Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV9500

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
201104047/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Steenwijk-Eeserwold, 1e herziening" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BR 2012/95 met annotatie van P.M.J. de Haan

Uitspraak

201104047/1/R1.

Datum uitspraak: 21 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Eesveen, gemeente Steenwijkerland,

en

de raad van de gemeente Steenwijkerland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Steenwijk-Eeserwold, 1e herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 januari 2012, waar de raad, vertegenwoordigd door E.S. Fijma, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Met het plan wordt beoogd het bestemmingsplan "Eeserwold" te actualiseren waarbij onder meer ter plaatse van de gronden tussen de [locatie 1] en [locatie 2] (hierna: het perceel) de bestemming "Gemengd" is toegekend.

2.2. [appellant] komt op tegen het plandeel met de bestemming "Gemengd", gelegen ten zuiden van zijn perceel [locatie 2]. Hij betoogt dat in strijd met de rechtszekerheid in de plantoelichting ten onrechte staat dat de herziening van deze bestemming slechts betrekking heeft op de voorheen geldende bestemming "Agrarische doeleinden onbebouwd". Volgens [appellant] heeft de herziening, gelet op de breedte van de bestemmingsgrens, ook betrekking op de bestemming "Groenvoorzieningen".

2.2.1. De Afdeling stelt voorop dat aan de plantoelichting geen bindende betekenis toekomt. Voorts is, hoewel de raad heeft getracht om het plan zoveel mogelijk in overeenstemming met de in het bestemmingsplan "Eeserwold" opgenomen wijzigingsbevoegdheid te actualiseren, in onderhavig geval sprake van een herziening van het bestemmingsplan en niet van een wijziging daarvan. Het is niet uitgesloten dat de bestemmingsgrenzen in het plan enigszins afwijken van de grenzen zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Eeserwold". Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de grens van de bestemming "Gemengd", voor zover dit het perceel betreft, grotendeels samenvalt met de grens van de voorheen geldende bestemming "Agrarische doeleinden onbebouwd" met de op grond van het bestemmingsplan "Eeserwold" geldende bestemming "Groenvoorzieningen". Het betoogt faalt.

2.3. [appellant] betoogt dat er ten onrechte geen bouwvlakken of bebouwingsgrenzen aangegeven zijn op de verbeelding. Hierdoor kan volgens hem op het perceel ver voor de voorgevelrooilijn van zijn woning worden gebouwd, hetgeen leidt tot aantasting van zijn uitzicht in zuidelijke richting.

2.3.1. De Afdeling stelt voorop dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. De te realiseren woningen ter plaatse van het perceel zijn gesitueerd tussen bestaande lintbebouwing die aan beide zijden van de Eesveenseweg aanwezig is. Voorts kunnen de voorziene woningen op een afstand van ongeveer 26 m aan de kant van een zijgevel van de woning van [appellant] worden gesitueerd. Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van aantasting van het uitzicht indien voor de voorgevelrooilijn van zijn woning wordt gebouwd.

2.4. Voorts betoogt [appellant] dat het plan niet uitvoerbaar is nu de vergunning voor de kap van een aantal bomen op het perceel is geweigerd.

2.4.1. De raad stelt dat de aanvraag van de kapvergunning destijds prematuur was aangezien toen nog de bestemming "Agrarische doeleinden onbebouwd" gold. Volgens de raad zal de aanvraag met de huidige bestemming "Gemengd" niet op bezwaren stuiten.

2.4.2. De vraag of een omgevingsvergunning voor het kappen van de op het perceel aanwezige bomen nodig is en zo ja, of deze kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in de procedure omtrent de omgevingsvergunning. Dat doet er evenwel niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen, indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de gemeentelijke verordening aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

2.4.3. Op 2 juli 2007 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland een vergunning verleend voor de kap van een aantal bomen op het perceel. Bij besluit op bezwaar van 23 oktober 2007 is deze vergunning alsnog geweigerd. Daarbij werd van belang geacht dat het perceel vooralsnog niet bebouwd kon worden, gelet op de toentertijd geldende bestemming "Agrarische doeleinden onbebouwd". Nu dit plan bebouwing wel toelaat, kan hetgeen door [appellant] is aangevoerd niet leiden tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de gemeentelijke verordening thans aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Het betoog faalt.

2.5. Tot slot betoogt [appellant] dat het plan ten onrechte niet voorziet in een groenzone tussen zijn perceel en het perceel dat ten zuiden daarvan ligt zodat bebouwing in de buurt van de perceelsgrens mogelijk is. Hij acht een ruimtelijke scheiding tussen de functies wonen en bedrijf nodig en wijst in dit verband op de systematiek van het bestemmingsplan "Eeserwold". Volgens [appellant] leiden de toegestane bebouwingsmogelijkheden tot aantasting van zijn privacy. In dit verband acht [appellant] de in de planregels opgenomen minimale afstand van 3 m tussen de perceelsgrens en een te realiseren hoofdgebouw of bedrijfsgebouw onvoldoende.

2.5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat een groenzone tussen het perceel en het perceel van [appellant] niet nodig is omdat bij percelen met een gemengde bestemming de woonfunctie voorop staat en er alleen lichte vormen van bedrijvigheid zijn toegestaan. Aan elkaar grenzende woonpercelen leiden niet per definitie tot onevenredige aantasting van de privacy. Volgens de raad is de in de planregels gehanteerde minimale afstand van 3 m tussen de perceelsgrens en te realiseren hoofdgebouwen of bedrijfsgebouwen juist als waarborg van de privacy vastgelegd.

2.5.2. Voor de gronden ten oosten van het perceel van [appellant] geldt ingevolge het bestemmingsplan "Eeserwold" de bestemming "Bedrijfsdoeleinden". Daartussen geldt voor een strook grond van ongeveer 10 m de bestemming "Groenvoorzieningen".

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften behorende bij het bestemmingsplan "Eeserwold", zijn gronden met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" bestemd voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in de categorieën 1, 2, 3A en 3B van de in bijlage bij deze voorschriften opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten.

2.5.3. Ingevolge artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder a, van de planregels, zijn de voor "Gemengd" aangewezen gronden bestemd voor woningen, in combinatie met de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, zoals genoemd in bijlage 1 van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat niet meer dan 50% van een bouwperceel mag worden gebruikt ten behoeve van bedrijfsdoeleinden.

In lid 4.2, aanhef en onder 4.2.1 en 4.2.2, staat:

"Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels:

4.2.1 Hoofdgebouwen

Ten aanzien van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

a. als hoofdgebouw zijn uitsluitend woningen toegestaan;

b. de inhoud van een hoofdgebouw mag ten hoogste 750 m3 bedragen, tenzij de inhoud meer bedraagt dan 750 m3, in welk geval de bestaande grotere inhoud geldt;

c. de goothoogte van hoofdgebouwen mag maximaal 3,5 m bedragen en de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag maximaal 4,5 m bedragen;

d. ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale dakhelling (graden)' mag de dakhelling niet meer en niet minder bedragen dan is aangeduid;

e. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen moet voldoen aan de volgende eisen:

1. maximaal 1400 m2 ter plaatse van de [locatie 1], waarvan maximaal 800 m2 ten behoeve van bandenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bandenopslag';

2. minimaal 125 m2 en maximaal 300 m2 ter plaatse van respectievelijk Eesveenseweg 34a, 34b en 34c;

f. de afstand van een hoofdgebouw tot de erfgrens zal tenminste 3 m bedragen en de afstand van een bedrijfsgebouw tot de erfgrens zal tenminste 2 m bedragen, met dien verstande dat de afstand van een bedrijfsgebouw tot de erfgrens met de percelen [locatie 1] resp. [locatie 2], 3 m zal bedragen.

4.2.2 Bedrijfsgebouwen

a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd op een afstand van tenminste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning;

b. de afstand van een bedrijfsgebouw tot de perceelsgrens moet tenminste 3 m bedragen."

2.5.4. Op het perceel is, gelet op de bij het plan gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend lichte bedrijvigheid zoals opgenomen in categorie 1 en 2 toegestaan. Weliswaar voorziet het bestemmingsplan "Eeserwold" in een groenzone ter afscheiding van de bedrijvigheid ten oosten van het perceel van [appellant], doch dit betekent niet dat in onderhavig plan sprake dient te zijn van een vergelijkbare systematiek omdat anders dan in onderhavig plan in het bestemmingsplan "Eeserwold" voor gronden met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" ook bedrijfsactiviteiten in categorie 3A en 3B zijn toegestaan. Voorts bedraagt de minimale afstand tussen de woning van [appellant] en de te realiseren woningen en bedrijfsgebouwen 26 m. Gelet hierop heeft de raad een groenzone met het oog op scheiding van functies in redelijkheid niet nodig hoeven achten.

Wat betreft de bebouwingsmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen op het perceel overweegt de Afdeling dat het plan voorziet in een maximale bouwhoogte noch in een maximale dakhelling, maar slechts in een maximale goothoogte van 4,5 m. Gelet op de kopteksten in artikel 4, lid 4.2, van de planregels, alsmede gelet op de aanhef onder 4.2.1, hebben de in lid 4.2, onder 4.2.1, opgenomen bepalingen alleen betrekking op hoofdgebouwen, zijnde woningen, tenzij expliciet is vermeld dat de bepaling ook ziet op bedrijfsgebouwen. Ter zitting is weliswaar door de raad aangevoerd dat wat betreft de maximale dakhelling voor bedrijfsgebouwen is beoogd aan te sluiten bij de maximale dakhelling zoals die in het plan is voorgeschreven voor hoofdgebouwen, dit blijkt evenwel niet uit de planregels. Door het ontbreken van een maximale bouwhoogte en een maximale dakhelling is de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mede gelet op de toegestane oppervlakte van 300 m² onbeperkt. Gelet hierop is de belangenafweging van de raad omtrent het woon- en leefklimaat van [appellant] niet zorgvuldig tot stand gekomen.

2.6. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Steenwijkerland van 11 januari 2011, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" voor de gronden gelegen tussen de [locatie 1] en [locatie 2];

III. veroordeelt de raad van de gemeente Steenwijkerland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Steenwijkerland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig uro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2012

270-728.