Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV9447

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
201111814/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zeeheldenkwartier 2010" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201111814/2/R4.

Datum uitspraak: 13 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1] en anderen, allen wonend te Den Haag,

2. [verzoekster sub 2], wonend te Den Haag,

3. [verzoeker sub 3], wonend te Den Haag,

4. Bewonersorganisatie de Groene Eland, gevestigd te Den Haag,

en

de raad van de gemeente Den Haag,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zeeheldenkwartier 2010" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2011, [verzoekster sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 november 2011, [verzoeker sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 november 2011 en de Bewonersorganisatie bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2011 hebben [verzoeker sub 1] en anderen de voorzitter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekster sub 2], [verzoeker sub 3] en de Bewonersorganisatie de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 22 februari 2012, waar [verzoeker sub 1] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. R.B. van Heijningen, advocaat te Den Haag, [verzoekster sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. K. de Wit, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, de Bewonersorganisatie, vertegenwoordigd door L.H.G.Th. Geukers en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.C.M. Schippers, advocaat te Den Haag, bijgestaan door mr. A.C. de Winter, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Voorts zijn daar als partij gehoord [belanghebbende], bijgestaan door mr. M.H.P. Claassen, advocaat te Rotterdam en Wooncorporatie Haagwonen, vertegenwoordigd door mr. P.A. Kok, advocaat te Woerden.

De behandeling van het verzoek van R. Becker is van deze zaak afgesplitst en voortgezet onder zaak nr. 201111814/3/R4.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Het verzoek van [verzoeker sub 1] en anderen

2.2. [verzoeker sub 1] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plandeel met de bestemming "Wonen", voor zover betrekking hebbende op een gedeelte van het binnenterrein aan de Toussaintkade 32/33 te Den Haag. Het plandeel maakt realisering van een bouwplan mogelijk, hetgeen volgens hen in strijd is met het conserverende karakter van het bestemmingsplan. Het bouwplan tast voorts het karakter van het binnenterrein aan dat reeds sinds jaren onbebouwd is en in gebruik is als tuin. Dit is volgens hen in strijd met het uit de plantoelichting blijkende oogmerk van bescherming van het open en groene karakter van binnenterreinen. Bovendien maakt het binnenterrein deel uit van het gebied dat is aangewezen als beschermd stadsgezicht zodat ter plaatse een bijzonder bouwregime geldt. Volgens [verzoeker sub 1] en anderen past het bouwplan niet binnen dit bijzondere bouwregime; zij wijzen in dit verband op het in hun opdracht door Scala Architecten opgestelde rapport van 2 november 2011.

2.2.1. De raad stelt dat in het ontwerpplan aan het binnenterrein de bestemmingen "Wonen" en "Gemengd-1" waren toegekend. Naar aanleiding van de door [verzoeker sub 1] en anderen naar voren gebrachte zienswijze is bij de vaststelling van het plan deze bestemming gewijzigd in de bestemming "Tuin", met uitzondering van twee bouwvlakken op het perceel aan de Toussaintkade 32/33 waaraan de bestemming "Wonen" is toegekend. De raad heeft dusdoende recht willen doen aan de in de brief van het college van burgemeester en wethouders van 27 juli 2010 voor dat perceel neergelegde toezegging dat medewerking zou worden verleend aan een bouwplan dat strekt ter vervanging van de bestaande bebouwing. Op 24 december 2010 is ter zake een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Het bouwplan voorziet in een woning met twee bouwlagen en een uitbouw van 36 m² en bijgebouw van 40 m² in één bouwlaag. De uitbouw en het bijgebouw vallen buiten het bouwvlak van het vorige plan en zijn bij de vaststelling van het onderhavige plan als zodanig bestemd door middel van de twee bouwvlakken met de bestemming "Wonen".

Volgens de raad heeft de voorziene bebouwing geen dominante invloed op de omgeving, aangezien de nieuwbouw wat betreft massa kleiner is dan de bestaande bebouwing. Het binnenterrein is reeds gedeeltelijk bebouwd en de voorziene bebouwing sluit daarbij aan, aldus de raad. Er is bovendien geen sprake van gemeentelijk beleid dat strekt ter bescherming van het open en groene karakter van binnenterreinen.

Voorts wijst de raad erop dat in de toelichting bij de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht particuliere binnenterreinen en tuinen niet als te beschermen waarden worden genoemd. Onder open ruimten zoals genoemd in de toelichting dient volgens de raad openbare open ruimten te worden verstaan, zodat het voor het beschermd stadsgezicht geldende bijzondere regime niet van toepassing is op particuliere binnenterreinen en tuinen.

2.2.2. Op grond van de plantoelichting en de toelichting van de raad ter zitting stelt de voorzitter vast dat sprake is van een actualiserend plan en dat de raad daarbij als uitgangspunt heeft gehanteerd dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met initiatieven die naar verwachting tot realisatie zullen komen. De voorzitter acht dit uitgangspunt niet onredelijk. Gelet op de brief van het college van burgemeester en wethouders van 27 juli 2010 en de aanvraag om een omgevingsvergunning die naar aanleiding daarvan is ingediend, heeft de raad bij de vaststelling van het plan naar het oordeel van de voorzitter in redelijkheid rekening kunnen houden met het daarin voorziene bouwplan.

De voorzitter acht ook niet aannemelijk gemaakt dat het plan leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het groene en open karakter van het binnenterrein. De voorzitter neemt hierbij in aanmerking de beperkte omvang van de desbetreffende bouwvlakken in verhouding tot de gronden met de bestemming "Tuin", alsmede de omstandigheid dat blijkens ter zitting getoond fotomateriaal op het binnenterrein verspreid staande bebouwing aanwezig is.

De voorzitter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de uitleg van de raad van het begrip "openbare ruimte" zoals vermeld in de toelichting bij de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht en acht dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het voor het beschermd stadsgezicht geldende bijzondere regime van toepassing is op het binnenterrein. [verzoeker sub 1] en anderen hebben met de verwijzing naar hetgeen in de plantoelichting is vermeld onder 5.3.3 en 4.6.1 over het belang van het behoud van groen evenmin aannemelijk gemaakt dat de raad in de gegeven omstandigheden niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het toekennen van de bestemming "Wonen" op het perceel aan de Toussaintkade 32/33.

Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in zoverre in de bodemprocedure niet in stand kan blijven. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat dan ook geen grond. Het verzoek dient te worden afgewezen.

De verzoeken van [verzoekster sub 2], [verzoeker sub 3] en de Bewonersorganisatie

2.3. [verzoekster sub 2] en [verzoeker sub 3] betogen dat de maatschappelijke bestemming die in het vorige plan aan het perceel Tasmanstraat 135-137 te Den Haag was toegekend ten onrechte is gewijzigd in de bestemming "Wonen".

2.3.1. De voorzitter stelt vast dat in het ontwerpplan reeds de bestemming "Wonen" aan het desbetreffende perceel was toegekend en dat [verzoekster sub 2] en [verzoeker sub 3] geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren hebben gebracht. Voor zover hun beroepen zijn gericht tegen de bestemming "Wonen", zijn geen omstandigheden aangevoerd waardoor aan hen redelijkerwijs niet verweten kan worden dat niet tijdig een zienswijze naar voren is gebracht. Gelet hierop bestaat gerede twijfel over de ontvankelijkheid van de beroepen van [verzoekster sub 2] en [verzoeker sub 3] in zoverre.

2.4. De Bewonersorganisatie kan zich niet verenigen met de gewijzigde vaststelling van het plan voor zover betrekking hebbende op het perceel Tasmanstraat 135-137. De wijziging van de situering van de bouwvlakken, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage is volgens haar in strijd is met het conserverende karakter van het plan omdat er geen concreet bouwplan aan ten grondslag ligt.

[verzoekster sub 2] en [verzoeker sub 3] stellen dat de gewijzigde bebouwingsmogelijkheden tot gevolg hebben dat een groot gedeelte van de Tasmanstraat bebouwd zal kunnen worden, waardoor hun woongenot wordt aangetast. [verzoekster sub 2] stelt verder dat openbaar groen verdwijnt. Voorts betwijfelt zij of de raad bij de vaststelling van het plan voldoende rekening heeft gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door de ontwikkeling.

2.4.1. De raad stelt dat op het desbetreffende perceel in het verleden een schoolgebouw stond. In 2006 heeft in dat gebouw een brand gewoed, waarna het is gesloopt. Gelet op de behoefte aan woningbouw en het woonkarakter van de wijk heeft Wooncorporatie Haagwonen in samenspraak met de gemeente een bouwplan ontwikkeld ten behoeve van de realisatie van woningen op het desbetreffende perceel. In haar zienswijze tegen het ontwerpplan heeft Wooncorporatie Haagwonen om financiële redenen verzocht om een meer globale regeling voor het perceel. De raad heeft vervolgens om te voorkomen dat de planregels een haalbaar bouwplan in de weg staan gekozen voor een globalere invulling. De goothoogte mag maximaal 11 m bedragen en de nokhoogte 15 m. Dit is een meter lager dan het vorige plan en sluit aan bij de voor de omliggende percelen geldende bouwhoogtes die variëren van 11 tot 14 m, aldus de raad. Het bouwvlak mag voor maximaal 50% bebouwd worden, hetgeen volgens de raad niet substantieel afwijkt van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was.

2.4.2. In aanmerking genomen dat de bebouwingsmogelijkheden zoals neergelegd in het plan niet wezenlijk afwijken van de mogelijkheden die het vorige plan bood, ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan in zoverre niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen.

Gegeven dat het perceel in het vorige plan geen groenbestemming maar een maatschappelijke bestemming had, acht de voorzitter de vrees van [verzoekster sub 2] dat openbaar groen verdwijnt als gevolg van het plan ongegrond. Nu in artikel 23 van het plan is neergelegd dat moet worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm bestaat volgens de voorzitter evenmin grond voor het oordeel dat de raad bij de vaststelling van het plan onvoldoende rekening heeft gehouden met de parkeerbehoefte. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter in hetgeen [verzoekster sub 2], [verzoeker sub 3] en de Bewonersorganisatie hebben aangevoerd geen aanleiding voor de verwachting dat het besluit in de bodemprocedure niet in stand kan blijven. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat derhalve geen grond. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Diepenbeek w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2012

472-718.