Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8760

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201200025/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Kuukven, fase II" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201200025/2/R1.

Datum uitspraak: 8 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Baarlo, gemeente Peel en Maas,

en

de raad van de gemeente Peel en Maas,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Kuukven, fase II" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 december 2011, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 februari 2012, waar [verzoeker], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. F. Limpens-Cuijpers en A.W.J. van den Kerkhof, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. K. Mutsaers en L.J.R. Jans.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de ontwikkeling van de tweede fase van de woonwijk Kuukven te Baarlo.

2.3. [verzoeker] woont in Kuukven eerste fase, aan de [locatie]. Hij voert aan dat het tegenover zijn woning voorziene bouwblok, het zogenoemde "Hof van Baarlo", met 22 geschakelde woningen, te massief en niet passend in de omgeving is. Volgens [verzoeker] waren in eerdere plannen alleen vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen gepland voor die locatie en is dit ook door ambtenaren in gesprekken met de bewoners van Kuukven eerste fase aangegeven. [verzoeker] brengt verder naar voren dat geen behoefte aan de woningen bestaat. Voorts is volgens hem onvoldoende in het plan vastgelegd dat er een maximum van 10 huurwoningen kan komen.

2.4. Op de gronden waarop het beroep van [verzoeker] ziet, rust de bestemming "Wonen" met de bouwaanduiding "aaneengebouwd". Op gronden op een afstand van bijna 40 m van de woning van [verzoeker] is een bouwvlak met een maximaal toegestane bouwhoogte van 11 m en een goothoogte van 6 m voorzien. Op de hoeken van dat bouwvlak, op een afstand van ruim 40 tot 50 m van de woning van [verzoeker], zijn een goothoogte van 9 m en een bouwhoogte van 13 m toegestaan. Tussen het bouwvlak en de woning van [verzoeker] is gedeeltelijk een groenbestemming opgenomen. Gelet op de afstand van het in het plan voorziene bouwvlak tot de woning van [verzoeker] en op de in dat bouwvlak toegestane omvang van de bebouwing, ziet de voorzitter op voorhand geen aanleiding om aan te nemen dat het plan tot een ernstige inbreuk op de woonomgeving zal leiden. Wat betreft het betoog van [verzoeker] dat het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat Kuukven tweede fase een weerspiegeling zou worden van Kuukven eerste fase, vindt dit naar het voorlopige oordeel van de voorzitter geen basis in de door hem overgelegde stukken. Het beeldkwaliteitsplan uit 2004 geeft volgens de voorzitter slechts een indicatie van de mogelijk te realiseren bebouwing, waarbij voor deze locatie alleen is vermeld dat hier sprake zou zijn van "hofwonen", hetgeen voor onderhavige locatie ook in het bestemmingsplan is uitgewerkt. Ten aanzien van het betoog van [verzoeker] dat door ambtenaren een zodanige toezegging is gedaan, overweegt de voorzitter dat, daargelaten wat de door ambtenaren verstrekte mondelinge informatie aan [verzoeker] en andere personen inhield, op voorhand niet aannemelijk is geworden dat door een ambtenaar een toezegging is gedaan, die aan de raad kan worden toegerekend. De voorzitter wijst in dit verband op vaste jurisprudentie van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 16 maart 2011 in zaak nr. 201005268/1/R3.

2.5. Ten aanzien van de woningbehoefte heeft de raad aangegeven dat uit de gemeentelijke woonvisie voortvloeit dat per jaar 21 woningen nodig zijn, en dat het plan deel uitmaakt van het gemeentelijk woningbouwprogramma. Ten aanzien van de voorziene huurwoningen heeft de raad gesteld dat dit niet op grond van artikel 3.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening is geregeld, maar in een overeenkomst tussen de gemeente en [belanghebbende]. De raad heeft daarbij aangegeven dit niet in het bestemmingsplan te hebben vastgelegd om een zekere flexibiliteit te behouden. De voorzitter ziet vooralsnog in hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat de raad zich niet in redelijkheid op voormelde standpunten heeft kunnen stellen.

2.6. Voor zover [verzoeker] betwijfelt of de overeenkomst tussen de gemeente en [belanghebbende] inzake de ontwikkeling van het plan kon worden gebaseerd op de Algemene Verkoopvoorwaarden voor bouwterreinen van de gemeente Maasbree uit 1992, terwijl die gemeente per 1 januari 2010 is opgegaan in de gemeente Peel en Maas, overweegt de voorzitter dat op voorhand niet aannemelijk is geworden dat dit van invloed is geweest op de vaststelling van het bestemmingsplan.

2.7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2012

444.