Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8751

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
201105705/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3328, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten verzonden op respectievelijk 20 mei 2009 en 8 juli 2009 heeft het dagelijks bestuur [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast alle bouwwerkzaamheden op het adres [locatie] te Amsterdam met onmiddellijke ingang te (doen) staken en gestaakt te houden totdat op een ingediende aanvraag om legaliserende sloop- en bouwvergunning positief is beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201105705/1/A1.

Datum uitspraak: 14 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2011 in zaak nr. 10/432 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het dagelijks bestuur.

1. Procesverloop

Bij besluiten verzonden op respectievelijk 20 mei 2009 en 8 juli 2009 heeft het dagelijks bestuur [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast alle bouwwerkzaamheden op het adres [locatie] te Amsterdam met onmiddellijke ingang te (doen) staken en gestaakt te houden totdat op een ingediende aanvraag om legaliserende sloop- en bouwvergunning positief is beslist.

Bij besluit van 17 december 2009 heeft het dagelijks bestuur het door [wederpartij] tegen beide besluiten gemaakte bezwaar, onder aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 december 2009 vernietigd en de besluiten van 20 mei 2009 en 8 juli 2009 herroepen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 mei 2011, hoger beroep ingesteld. Het dagelijks bestuur heeft de gronden van zijn beroep aangevuld bij brief van 17 juni 2011.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 februari 2012, waar Het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. R. Nomden, werkzaam bij de gemeente en [wederpartij], vertegenwoordigd door F.N. van Baardwijk en bijgestaan door mr. D.A.J. Sturhoofd, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat [wederpartij] ten tijde van het besluit van 17 december 2009 niet aangemerkt kon worden als overtreder. Het dagelijks bestuur betoogt voorts dat de rechtbank de besluiten van 20 mei 2009 en 8 juli 2009 ten onrechte heeft herroepen.

2.1.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 30 januari 2008 in zaak nr. 200702980/1) is als overtreder in de zin van artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht slechts aan te merken degene die het te handhaven voorschrift daadwerkelijk schendt. Uit het in bezwaar overgelegde certificaat C blijkt dat [wederpartij] eigenaar van het pand is. De feitelijke zeggenschap over het pand berust evenwel bij N.B.A. Management B.V. (hierna: N.B.A. Management). De gevolgen van de uitvoering van de bouwwerkzaamheden moeten daarom aan N.B.A. Management worden toegerekend. Uit de door [wederpartij] bij de aanvulling van de gronden van haar bezwaarschrift overgelegde opdrachtbevestiging van januari 2009 blijkt voorts dat niet zij, maar N.B.A. Management aan Waterman Design opdracht heeft gegeven tot de verbouwing van het pand. Dat wordt bevestigd door de, bij brief van 26 oktober 2009, aan de adviescommissie Bezwaarschriften toegestuurde factuur van 6 januari 2009 van Waterman Design aan N.B.A. Management en het rekeningafschrift van 7 januari 2009 waaruit blijkt dat N.B.A. Management het factuurbedrag aan Waterman Design heeft voldaan. De rechtbank heeft op grond hiervan terecht overwogen dat het dagelijks bestuur [wederpartij] ten tijde van het besluit van 17 december 2009 niet als overtreder mocht aanmerken. Dat de opdrachtbevestiging niet is ondertekend maakt dat niet anders, nu deze wordt ondersteund door de factuur en het rekeningsafschrift.

Evenmin is van belang dat [wederpartij] voorafgaand aan de besluiten van 20 mei 2009 en 8 juli 2009 door haar gedragingen de schijn zou hebben gewekt dat het in haar macht lag de overtreding te beƫindigen en dat het dagelijks bestuur ten tijde van de besluiten van 20 mei 2009 en 8 juli 2009 niet op de hoogte was van het bestaan van een rechtsverhouding tussen [wederpartij] en N.B.A. Management. De bezwaarprocedure is mede gegeven om deze feiten in de heroverweging te betrekken. Nu het dagelijks bestuur ten tijde van het besluit van 17 december 2009 had moeten vaststellen dat niet [wederpartij], maar N.B.A. Management als overtreder van de te handhaven voorschriften moest worden aangemerkt, had het de aan [wederpartij] gerichte lasten moeten herroepen. Het dagelijks bestuur heeft dat nagelaten. De rechtbank heeft het besluit van 17 december 2009 dan ook terecht vernietigd en de besluiten van 20 mei 2009 en 8 juli 2009 terecht herroepen.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Offers w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2012

17-724.