Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV9475

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
201106707/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college geweigerd om aan [appellant sub 1] onder vrijstelling van het bestemmingsplan reguliere bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het geheel vernieuwen van een bedrijfsruimte met twee bedrijfswoningen op het perceel [locatie] te Montfoort (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106707/1/A1.

Datum uitspraak: 21 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

1. [appellant sub 1], wonend te Montfoort

2. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Halal Atlas Döner B.V. en

3. [appellante sub 3], beide gevestigd te Montfoort

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 mei 2011 in zaak nr. 10/4076 in het geding tussen:

1. [appellant sub 1]

2. Halal Atlas Döner B.V. (hierna: Halal Atlas Döner)

3. [appellante sub 3]

en

het college van burgemeester en wethouders van Montfoort.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college geweigerd om aan [appellant sub 1] onder vrijstelling van het bestemmingsplan reguliere bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het geheel vernieuwen van een bedrijfsruimte met twee bedrijfswoningen op het perceel [locatie] te Montfoort (hierna: het perceel).

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het het door [appellant sub 1], Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 mei 2011, verzonden op 11 mei 2011, heeft de rechtbank het door Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, het door [appellant sub 1] ingestelde beroep gegrond, het besluit van 2 november 2010 vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen ervan geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1], Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juni 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden hebben zij aangevuld bij brief van 18 juli 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 januari 2012, waar [appellant sub 1], Halal Atlas Döner en [appellante sub 3], allen bijgestaan, dan wel vertegenwoordigd door mr. B. Nijman, advocaat te Wageningen en het college, vertegenwoordigd door A. den Braven en S.R. Visser, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De bedrijfsruimten met twee bedrijfswoningen zijn voorzien ten behoeve van de bedrijfsvoeringen van Halal Atlas Döner en [appellante sub 3]. De bedrijfswoningen zullen voor de huisvesting van werknemers worden gebruikt.

2.2. Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] betogen dat de rechtbank hen ten onrechte geen belanghebbenden bij het in beroep bestreden besluit heeft geacht, nu hun belangen als beoogde gebruikers van de bedrijfsruimten met bedrijfswoningen rechtstreeks bij dat besluit zijn betrokken.

2.2.1. Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] zijn de voorziene gebruikers van het pand, waarin het bouwplan voorziet. Zij zullen dat van [appellant sub 1] huren. Zij zijn weliswaar belanghebbende bij het besluit dat mede op hun bezwaar is genomen, maar niet bij het besluit van 20 juni 2010. Bij dat besluit zijn hun belangen niet rechtstreeks betrokken.

Nu het door hen gemaakte bezwaar bij het besluit van 2 november 2010 ten onrechte niet deswege niet-ontvankelijk is verklaard, heeft de rechtbank het beroep, voor zover door hen ingesteld, ten onrechte niet gegrond verklaard, dit besluit in zoverre vernietigd en het door hen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Ingevolge het ten tijde van de aanvraag ter plaatse geldende bestemmingsplan "herziening bestemmingsplan Industrieterrein II" rust op het perceel de bestemming "industriële bedrijven met bijbehorende erven".

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder k, wordt in de voorschriften onder dienstwoning verstaan: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bestemd voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder g, voor zover thans van belang, zijn de op de kaart voor "industriële bedrijven met bijbehorende erven" aangewezen gronden bestemd voor gebouwen ten dienste van handel en nijverheid met daarbij behorende bijgebouwen, met dien verstande dat per bedrijf één dienstwoning mag worden gebouwd met een goothoogte van maximaal 6 m.

2.4. [appellant sub 1] klaagt dat de rechtbank heeft miskend dat van rechtswege bouwvergunning is verleend. Daartoe voert hij aan dat artikel 3, eerste lid, aanhef en onder g, gelezen in verbinding met artikel 1, aanhef en onder k, van de planvoorschriften, een gebruiksvoorschrift inhoudt, waaraan het bouwplan niet mocht worden getoetst. Voorts zullen de dienstwoningen worden gebruikt voor de huisvesting van werknemers, in vaste dienst of met een tijdelijk dienstverband, die direct beschikbaar dienen te zijn voor de daar te vestigen ondernemingen, aldus [appellant sub 1].

2.4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 29 april 2008 in zaak nr. 200705823/1; www.raadvanstate.nl), kan de vraag of van rechtswege bouwvergunning is verleend niet worden beantwoord, dan na onderzoek of zich ingevolge het bestemmingsplan een weigeringsgrond voordoet.

Zoals de Afdeling ook eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 juli 2005 in zaak nr. 200409527/1; www.raadvanstate.nl), dient bij toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts te worden onderzocht of het op te richten bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar ook of het met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. De rechtbank heeft het voorziene gebruik dan ook terecht bij de beoordeling betrokken.

Uit artikel 3, eerste lid, onder g, gelezen in verbinding met artikel 1, onder k, van de planvoorschriften volgt dat op het perceel per onderneming één woning mag worden gerealiseerd, kennelijk bestemd voor degene, wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is.

De op te richten dienstwoningen zijn bedoeld voor het onderbrengen van werknemers die ten behoeve van de daar te exploiteren ondernemingen werkzaam zullen zijn. Dat een onderkomen voor de werknemers nodig is, maakt echter niet dat noodzaak bestaat om hen bij de onderneming te huisvesten. Dat betekent dat het bouwplan in strijd met de bestemming is, nu het op te richten bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die, waarin die bestemming voorziet.

Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door Halal Atlas Döner en [appellante sub 3], is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank het beroep, voor zover door hen ingesteld, niet-ontvankelijk heeft verklaard en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, voor zover dat betrekking heeft op hun bezwaren, in stand heeft gelaten. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door hen tegen het besluit van 2 november 2010 ingestelde beroep gegrond verklaren. Nu de rechtbank het besluit van 2 november 2010 heeft vernietigd en dat oordeel in stand blijft, zal de Afdeling daarmee volstaan. Zij zal zelf in de zaak voorzien door het door Halal Atlas Döner en [appellante sub 3] tegen het besluit van 29 juni 2010 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 2 november 2010.

Het hoger beroep, voor zover ingesteld door [appellant sub 1], is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden bevestigd.

2.6. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep, voor zover ingesteld door Halal Atlas Döner B.V. en [appellante sub 3], gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 mei 2011 in zaak nr. 10/4076, voor zover het beroep, voor zover door hen ingesteld, daarbij niet-ontvankelijk is verklaard en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, voor zover dit betrekking heeft op het door hen gemaakte bezwaar, in stand zijn gelaten;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep, voor zover door hen ingesteld, gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgermeester en wethouders van Montfoort van 2 november 2010 met kenmerk B2040 / PR-10-13328, voor zover het bezwaar, voor zover dit is gemaakt door Halal Atlas Döner B.V. en [appellante sub 3], daarbij ongegrond is verklaard;

V. verklaart het gemaakte bezwaar in zoverre niet-ontvankelijk;

VI. bevestigt die uitspraak voor het overige;

VII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Montfoort tot vergoeding aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Halal Atlas Döner B.V. en [appellante sub 3] van bij hen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

VIII. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Montfoort aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Halal Atlas Döner B.V. en [appellante sub 3] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 454,00 (zegge: vierhonderdvierenvijftig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2012

17-712.