Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8782

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201107761/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het college geweigerd aan [appellant] bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het gedeeltelijk veranderen van de garage/berging/hobbyruimte tot een rolstoeltoegankelijke woning op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107761/1/A1.

Datum uitspraak: 14 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Roosendaal,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 mei 2011 in zaak nr. 11/1081 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het college geweigerd aan [appellant] bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het gedeeltelijk veranderen van de garage/berging/hobbyruimte tot een rolstoeltoegankelijke woning op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 20 januari 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 mei 2011, verzonden op 7 juni 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juli 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 februari 2012, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. M.C.A.M. van der Meer, advocaat te Tilburg, en het college, vertegenwoordigd door mr. Y. Bons en I. Kraus, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 8 januari 2004 heeft het college aan [appellant] bouwvergunning verleend voor het vergroten van een garage/berging op het perceel ten behoeve van een hobbyruimte. De onderhavige aanvraag ziet op het veranderen van de garage/berging/hobbyruimte met het oog op het gebruik daarvan als een rolstoeltoegankelijke woning.

2.2. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening". Het college heeft geweigerd om daarvan met toepassing van artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) ontheffing te verlenen.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college in strijd heeft gehandeld met het vertrouwensbeginsel. Daartoe voert hij aan dat de verbouwing op basis van de bouwvergunning van 8 januari 2004, die hij dusdanig heeft uitgevoerd dat in de garage/berging/hobbyruimte aansluitingen zijn gerealiseerd voor woonvoorzieningen, door diverse controleurs van de gemeente is gecontroleerd tot aan de voltooiing van de bouw, die bij e-mailbericht van 1 oktober 2009 akkoord is bevonden. Dit heeft bij hem het vertrouwen gewekt dat hij de ruimte zoals door hem gerealiseerd als een rolstoeltoegankelijke woning mocht gebruiken.

2.3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 26 november 2008 in zaak nr. 200801122/1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Nog daargelaten of zij daartoe de bevoegdheid hadden, houdt hetgeen de bouwinspecteurs volgens [appellant] tijdens de inspecties hebben gezegd, noch het e-mailbericht van 1 oktober 2009, een ondubbelzinnige toezegging in dat voor de door [appellant] gerealiseerde uitbreidingen ten opzichte van het bij besluit van 8 januari 2004 vergunde bouwplan, ontheffing en bouwvergunning zouden worden verleend.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2012

17-713.