Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8072

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
201109389/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2011, kenmerk 2012-036, heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Herwijnen" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/5216
JOM 2012/715
JBO 2012/18 met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201109389/1/R2.

Datum uitspraak: 7 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Lingewaal,

en

de raad van de gemeente Lingewaal,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2011, kenmerk 2012-036, heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Herwijnen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 augustus 2011, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 23 september 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 januari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. M.A. Grapperhaus, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door M.A. Hommes-Folkerts, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door G.R.J. Perenboom, werkzaam bij Croonen Adviseurs, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan vervangt verscheidene voorheen geldende bestemmingsplannen en beoogt de bestemmingen ter plaatse te actualiseren. Het plan is met name gericht op het vastleggen van de bestaande situatie.

2.2. Het beroep richt zich tegen het plan voor zover dit bestemmingen toekent aan het landgoed Frissestyn, ten zuiden van Herwijnen, alsmede tegen het buiten de plangrenzen laten van een deel van dit landgoed.

Samenhang van het landgoed

2.3. [appellant] betoogt dat het plan het landgoed, anders dan het voorheen voor het landgoed geldende bestemmingsplan, ten onrechte opsplitst in drie delen. In dit verband voert hij aan dat het perceel met nummer U517 thans, anders dan onder het oude bestemmingsplan, buiten het plangebied valt. Voorts is voor de percelen U513 en U514, waarop de woningen Waaldijk 145 en 147 staan, de bestemming "Agrarische doeleinden met landschapswaarden", die voorheen voor het gehele landgoed gold, gewijzigd in "Wonen - 2". Aldus wordt volgens [appellant] geen recht gedaan aan de eenheid die het landgoed vormt. Feitelijk wordt volgens hem het in stand houden van het landgoed onmogelijk gemaakt. Het opsplitsen verdraagt zich niet met het provinciale en rijksbeleid, volgens welk landgoederen als geheel dienen te worden beschouwd en de eenheid en samenhang hiervan voorop dient te worden gesteld, aldus [appellant].

[appellant] voert aan dat het perceel U517, alsook de percelen U518 en U519, ten onrechte buiten het plangebied zijn gelaten, aangezien het perceel U517 bij het landgoed hoort, de percelen U518 en U519 bij woningen binnen het plangebied horen, en alle drie percelen historisch, functioneel, ruimtelijk en sociaal bij het buurtschap Kerkeneind horen en binnen de bebouwde kom daarvan zijn gelegen.

Voorts voert [appellant] aan dat de raad zich onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de specifieke situatie en het specifieke gebruik van de percelen met daarop de woningen Waaldijk 145 en 147 en het landgoed als geheel. Volgens hem gaat de woonbestemming die is toegekend aan de percelen ten koste van de agrarische activiteiten op het landgoed. Met de woonbestemming kan het landgoed onvoldoende worden gecontinueerd. Het feit dat op de percelen tevens wordt gewoond, rechtvaardigt de wijziging van de bestemming niet, aldus [appellant].

Verder heeft de raad volgens [appellant] niet gemotiveerd waarom het bouwvlak op deze percelen is gehalveerd ten opzichte van het vorige bestemmingsplan en waarom niet de gehele bestaande woning binnen het bouwvlak is opgenomen. De historische serre, die tot het oorspronkelijke ontwerp behoorde en onderdeel is van het hoofdgebouw, had volgens hem binnen het bouwvlak moeten worden opgenomen, mede omdat de serre binnen de woonbestemming ten koste gaat van het oppervlak aan bijgebouwen dat op het perceel kan worden geplaatst.

2.3.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het bestemmen van een deel van de gronden van het landgoed voor wonen, een deel als agrarisch en het deels buiten het plan laten van gronden van het landgoed, het behoud hiervan niet in de weg staat. De gronden zijn volgens de gemeentelijke systematiek elk voor zich bestemd en het perceel U517 zal worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied. De raad stelt dat het aanmerken van de gronden van [appellant] als landgoed op grond van de Natuurschoonwet los staat van hetgeen in verband met de ruimtelijke ordening dient te worden geregeld. Voorts stelt de raad dat geen concrete informatie is ontvangen waaruit blijkt dat een specifieke planologische regeling noodzakelijk is om het landgoed in stand te kunnen houden.

Inzake de begrenzing van het plangebied stelt de raad de in de provinciale streekplanuitwerking aangegeven zoekzones als uitgangspunt te hebben genomen. Op het niveau van het plangebied en de percelen is de grofmazige streekplanuitwerking ingevuld door een meer logische planbegrenzing door wegen en de winterdijk van de Waal, aldus de raad.

Inzake de woonbestemming die aan de percelen U513 en U514 is toegekend stelt de raad dat deze percelen gebruikt worden om te wonen en niet ten behoeve van bedrijfsmatige agrarische activiteiten. In dit conserverende plan is de toegekende bestemming dan ook juist, aldus de raad.

2.3.2. Niet is gebleken dat de raad bij de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan rekening heeft gehouden met de op het landgoed bestaande situatie, waarin volgens [appellant] de percelen met daarop de woningen Waaldijk 145 en 147 mede gebruikt worden voor agrarische activiteiten ten behoeve van het landgoed. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat geen nader onderzoek ter plaatse is uitgevoerd ten behoeve van de beslissing om de agrarische bestemming te wijzigen in een woonbestemming en dat de raad heeft gesteld mogelijk een andere afweging te hebben gemaakt als hij eerder had beschikt over het landbouwkundig rapport "Historische buitenplaats Herwijnen" van september 2011, opgesteld door Hans Rietveld Agrarisch Advies in opdracht van [appellant]. Voorts is ter zitting onweersproken gesteld dat de raad geen overleg met [appellant] heeft gevoerd ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging.

Verder is ter zitting gebleken dat de raad het buiten het bouwvlak laten van de uitbouw aan de zuidwestelijke zijde van de woning gelegen aan de Waaldijk 145, niet heeft gebaseerd op onderzoek naar de aard en omvang van deze uitbouw.

Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dit de bestemming "Wonen - 2" betreft die is toegekend aan de percelen met daarop de woningen Waaldijk 145 en 147, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluitonderdeel dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. De overige beroepsgronden ten aanzien van dit plandeel behoeven gelet hierop geen bespreking.

2.3.3. Gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening komt de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd met het recht. Zoals hiervoor is overwogen onder 2.3.2. is niet gebleken dat de raad bij de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan rekening heeft gehouden met de op het landgoed bestaande situatie. Ter zitting heeft [appellant] gesteld dat hij ten behoeve van zijn fruitteeltactiviteiten die plaatsvinden op het perceel U517 een tekort heeft aan opslagruimte, dat zou kunnen worden opgeheven met de onder het vorige plan bestaande bebouwingsmogelijkheden ter plaatse van de percelen met daarop de woningen Waaldijk 145 en147. Niet is gebleken dat de raad voldoende gegevens heeft vergaard omtrent het bestaan van een onderlinge ruimtelijke samenhang tussen de percelen met de woningen Waaldijk 145 en 147 enerzijds en het perceel U517 anderzijds en omtrent de belangen van [appellant] bij een bestemmingsplan dat het perceel U517 mede omvat.

Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluitonderdeel is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is in zoverre gegrond. De bestreden plangrens dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.3.4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd omtrent het ten onrechte niet bestemmen van het landgoed als een geheel met een specifieke landgoedbestemming en het ten onrechte buiten het plan laten van de percelen U518 en U519 ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is in zoverre ongegrond.

De dubbelbestemming "Waarde - Archeologie"

2.4. [appellant] stelt dat de toekenning van de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 1" en "Waarde - Archeologie 2" op de gronden van het landgoed niet in overeenstemming is met de feitelijke archeologische verwachtingen op de gronden van dit landgoed. Deze verwachtingen zouden een dubbelbestemming van niet hoger dan "Waarde - Archeologie 3" rechtvaardigen, aldus [appellant].

2.4.1. De raad stelt, voor zover hier van belang, dat de gronden die behoren bij het landgoed aan welke de bestemming "Agrarisch met waarden" is toegekend met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1", in het rapport "Archeologische monumentenzorg in de gemeente Lingewaal" van 15 oktober 2008 (hierna: het archeologisch rapport) zijn aangegeven als "categorie 4, historische dorpskernen", voor welke de betrokken dubbelbestemming is bedoeld. De raad stelt verder dat de gronden die behoren bij het landgoed aan welke de bestemming "Agrarisch met waarden" is toegekend met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", in het archeologisch rapport zijn aangegeven als "categorie 8, middelmatige archeologische verwachting". De raad stelt dat hiervoor de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3" is bedoeld en dat de toegekende dubbelbestemming daarmee niet in overeenstemming is.

2.4.2. De raad heeft zich ten aanzien van de dubbelbestemming van de gronden welke behoren bij het landgoed en die de bestemming "Agrarisch met waarden" hebben met tevens de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", op een ander standpunt gesteld dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven. Voorts is ter zitting door [appellant] aangevoerd dat zware grondwerkzaamheden zijn uitgevoerd ten behoeve van de ophoging van de Waaldijk en het riool ter plaatse van de gronden van het landgoed met de bestemming "Agrarisch met waarden". Bij die grondwerkzaamheden is, zo stelt [appellant], niet gebleken van archeologische vondsten. Volgens hem heeft derhalve het archeologisch rapport een onjuiste archeologische verwachting aan deze gronden gegeven. Dit is door de raad niet weersproken.

Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 1" en "Waarde - Archeologie 2" ter plaatse van het landgoed voor zover dit de bestemming "Agrarisch met waarden" heeft, niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluitonderdeel dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Lingewaal van 30 juni 2011, kenmerk 2012-036, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kern Herwijnen", voor zover het betreft

1. het plandeel dat de bestemming "Wonen - 2" heeft toegekend aan de percelen met de nummers U513 en U514 waarop de woningen Waaldijk 145 en 147 staan;

2. de plangrens voor zover deze is gelegen tussen de Peperstraat en perceel U517;

3. de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 1" en "Waarde - Archeologie 2" die zijn toegekend aan de percelen van het landgoed voor zover deze tevens de bestemming "Agrarisch met waarden" hebben;

III. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Lingewaal tot vergoeding van bij R.E. [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.480,31 (zegge: veertienhonderdtachtig euro en eenendertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Lingewaal aan R.E. [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Kuipers

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2012

271-723.