Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BW0159

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
201100216/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 november 2010, nr. 75, heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening van het bestemmingsplan Zuidoostbeemster I" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Besluit ruimtelijke ordening
Besluit ruimtelijke ordening 1.2.1
Besluit ruimtelijke ordening 1.2.3
Besluit ruimtelijke ordening 8.1.1
Besluit ruimtelijke ordening 8.1.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/700

Uitspraak

201100216/1/R1.

Datum uitspraak: 28 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Zuidoostbeemster, gemeente Beemster,

2. [appellant sub 2], wonend te Zuidoostbeemster, gemeente Beemster,

3. [appellant sub 3], wonend te Zuidoostbeemster, gemeente Beemster,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Beemster,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2010, nr. 75, heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening van het bestemmingsplan Zuidoostbeemster I" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2011, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] bij afzonderlijke brieven, bij de Raad van State ingekomen op 10 januari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2], [appellant sub 3] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 januari 2012, waar [appellant sub 1] en anderen, in de personen van [personen] en bijgestaan door mr. J.E. Dijk, advocaat te Haarlem, [appellant sub 2], en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, en ing. W.J. Schotten, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 18 december 2008 heeft de raad het bestemmingsplan "Zuidoostbeemster I" vastgesteld. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland heeft dit plan, voor zover thans van belang, bij besluit van 7 juli 2009 goedgekeurd. Het bestemmingsplan "Zuidoostbeemster I" voorzag onder meer in de bouw van de nieuwe woonwijk De Nieuwe Tuinderij met ongeveer 820 woningen inclusief een woonzorgcomplex.

Tegen het besluit tot goedkeuring hebben onder meer [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] beroep ingesteld. Dit heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2011, in zaak nr. 200907212/1/R1. In deze uitspraak heeft de Afdeling onder meer de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Wonen uit te werken (W-U)", waarop De Nieuwe Tuinderij was voorzien, vernietigd. Tevens heeft de Afdeling bij die uitspraak zelfvoorziend goedkeuring onthouden aan die plandelen.

2.2. De beroepen zijn gericht tegen het plandeel met de bestemming "Wonen uit te werken (W-U)" waarop (een deel van) De Nieuwe Tuinderij alsnog mogelijk wordt gemaakt.

2.3. De Afdeling stelt vast dat de gronden waarop De Nieuwe Tuinderij is voorzien op de verbeelding een gele kleur hebben gekregen, die volgens het renvooi de bestemming "Woongebied" weergeeft. In de regels die de raad heeft vastgesteld, zijn echter geen bepalingen opgenomen die zien op de bestemming "Woongebied", zodat in zoverre aan deze bestemming geen betekenis toekomt.

De raad heeft ter zitting aangegeven dat bedoeld is de bestemming "Wonen uit te werken (W-U)" in plaats van de bestemming "Woongebied" aan de gronden voor De Nieuwe Tuinderij toe te kennen. Hieromtrent overweegt de Afdeling dat de raad kennelijk de eerstgenoemde bestemming heeft willen vastleggen in artikel 15. Ingevolge het eerste lid van dat artikel, voor zover thans van belang, zijn de op de verbeelding voor "Wonen uit te werken (W-U)" aangewezen gronden bestemd voor wonen, een zorgcentrum en dienstverlening met de daarbij behorende voorzieningen. De raad heeft volgens het derde lid van dit artikel beoogd dat de functies in het eerste lid eerst mogelijk zijn na uitwerking daarvan door het college van burgemeester en wethouders. De formulering van het bepaalde in het eerste lid leidt er echter toe dat de functies voor die bestemming bij recht zijn toegestaan. Gelet hierop heeft de raad, ook als de planregel was vastgesteld zoals bedoeld, niet bereikt wat hij heeft beoogd, namelijk het creëren van een nader afwegingsmoment.

2.3.1. In hetgeen [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het plandeel dat op de verbeelding, in het renvooi, is aangeduid als "Woongebied" is vastgesteld in strijd met het beginsel van de rechtszekerheid. De beroepen zijn gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

2.4. [appellant sub 1] en anderen betogen voorts dat het plan ingevolge artikel 1.2.3, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) gelezen in samenhang met artikel 1.2.1, eerste lid, met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing langs elektronische weg vastgelegd en in die vorm vastgesteld had moeten worden.

2.5. Ingevolge artikel 1.2.3, eerste lid, van het Bro worden de in artikel 1.2.1, eerste lid, bedoelde visies, plannen, besluiten en verordeningen in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing langs elektronische weg vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Een volledige verbeelding daarvan op papier wordt gelijktijdig vastgesteld.

In artikel 1.2.1, eerste lid, is onder meer het bestemmingsplan genoemd.

Ingevolge artikel 8.1.1 mogen, in afwijking van artikel 1.2.3, eerste en tweede lid, de in artikel 1.2.1, eerste lid, bedoelde visies, plannen, besluiten en verordeningen in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing die voor 1 januari 2010 in papieren vorm zijn vastgelegd en in ontwerp ter inzage zijn gelegd, na dat tijdstip in die vorm worden vastgesteld. In zodanig geval wordt tevens een verbeelding daarvan in elektronische vorm vastgesteld.

Ingevolge artikel 8.1.2 zijn, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 8.1.4, de artikelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 niet van toepassing op een herziening van een bestemmingsplan, mits dat bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd voor 1 januari 2010 en de herziening niet betrekking heeft op het vervangen van een in dat plan voorkomende bestemming.

2.5.1. Nu de beroepsgronden alleen zijn gericht tegen het voornoemde plandeel en de in overweging 2.3.1 opgenomen vernietiging tot dat plandeel beperkt blijft, wordt het bestemmingsplan "Partiële herziening van het bestemmingsplan Zuidoostbeemster I" voor het overige in rechte onaantastbaar. De Afdeling stelt vast dat dit gedeelte een herziening is van een bestemmingsplan dat in ontwerp ter inzage is gelegd voor 1 januari 2010 en dat dit geen betrekking heeft op het vervangen van een in dat plan voorkomende bestemming. In zoverre voldoet het bestemmingsplan dat na de gedeeltelijke vernietiging in rechte onaantastbaar wordt aan de uitzondering van artikel 8.1.2, onder b, van het Bro, zodat geen aanleiding bestaat het plan ook voor het overige te vernietigen omdat het niet langs elektronische weg is vastgelegd en in die vorm is vastgesteld. De vraag welke gevolgen de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2011, in zaak nr. 200907212/1/R1 met betrekking tot het bestemmingsplan "Zuidoostbeemster I" zou kunnen hebben voor de toepasselijkheid van artikel 8.1.2, onder b, van het Bro, behoeft derhalve geen bespreking.

2.5.2. Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] overigens hebben aangevoerd evenmin bespreking.

2.6. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Van proceskosten die bij [appellant sub 3] voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Beemster van 11 november 2010, nr. 75, voor zover het betreft het plandeel dat op de verbeelding, in het renvooi, is aangeduid als "Woongebied";

III. veroordeelt de raad van de gemeente Beemster tot vergoeding van bij [appellant sub 1] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 903,92 (zegge: negenhonderddrie euro en tweeënnegentig cent), waarvan € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

veroordeelt de raad van de gemeente Beemster tot vergoeding van bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 29,92 (zegge: negenentwintig euro en tweeënnegentig cent);

IV. gelast dat de raad van de gemeente Beemster aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt:

a. € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

b. € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [appellant sub 2] en;

c. € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [appellant sub 3].

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en drs. W.J. Deetman en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Bošnjaković

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012

533.