Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV9470

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
201103644/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 februari 2011 heeft het college het wijzigingsplan "Oostakkers Hollum" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2012/5613 met annotatie van mr. D. Meloni

Uitspraak

201103644/1/R4.

Datum uitspraak: 21 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Hollum, gemeente Ameland ,

en

het college van burgemeester en wethouders van Ameland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2011 heeft het college het wijzigingsplan "Oostakkers Hollum" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 maart 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 21 april 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 februari 2012 waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij het besluit heeft het college de bestemming "Bedrijf" van het perceel Oostakkers te Hollum, kadastraal bekend gemeente Ballum, sectie G, nummer 3324 dls, gewijzigd in de bestemming "Wonen-1".

2.2. [appellant] voert aan dat artikel 5, lid 5.8.1, onder e, van de planregels van het bestemmingsplan "Hollum 2009" niet de mogelijkheid biedt de bestemming "Bedrijf" te wijzigen in "Wonen-1". Er kan volgens hem geen vergunning verleend worden voor de bouw van een woning op dit perceel, omdat op dit perceel geen bouwvlak is aangegeven. Hij wijst erop dat ingevolge artikel 26, lid 26.2.1, onder b, een hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd dient te worden en dat artikel 26, lid 26.8.1, onder a, het enkel mogelijk maakt om het bouwvlak te wijzigen. Hij betoogt dat op grond van het bestemmingsplan "Hollum 2009" de bevoegdheid om bouwvlakken toe te voegen uitsluitend kan worden toegepast op gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 6" en dat het onderhavige perceel deze aanduiding niet heeft. Hij concludeert dat met het besluit geen bouwvlak is toegevoegd, of, indien dat wel is gebeurd, dat dat onbevoegd is gebeurd.

[appellant] voert voorts aan dat met het besluit ook een gedeelte van de grond met de bestemming "Verkeer-Parkeerterrein" is gewijzigd in de bestemming "Wonen-1". In zoverre is het besluit volgens hem eveneens onbevoegd genomen. Mocht blijken dat het besluit niet ziet op dit deel van de gronden, dan is het bouwplan naar zijn mening niet te realiseren met inachtneming van de bestemming "Verkeer-Parkeerterrein". Ook is het realiseren van het bouwplan volgens hem in strijd met de Wegenwet. Voorts komt de verkeersveiligheid in het gedrang, omdat het dan niet meer mogelijk is te draaien in de smalle straat, zo betoogt [appellant].

2.2.1. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan bij een bestemmingplan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kan wijzigen.

Ingevolge artikel 5, lid 5.8.1, aanhef en onder e, van de planregels van bestemmingsplan "Hollum 2009" kan het college het plan wijzigen in die zin dat de bestemming "Bedrijf" wordt gewijzigd naar de bestemming "Wonen-1", mits:

1. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 7';

2. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 26 van toepassing zijn.

Ingevolge artikel 26, lid 26.2.1, aanhef en onder b, geldt, voor zover thans van belang, voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regel: een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd.

Ingevolge lid 26.8.1 aanhef en onder a, kan het college het plan wijzigen in die zin dat de situering en de vorm van bouwvlakken worden gewijzigd.

Ingevolge lid 26.8.1, aanhef en onder g, kan het college het plan wijzigen in die zin dat binnen de bestemming "Wonen-1" bouwvlakken worden toegevoegd, mits:

1. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 6';

2. de oppervlakte van het woonhuis ten hoogte 120 m² zal bedragen.

Ingevolge artikel 34, lid 34.1.1, aanhef en onder a, onder 4, voor zover thans van belang, kan het college het plan wijzigen in die zin dat:

a. de bestemming(en) "Bedrijf" wordt gewijzigd in de bestemming "Wonen-1" mits:

4. na toepassing van de betreffende wijzigingsbevoegdheid ten minste de regels van artikel 26 of 27 van toepassing zijn.

2.2.2. Het college heeft een nieuw bouwvlak aangebracht waarop de planregels van toepassing zijn.

2.2.3. Op het plandeel ter plaatse van het perceel in het bestemmingsplan "Hollum 2009" rust de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 7'.

2.2.4. Op grond van artikel 5, lid 5.8.1, aanhef en onder e, onder 2, van de planregels is artikel 26 van toepassing. Ingevolge artikel 26, lid 26.2.1, aanhef en onder b, moet een hoofdgebouw binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het is ingevolge artikel 26, lid 26.8.1, aanhef en onder a, slechts mogelijk om bouwvlakken toe te voegen ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 6". Het college was naar het oordeel van de Afdeling derhalve niet bevoegd op het onderhavige perceel een bouwvlak toe te voegen. Het college heeft dit miskend.

2.2.5. Het plan is vastgesteld in strijd met artikel 26, lid 26.8.1, aanhef en onder g, van de planregels bij het bestemmingsplan "Hollum 2009" in samenhang bezien met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Gelet hierop behoeft hetgeen [appellant] voor het overige heeft aangevoerd geen bespreking meer.

2.3. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ameland van 15 februari 2011, kenmerk VT/SY;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Ameland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Ameland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2012

375-685.