Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8762

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201111806/3/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2011, heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen door de raad van een besluit op zijn aanvraag om een wijzigingsplan vast te stellen ten behoeve van de oprichting van zes windturbines te Purmer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201111806/3/R1.

Datum uitspraak: 8 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Purmer, gemeente Edam-Volendam,

en

de raad van de gemeente Waterland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2011, heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen door de raad van een besluit op zijn aanvraag om een wijzigingsplan vast te stellen ten behoeve van de oprichting van zes windturbines te Purmer.

Bij besluit van 15 december 2011 heeft de raad de aanvraag van [verzoeker] om een wijzigingsplan vast te stellen afgewezen.

[verzoeker] heeft bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 januari 2012, de gronden ter aanvulling van het beroep ingediend.

Bij deze brief heeft [verzoeker] voorts de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 februari 2012, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. M.H.J. van Driel, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. F.J. van der Tol, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Vast staat dat het voormelde besluit van 15 december 2011 niet aan het beroep van [verzoeker] tegemoet komt. Het beroep wordt derhalve op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.

2.3. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht om het besluit tot afwijzing van de aanvraag om een wijzigingsplan vast te stellen te schorsen. Verder heeft [verzoeker] de voorzitter gevraagd om te bepalen dat een wijzigingsplan wordt geacht vastgesteld te zijn overeenkomstig het eerder ter inzage gelegde ontwerpplan, dan wel de raad te gelasten een besluit te nemen waarbij een wijzigingsplan overeenkomstig het ontwerpplan wordt vastgesteld, ofwel te bepalen dat [verzoeker] wordt behandeld als ware een wijzigingsplan vastgesteld.

2.4. Ingevolge artikel 9, negende lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Landelijk gebied" is de raad onder voorwaarden bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de bouw van maximaal negen windturbines.

2.5. De voorzitter stelt vast dat [verzoeker] niet gebaat is bij uitsluitend schorsing van het besluit tot weigering een wijzigingsplan voor voornoemde gronden vast te stellen. De enkele schorsing van dat besluit brengt immers niet met zich dat de raad een wijzigingsplan dient vast te stellen met de door [verzoeker] gewenste bestemming en planregels. Het treffen van een voorlopige voorziening die hiertoe wel zou strekken acht de voorzitter te verstrekkend, evenals hetgeen anderszins door [verzoeker] is verzocht. Daartoe overweegt de voorzitter dat de raad bij de eventuele vaststelling van een wijzigingsplan vrijheid toekomt om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die hij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De vaststelling van een wijzigingsplan door de raad betreft derhalve een bevoegdheid waarbij beleidsvrijheid bestaat. Gelet hierop heeft de voorzitter niet de verwachting dat de Afdeling in de bodemprocedure zelfvoorziend een wijzigingsplan zal vaststellen met de door [verzoeker] gewenste inhoud.

2.6. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

De voorzitter zal gelet op de omstandigheden van dit geval bevorderen dat de behandeling van het beroep spoedig zal plaatsvinden.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2012

444.