Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8761

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201113106/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 oktober 2011, kenmerk 2011/66, heeft de raad het bestemmingsplan "Beulakerweg 54, Giethoorn" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201113106/2/R1.

Datum uitspraak: 8 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoekster B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

en

de raad van de gemeente Steenwijkerland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2011, kenmerk 2011/66, heeft de raad het bestemmingsplan "Beulakerweg 54, Giethoorn" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2011, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 februari 2012, waar [verzoeker], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door drs. E.S. Fijma, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aan de Stegge Twello B.V., vertegenwoordigd door mr. M.H. Blokvoort, advocaat te Deventer.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] woont aan de [locatie] en komt op tegen de op het naastgelegen perceel voorziene bestemming "Horeca". Hij vreest een ernstige inbreuk op zijn privacy en woon- en leefomgeving. [verzoeker] wijst er daarbij op dat in totaal acht logiesverblijven zijn voorzien en het volledige voor "Horeca" bestemde deel van het perceel gebruikt kan worden als terras en ten behoeve van parkeren. Voorts vreest hij voor uitbreiding van de horecamogelijkheden op het perceel naast het aanbieden van logies met ontbijt.

2.3. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, van de planregels zijn de voor "Horeca" aangewezen gronden bestemd voor:

a. één logiesbedrijf;

met bijbehorende:

b. gebouwen;

c. bouwwerken geen gebouwen zijnde;

d. wegen en paden;

e. parkeervoorzieningen;

f. speelvoorzieningen;

g. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;

h. tuinen en erven.

Ingevolge lid 3.2.1 gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende regels:

a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;

b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedragen maximaal de ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte.

Ingevolge lid 3.2.2 gelden voor het bouwen van bijgebouwen de volgende regels:

a. bijgebouwen dienen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen" te worden gebouwd;

b. de oppervlakte van de gezamenlijke bijgebouwen bedraagt maximaal 50 m²;

c. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen bedragen maximaal de ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte.

Ingevolge artikel 1, lid 1.21 is een logiesbedrijf een bedrijf waarin hoofdzakelijk logies wordt verstrekt al dan niet in combinatie met het verstrekken van ontbijt, zoals een pension of een naar aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen verblijfsaccommodatie.

2.4. Het plan voorziet blijkens de verbeelding in een bouwvlak van ongeveer 200 m² voor een vrijstaand gebouw met een bouwhoogte van 8,5 m en een goothoogte van 2,5 m. Beoogd wordt in dit gebouw zes suites te realiseren. Naast het logiesgebouw wordt het planologisch mogelijk gemaakt een bijgebouw te realiseren met een maximumoppervlakte van 50 m². Het is de bedoeling dat in dit bijgebouw twee suites gerealiseerd worden.

2.5. Wat betreft de vrees van [verzoeker] dat op de bestemming "Horeca" ook een café of restaurant gerealiseerd zou kunnen worden, overweegt de voorzitter dat uit de doeleindenomschrijving in artikel 3, lid 3.1, van de planregels volgt dat binnen die bestemming alleen een logiesbedrijf is toegestaan. In artikel 1, lid 1.21, van de planregels is aangegeven dat een logiesbedrijf een bedrijf is waarin hoofdzakelijk logies wordt verstrekt al dan niet in combinatie met het verstrekken van ontbijt, zoals een pension of een naar aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen verblijfsaccommodatie. Op grond hiervan is naar het voorlopige oordeel van de voorzitter de vrees van [verzoeker] voor uitbreiding van de horecamogelijkheden op het perceel in de vorm van een café of restaurant ongegrond.

2.6. De raad heeft naar voren gebracht dat het woon- en leefklimaat van [verzoeker] door het plan niet ernstig wordt aangetast, nu de afstand van de woning van [verzoeker] tot het logiesgebouw minimaal 20 m bedraagt en tot het bijgebouw 14 m. Verder heeft de raad erop gewezen dat de bestemming "Horeca" is gelegen op een afstand van 5 m van de woning van [verzoeker], en dat in de huidige situatie ook al enig zicht bestaat van en naar beide percelen.

Naar het oordeel van de voorzitter gaat de raad er daarbij evenwel ten onrechte aan voorbij dat de kortste afstand van het perceel van [verzoeker] tot de gronden met de bestemming "Horeca" slechts 2 m bedraagt. Voor zover de raad heeft gesteld dat de percelen worden gescheiden door een beek, stelt de voorzitter vast dat de bestemming "Horeca" ook deels is voorzien op de gronden waar de beek is gelegen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft de raad voorshands onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het plan geen ernstige inbreuk op de woon- en leefomgeving van [verzoeker] maakt. Daarbij acht de voorzitter van belang dat het opnemen van een horecabestemming voor een groot deel van het perceel, mede gelet op het karakter van de omgeving - behoudens het tegenovergelegen restaurant een straat met lintbebouwing van voornamelijk woningen -, een wezenlijke verandering in de ruimtelijke uitstraling van het perceel met zich brengt. De stelling van de raad dat de invloed van het plan op de leefomgeving van [verzoeker], met name de beleving vanuit diens tuin, beperkt is, nu de bestemmingsgrens voor "Horeca" met slechts 10 m wordt uitgebreid ten opzichte van de in het voorgaande plan opgenomen woon- en tuinbestemming, en op een deel geen gebouwen zijn toegestaan, volgt de voorzitter niet. Daarbij betrekt de voorzitter dat de bedoelde gronden volgens het voorgaande plan grotendeels als tuin bij een woning konden worden gebruikt, terwijl met onderhavig plan de woon- en tuinbestemming geheel wordt vervangen door de bestemming "Horeca" en het gebruik van de gronden daarmee niet vergelijkbaar kan worden geacht. Voorts acht de voorzitter van belang dat de bouw- en goothoogte van het bijgebouw en de mogelijkheden voor parkeren binnen de bestemming "Horeca" in het plan niet gelimiteerd zijn. Dit klemt te meer nu de raad ter zitting desgevraagd heeft aangegeven te betwijfelen of handhavend optreden tegen het door [verzoeker] gevreesde gebruik van de parkeerplaatsen op het perceel door bezoekers van het tegenovergelegen restaurant haalbaar is.

Wat betreft de stelling van de raad dat in het voorgaande plan op het perceel kampeermiddelen zijn toegestaan, overweegt de voorzitter dat, wat daar ook van zij, het daarbij gaat om een vrijstellingsmogelijkheid die niet is geëffectueerd en welke een discretionaire bevoegdheid bevat, waarin ook de belangen van [verzoeker] zouden moeten worden betrokken. Voor zover de raad heeft gesteld dat op het perceel van [verzoeker] eveneens een recreatieverblijf is vergund, kan dit naar het oordeel van de voorzitter niet aan het vorenstaande afdoen, nu op het perceel van [verzoeker] de woonbestemming als hoofdfunctie aanwezig blijft.

Ten slotte acht de voorzitter op voorhand niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze het alternatief waarop [verzoeker] wijst, namelijk realisatie van logieswoningen op het perceel bij het restaurant aan de Beulakerweg 77, in de belangenafweging is betrokken. De enkele ter zitting door de raad naar voren gebrachte stelling dat dit vanwege de daarvoor benodigde sloop van gebouwen economisch niet haalbaar zou zijn, acht de voorzitter op voorhand niet zonder meer toereikend, nu ook op de onderhavige locatie sloop van de aanwezige bebouwing is beoogd ten behoeve van de uitvoering van het plan.

2.7. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Steenwijkerland van 25 oktober 2011, kenmerk 2011/66, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Beulakerweg 54, Giethoorn";

II. gelast dat de raad van de gemeente Steenwijkerland aan [verzoeker A] en [verzoekster B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2012

444.