Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8788

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201105859/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 september 2010 heeft de burgemeester het huisverbod, dat op 29 augustus 2010 aan [appellant] met betrekking tot de woning aan de [locatie] te Den Haag (hierna: de woning) is opgelegd met achttien dagen verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201105859/1/A3.

Datum uitspraak: 14 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Den Haag,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 april 2011 in zaak nr. 10-8027 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Den Haag.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 september 2010 heeft de burgemeester het huisverbod, dat op 29 augustus 2010 aan [appellant] met betrekking tot de woning aan de [locatie] te Den Haag (hierna: de woning) is opgelegd met achttien dagen verlengd.

Bij uitspraak van 5 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 mei 2011, hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 februari 2012, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.H.W. Vollebergh, werkzaam in dienst van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij geen bewoner van de woning is.

2.1.1. Dat heeft hij voor het eerst in hoger beroep gesteld. Aangezien het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak en er geen reden is aan te nemen dat het gestelde niet in beroep kon worden aangevoerd, kan het reeds om die reden niet leiden tot het ermee beoogde resultaat.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Van Hardeveld

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2012

312-730.