van de Awb kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Dit doet zich niet voor. Geen rechtvaardiging is gelegen in de door [appellant] gestelde omstandigheid dat in de publicatie van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, die naar niet in geschil is op deugdelijke wijze is geschied, niet uitdrukkelijk is aangegeven dat het perceel Grovestins 46 deel uitmaakt van het plan. Nu in de desbetreffende publicatie staat dat het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een regeling voor de woonwijken Schelfhorst en Kluppelshuizen had [appellant] hieruit kunnen afleiden dat het perceel Grovestins 46 ook in het ontwerpplan was opgenomen. Verder heeft [appellant] weliswaar direct voorafgaand aan dan wel tijdens de terinzageligging van het ontwerpplan over bouwactiviteiten contact gehad met een medewerker van de gemeente maar deze omstandigheid brengt niet de verplichting met zich dat deze medewerker [appellant] over de terinzagelegging van het bestemmingsplan had moeten inlichten, zonder dat [appellant] daarnaar had geïnformeerd. Ook het feit dat [appellant] inzake de bouwvergunning voor het perceel Grovestins 46 beroep had ingesteld bij de rechtbank betekent niet dat hij van gemeentewege persoonlijk op de hoogte gesteld had moeten worden van de terinzagelegging. Voorts is niet gebleken van concrete toezeggingen aan [appellant] dat hij op de hoogte zou worden gesteld van de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan voor het perceel Grovestins 46.

Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Bechinka

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012

371-675.