Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8077

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
200905661/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle, thans: Zuidplas, het bestemmingsplan "Zuidplas Noord" en de exploitatieplannen "Zuidplas Noord deel Wonen Moerkapelle" en "Zuidplas Noord deel Glastuinbouw & Bedrijven" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905661/1/R1.

Datum uitspraak: 7 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Moerkapelle, gemeente Zuidplas,

2.    de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DANA International B.V. en anderen, gevestigd onderscheidenlijk wonend te Moerkapelle, gemeente Zuidplas,

3.    [appellanten sub 3] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 3]), beiden wonend te Moerkapelle, gemeente Zuidplas,

4.    [de vennootschap onder firma Vakgarage], gevestigd te Moerkapelle, gemeente Zuidplas,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Zuidplas, voorheen gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 16 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle, thans: Zuidplas, het bestemmingsplan "Zuidplas Noord" en de exploitatieplannen "Zuidplas Noord deel Wonen Moerkapelle" en "Zuidplas Noord deel Glastuinbouw & Bedrijven" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 augustus 2009, DANA International en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2009, en [appellant sub 3] en [Vakgarage] bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 8 september 2009, beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 24 september 2009.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. Daarop hebben [appellant sub 3], [Vakgarage] en de raad hun zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 april 2011, waar DANA International en anderen, vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, werkzaam bij Bureau Rechtsbescherming, [appellant sub 3] en [Vakgarage], in de persoon van [appellant sub 3], en de raad, vertegenwoordigd door A. de Vries, drs. W.N. Zwama, E.J. Greving en mr. A. van der Ven, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 10 augustus 2011, nr. 200905661/1/T1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 16 juni 2009 te herstellen.

Bij brief van 28 oktober 2011, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2011, heeft de raad te kennen gegeven de gebreken in het besluit van 16 juni 2009 te hebben hersteld.

Bij brief van 6 december 2011 zijn partijen in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld naar voren te brengen. [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen hebben een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

2.    Overwegingen

2.1.    De Afdeling heeft bij de tussenuitspraak overwogen dat het besluit van 16 juni 2009, wat betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1", is vastgesteld in strijd met artikel 77, eerste lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) en artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voorts is overwogen dat de uitwerkingsregel (lees: wijzigingsbevoegdheid) in artikel 50, lid 50.22, van de planregels alsmede het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1" zijn vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Hiertoe wordt verwezen naar de tussenuitspraak.

    Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak:

- met inachtneming van hetgeen in 2.3.4. van de tussenuitspraak is overwogen akoestisch onderzoek te doen ten behoeve van het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1" voor de woonwijk Moerkapelle-Oost en het plandeel toereikend te motiveren;

- met inachtneming van hetgeen in 2.6.7. en 2.6.8. van de tussenuitspraak is overwogen ten behoeve van het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1" ter plaatse van de Zuidplasstraat en de hoek Bredeweg/Zuidplasstraat de vereiste onderzoeken te doen en de bij het plandeel betrokken belangen van [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen af te wegen;

- dan wel het besluit van 16 juni 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zuidplas Noord" te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling. In het laatste geval dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden;

- de Afdeling de uitkomst mede te delen.

    Met betrekking tot de wijzigingsbevoegdheid in artikel 50, lid 50.22, van de planregels is geen aanleiding gezien dit gebrek te laten herstellen.

2.2.    De raad heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het rapport "Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Zuidplas-Noord in verband met Tussenuitspraak Raad van State Gemeente Zuidplas" van de Milieudienst Midden-Holland van 27 oktober 2011 en de notitie "Verkeerskundige analyse en uitwerking Zuidplasstraat, Moerkapelle-Oost, Gemeente Zuidplas" van Grontmij van 25 oktober 2011 doen opstellen.

2.3.    Met betrekking tot het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1" ten behoeve van de woonwijk Moerkapelle-Oost stelt de raad met verwijzing naar het rapport van de Milieudienst Midden-Holland dat de normering in de Wgh niet in de weg staat aan de realisering van het plandeel. De raad heeft zijn standpunten hierover neergelegd in het rapport "Aanvullend onderzoek bestemmingsplan Zuidplas Noord, naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State nr. 200905661/1/T1/R1" van 27 oktober 2011.

2.3.1.    Zoals de Afdeling heeft overwogen bij uitspraak van 10 augustus 2011 in zaaknr. 200907207/1/R1, is het met de huidige tekst van artikel 76 van de Wgh, mede gelezen de wetsgeschiedenis, mogelijk hogere grenswaarden vast te stellen na de vaststelling van het bestemmingsplan, maar voorafgaand aan de vaststelling van een uitwerkingsplan.

2.3.2.    Het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1" is voorzien in de geluidszones van de Middelweg, de Julianastraat en de Zuidplasstraat. In het rapport van de Milieudienst Midden-Holland van 27 oktober 2011 is berekend dat de geluidsbelasting vanwege de Zuidplasstraat en de Julianastraat op de gevel van de voorziene woningen in het uit te werken woongebied Moerkapelle-Oost de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet zal overschrijden. Verder is berekend dat de geluidsbelasting vanwege de Middelweg op de gevel van die woningen ten hoogste 58 dB zal bedragen. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. De Afdeling overweegt dat een eventueel bij het uitwerkingsplan vast te stellen hogere waarde van 58 dB de maximaal toegestane waarde van 63 dB als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Wgh niet te boven gaat. Het voorgaande in aanmerking genomen heeft de raad zich in zijn rapport van 27 oktober 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij de uitwerking ter plaatse van de voorziene woningen in Moerkapelle-Oost kan worden voldaan aan de normering in de Wgh. Dit geldt temeer, nu het voornemen bestaat de maximumsnelheid op de Middelweg ter hoogte van de woonwijk Moerkapelle-Oost te verlagen van 80 km per uur naar 30 km per uur en ten noorden van de woonwijk van 80 km per uur naar 60 km per uur. In het onderzoek van de Milieudienst Midden-Holland staat dat de geluidsbelasting vanwege de Middelweg op de gevel van de woningen in die woonwijk hierdoor ten hoogste 55 dB zal bedragen.

2.4.    Met betrekking tot het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1" ter plaatse van de Zuidplasstraat en de hoek Bredeweg/Zuidplasstraat stelt de raad in zijn rapport van 27 oktober 2011 onder verwijzing naar het rapport van de Milieudienst Midden-Holland dat de normering in de Wgh, gelet op de belangen van [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen, niet in de weg staat aan de realisering van dit plandeel.

2.4.1.    Berekend is dat de geluidsbelasting vanwege zowel de Zuidplasstraat als de Bredeweg op de gevel van woningen langs deze wegen toeneemt met maximaal 4,4 dB onderscheidenlijk 3,7 dB ten opzichte van de heersende waarde. De Afdeling overweegt dat ter plaatse van de bestreden plandelen de berekende toenames de maximaal toegestane verhoging in een reconstructiesituatie voor een weg als de Zuidplasstraat van 5 dB, als bedoeld in artikel 110g van de Wgh gelezen in samenhang met artikel 3.6 van het Reken- en meetvoorschrift 2006, voor een eventueel vast te stellen hogere waarde niet te boven gaan. [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat aan het rapport van de Milieudienst Midden-Holland zodanige gebreken kleven of dat het zodanige leemten in kennis bevat dat niet van de berekende geluidsbelastingen in dat rapport kan worden uitgegaan. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij de uitwerking ter plaatse van de woningen langs de Zuidplasstraat en de Bredeweg door het treffen van maatregelen kan worden voldaan aan de normering in de Wgh.

2.4.2.    De raad stelt verder dat uit de notitie van Grontmij volgt dat de beroepsgronden van [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen als vermeld in 2.6. tot en met 2.6.2. van de tussenuitspraak evenmin in de weg staan aan de verwezenlijking van het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1".

2.4.3.    In de notitie van Grontmij staat dat het verkeersaanbod als gevolg van de herinrichting van de Zuidplasstraat ongeveer 3.600 motorvoertuigen per etmaal zal bedragen. De raad stelt dat dit verkeersaanbod niet dusdanig is dat niet kan worden uitgegaan van de conclusie in het rapport "Ontwikkeling Zuidplaspolder, luchtkwaliteitstoets" van DHV van 10 december 2008 dat de concentraties zwevende deeltjes (PM10) en stikstofdioxide (NO2) na de planrealisering voldoen aan de daarvoor geldende grenswaarden. [appellant sub 3] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Hij heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat ter hoogte van zijn woning sprake zal zijn van ernstige stofhinder. Met betrekking tot de verkeersafwikkeling op de hoek Bredeweg/Zuidplasstraat is vermeld dat de methode Harders - een methode om de wachttijd op kruispunten zonder verkeerslichten te voorspellen - uitwijst dat de gemiddelde wachttijd in zowel de ochtend- als de avondspits korter is dan 15 seconden en dat dit met deze methode wordt gekwalificeerd als 'bijna geen wachttijd'. [appellant sub 3] heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen ernstige privacyvermindering zal zijn als gevolg van filevorming tot voor de woning van [appellant sub 3].

    Met betrekking tot de vrees van [appellant sub 3] en [Vakgarage] dat laden, lossen en kort parkeren bij zijn woning onderscheidenlijk haar bedrijf aan de zijde van de Zuidplasstraat worden bemoeilijkt, stelt de raad dat de bestaande in- en uitritten bij de woning en de garage met benzineverkooppunt gehandhaafd zullen blijven en dat de ruimte voor laden en lossen en het parkeren rond de garage zeker niet wordt beperkt. [appellant sub 3] en [Vakgarage] hebben hierop in hun zienswijzen instemmend gereageerd. Voor zover zij in hun zienswijzen stellen dat auto's op de stoep zullen moeten worden geparkeerd, wordt als volgt overwogen. De raad heeft een voorlopig wegontwerp overgelegd waarin de voorterreinen zijn bedoeld voor parkeren. In de notitie van Grontmij staat dat de diepte van de voorterreinen aan de zuidzijde van de Zuidplasstraat varieert van 3,75 m tot 7,5 m. Indien personenauto's in de lengte of onder een schuine hoek worden geparkeerd - zo volgt uit het indicatieve wegontwerp - dan wordt het voetpad niet geblokkeerd, ook niet op de gedeeltes van de Zuidplasstraat waar de voorterreinen 3,75 m diep zijn. Gelet hierop is niet aannemelijk dat het bestemmingsplan niet een uitwerking mogelijk maakt, waarbij laden, lossen en kort parkeren bij [appellant sub 3] en [Vakgarage] mogelijk zijn. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat parkeren op de voorterreinen niet samen zal gaan met de aanleg van een voetpad aan de zijde van de Zuidplasstraat waar de percelen van [appellant sub 3] en [Vakgarage] liggen.

    Wat betreft de weegbrug stelt de raad dat het wegontwerp niet toelaat dat deze wordt behouden en dat hij een doorslaggevend gewicht heeft toegekend aan de belangen bij de realisering van de Zuidplasstraat als ontsluitingsweg voor de woonwijk Moerkapelle-Oost. Uit hetgeen [appellant sub 3] en [Vakgarage] hebben aangevoerd volgt niet dat de raad tot een ander standpunt had moeten komen. Overigens kunnen [appellant sub 3] en [Vakgarage], voor zover zij vrezen voor inkomstenderving als gevolg van het wegvallen van de weegbrug, op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade indienen.

    In hetgeen [appellant sub 3] en [Vakgarage] hebben aangevoerd wordt geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat op de Zuidplasstraat geen verkeersonveilige situatie ontstaat door de combinatie van vrachtverkeer, fietsers en voetgangers. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat in de notitie van Grontmij staat dat suggestiestroken worden aangelegd, waardoor het autoverkeer ter bevordering van het comfort en de veiligheid voor langzaam verkeer op de Zuidplasstraat naar het midden van de rijbaan wordt gedwongen. Daarnaast is van belang de toelichting van de raad dat de Zuidplasstraat naar verwachting niet intensief zal worden gebruikt door langzaam verkeer, maar slechts door voetgangers en fietsers met herkomst of bestemming op de Zuidplasstraat of het bedrijventerrein.

2.4.4.    In de notitie van Grontmij van 25 oktober 2011 staat met betrekking tot de beroepsgronden van DANA International en anderen dat de ruimte tussen de gevel van haar bedrijfspand en het voetpad aan de zijde van de Zuidplasstraat in de huidige situatie 5,75 m bedraagt en dat deze afstand zal afnemen tot 4,75 m. Vermeld is dat het gebruik van de laad- en losdeuren aan de zijde van de Zuidplasstraat hierdoor slechts in geringe mate wordt beperkt. DANA International en anderen hebben het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Nu het hier geen intensief gebruikte looproute betreft heeft de raad in redelijkheid het overschrijden door voertuigen van die looproute voor laden en lossen aanvaardbaar kunnen achten. DANA International en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de laad- en losdeuren dusdanig intensief worden gebruikt dat dit desondanks leidt tot ernstige bezwaren. Met betrekking tot de laad- en losdeuren aan de kant van de Bredeweg stelt de raad dat het gebruik van de laad- en loskuilen aan de Bredeweg onveranderd mogelijk blijft en dat vrachtwagens - anders dan DANA International en anderen stellen - van beide kanten veilig kunnen aanrijden en op de Bredeweg achteruitstekend de loskuil kunnen inrijden. DANA International en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat desondanks het terrein slechts kan worden opgereden onder een dode hoek. Hetgeen DANA International en anderen voor het overige hebben aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het bestemmingsplan geen mogelijkheid biedt voor een uitwerking waarbij het ontstaan van ernstige verkeershinder vermeden kan worden.

    Met betrekking tot het betoog dat geen oplossing is geboden voor de noodzakelijke verplaatsing van het trafohuis dat van belang is voor de koeling van levensmiddelen, stelt de raad dat het trafohuis niet hoeft te worden verplaatst als gevolg van de herinrichting van de Zuidplasstraat. DANA International en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit standpunt onjuist is.

    Voorts is niet uitgesloten dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het perceel Bredeweg 29 nadelig wordt beïnvloed, omdat het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1" het mogelijk maakt dat de wegrand van de Zuidplasstraat wordt gesitueerd op 2 m afstand van de woning op dit perceel ten opzichte van een afstand van 6 m in de bestaande situatie. De wegrand van de Bredeweg kan worden gesitueerd op ongeveer 5 m afstand ten opzichte van een afstand van 10 m in de bestaande situatie. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het belang bij verbreding van de Zuidplasstraat dan aan het daarmee gepaard gaande nadeel voor de bewoners van het perceel Bredeweg 29. Hierbij is van belang dat in de notitie van Grontmij staat dat verbreding van de Zuidplasstraat noodzakelijk is om een vlotte en veilige afwikkeling van het autoverkeer en fietsverkeer op de Zuidplasstraat te waarborgen. Daarbij is in aanmerking genomen dat uit de notitie van Grontmij volgt dat de uit te werken bestemming niet uitsluit dat een wegprofiel mogelijk wordt gemaakt waarbij op de kortste afstand tot de woning een voetpad met daarnaast een fietspad wordt aangelegd en waarbij gemotoriseerd verkeer dientengevolge de woning op ruimere afstand zal passeren.

    Wat de eventueel nadelige invloed van het plandeel op de waarde van de woning op het perceel Bredeweg 29 betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plandeel aan de orde zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat artikel 6.1 en volgende van de Wro de mogelijkheid biedt aan belanghebbenden die schade lijden die redelijkerwijs niet te hunnen laste behoort te blijven, een tegemoetkoming toe te kennen.

    Voorts faalt het betoog dat het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1" niet uitvoerbaar is. Hiertoe wordt overwogen dat de raad heeft verklaard dat de gemeente zonodig binnen de planperiode de gronden van DANA International en anderen zal aankopen en, indien noodzakelijk, het middel van onteigening daartoe zal inzetten.

2.5.    De beroepen van [appellant sub 3], [Vakgarage] en DANA International en anderen zijn gezien de tussenuitspraak gegrond. Het beroep van [appellant sub 1] is gedeeltelijk gegrond. Het besluit van 16 juni 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan dient te worden vernietigd, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1" en "Verkeer - Uit te werken 1" alsmede de wijzigingsbevoegdheid in artikel 50, lid 50.22, van de planregels.

2.5.1.     In hetgeen [appellant sub 1] voor het overige heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

    Het beroep van [appellant sub 1] is voor het overige ongegrond.

2.6.    Gelet op hetgeen hiervoor in 2.3.1., 2.3.2., 2.4.1., 2.4.3. en 2.4.4. is overwogen ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover vernietigd, in stand blijven, met uitzondering van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 50, lid 50.22, van de planregels.

2.7.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant sub 1] en DANA International en anderen te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 3] en [Vakgarage] is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart de beroepen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DANA International B.V. en anderen, [appellanten sub 3] en de vennootschap onder firma [Vakgarage] geheel en het beroep van [appellant sub 1] gedeeltelijk gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle, thans: gemeente Zuidplas, van 16 juni 2009, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zuidplas Noord" voor zover het betreft:

a. het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken 1";

b. artikel 50, lid 50.22, van de planregels;

c. het plandeel met de bestemming "Verkeer - Uit te werken 1";

III.    bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit, voor zover vernietigd onder II.a. en II.c., in stand blijven;

IV.    verklaart het beroep van [appellant sub 1] voor het overige ongegrond;

V.    veroordeelt de raad van de gemeente Zuidplas in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten tot vergoeding ten aanzien van:

a. [appellant sub 1] tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

b. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DANA International B.V. en anderen tot een bedrag van € 805,00 (zegge: achthonderdvijf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VI.    gelast dat de raad van de gemeente Zuidplas aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

a. € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellant sub 1];

b. € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DANA International B.V. en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

c. € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellanten sub 3];

d. € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor de vennootschap onder firma [Vakgarage].

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Bechinka

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2012

371-646.