Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8796

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201105480/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Rouveen, herziening Beukenlaan" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201105480/1/R1.

Datum uitspraak: 14 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Rouveen, gemeente Staphorst,

en

de raad van de gemeente Staphorst,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Rouveen, herziening Beukenlaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 5 augustus 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2012, waar [appellant], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.J. van den Berg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de realisering van twee woningen.

2.2. [appellant] betoogt dat het plan gelegenheidsplanologie betreft, door zo kort na vaststelling van het bestemmingsplan "Rouveen" dit plan te herzien. In dat verband wijst hij er op dat de raad terugkomt op zijn bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Rouveen" ingenomen standpunt dat het nabij gelegen sportveldencomplex een belemmering vormt voor de bouw van de twee woningen. Verder wijst hij op zijn belang bij behoud van vrij uitzicht. Voorts betoogt [appellant] dat van het plan had moeten worden afgezien omdat er geen volkshuisvestelijk belang bij de twee woningen bestaat, maar slechts een belang bij een stedenbouwkundige afronding. Ook wordt de gemeente onrechtmatig bevoordeeld omdat zij eigenaar is van de gronden, aldus [appellant].

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat met het plan is voorzien in een logische stedenbouwkundige afronding van de wijk in Rouveen en in een gevarieerd aanbod in bouwkavels. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan "Rouveen" waren de twee woningen al een onderdeel van de planvorming. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Rouveen" heeft hij daarvan afgezien enkel omdat bij toepassing van de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-Brochure) woningbouw nabij het sportveldencomplex niet mogelijk leek. Uit onderzoek naar eventuele geluidsoverlast vanwege de sportvelden volgt dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, zodat afwijking van de VNG-Brochure wel mogelijk is, aldus de raad.

2.4. Aan de gronden binnen het plangebied is de bestemming "Wonen" met de aanduidingen "vrijstaand" en "maximum aantal wooneenheden 2" toegekend. Tevens is een deel van de gronden voorzien van een bouwvlak.

Ingevolge artikel 3.1 van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden onder meer bestemd voor wonen.

Ingevolge artikel 3.2, onder a, aanhef en onder 1,2, 3 en 4, geldt voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ten behoeve van wonen dat gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, het aantal wooneenheden niet meer mag bedragen dan het aangeduide maximum aantal wooneenheden, de goothoogte van hoofdgebouwen en daarvan onderdeel uitmakende aan- of uitbouwen niet meer mag bedragen dan 6 m en dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen en daarvan onderdeel uitmakende aan- of uitbouwen niet meer mag bedragen dan 10 m.

Het plangebied grenst aan een sportveldencomplex. De afstand van de woning van [appellant] tot het bouwvlak is ongeveer 22 m.

2.5. Het bestemmingsplan "Rouveen" is goedgekeurd op 24 augustus 2006. Geen rechtsregel staat er aan in de weg dat een bestemmingsplan wordt herzien voor het einde van de planperiode van 10 jaar. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de in de VNG-Brochure aanbevolen afstanden indicatief zijn en dat afwijking hiervan in beginsel mogelijk is met dien verstande dat een afwijking voldoende dient te worden gemotiveerd en dient te worden afgewogen in het licht van het doel van de desbetreffende richtafstand, zoals in dit geval het voorkomen van geluidhinder in nieuwe situaties. De raad is gemotiveerd afgeweken van de richtafstand onder verwijzing naar de notitie "Akoestisch onderzoek voetbalvelden SC Rouveen" opgesteld door Stroop raadgevende ingenieurs B.V., waarin de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijke geluidhinder vanwege de voetbalvelden op de twee voorziene woningen zijn neergelegd. [appellant] heeft de uitkomsten van dit onderzoek niet bestreden. Evenmin heeft hij bestreden dat de raad in dit rapport aanleiding heeft kunnen zien om niet langer vast te houden aan de in de VNG-Brochure aanbevolen afstand.

De Afdeling merkt op dat het uitzicht vanuit de woning van [appellant] wel in enige mate wordt aangetast, maar dat de raad dit verlies aan uitzicht niet onevenredig nadelig heeft hoeven achten. In dat verband merkt de Afdeling nog op dat er geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. Verder bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de raad alleen in het belang van de volkshuisvesting een plan mag vaststellen dat voorziet in woningbouw. [appellant] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheid tot de bouw van twee woningen tot verstoring van de woningmarkt in Rouveen zal leiden.

De omstandigheid dat uitvoering van het plan voor de gemeente mogelijk financieel gunstig is, brengt nog niet met zich dat de raad op oneigenlijke wijze van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Uit het besluit blijkt dat daaraan ruimtelijke motieven ten grondslag liggen.

In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid een groter belang heeft kunnen toekennen aan een stedenbouwkundige afronding van wijk in Rouveen ter plaatse van de Beukenlaan nabij de Mispellaan en een gevarieerd aanbod aan bouwkavels dan aan het belang van [appellant] bij behoud van de bestaande situatie.

Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

2.6. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2012

270.