Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8061

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
201200385/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmeloord - De Deel, Stadshart" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201200385/2/R2.

Datum uitspraak: 2 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1] en anderen, allen wonend te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

2. Astore CIT, gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, en anderen,

3. de vereniging Vereniging van Eigenaars van Residence de Deel, gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, en anderen,

4. de vereniging Vereniging Bedrijven Actief Noordoostpolder, gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

verzoekers,

en

1. de raad van de gemeente Noordoostpolder,

2. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmeloord - De Deel, Stadshart" vastgesteld.

Bij besluit van 17 november 2011 heeft het college aan de gemeente Noordoostpolder omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een kantoor en het aanleggen van een inrit ter plaatse van de Deel 22 te Emmeloord.

Bij besluit van 17 november 2011 heeft het college aan Emmeloord Centrum C.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van nieuwe centrumvoorzieningen en het brandveilig gebruiken van een hotel ter plaatse van de Deel te Emmeloord.

Tegen deze besluiten hebben onder meer [verzoeker sub 1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2012, Astore CIT en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2012, de VvE en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 januari 2012, en BAN bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 januari 2012, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2012, hebben [verzoeker sub 1] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2012, hebben Astore CIT en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 februari 2012, hebben VvE en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft BAN de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 17 februari 2012, waar [verzoeker sub 1] en anderen, in de persoon van [verzoeker sub 1], Astore CIT en anderen, vertegenwoordigd door drs. G.J.A. Sluiskes, de VvE en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker sub 1], en BAN, vertegenwoordigd door H. Buch, bijgestaan door mr. M.H.P. Bullens, advocaat te Enschede, zijn verschenen.

Voorts zijn daar als partij gehoord de raad en het college, beide vertegenwoordigd door mr. E.A. Minderhoud, advocaat te Amsterdam, en Emmeloord Centrum C.V., vertegenwoordigd door J.L.W.M. de Jong.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De besluiten van 10 november 2011 en 17 november 2011 zijn op grond van artikel 3.30, eerste lid, onder b, en artikel 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt.

2.3. Met hun verzoeken beogen [verzoeker sub 1] en anderen, Astore CIT en anderen, de VvE en anderen en BAN met name te voorkomen dat wordt begonnen met de bouwwerkzaamheden ter plaatse. Voorts beogen Astore CIT en anderen en BAN te voorkomen dat wordt begonnen met de werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het terrein. [verzoeker sub 1] en anderen beogen voorts te voorkomen dat de Koningin Julianastraat als 30 km-zone zal worden ingericht.

2.4. Ten aanzien van de bouwwerkzaamheden heeft de projectontwikkelaar Emmeloord Centrum C.V. ter zitting toegezegd dat met de bouwwerkzaamheden zal worden gewacht tot op de beroepschriften in de bodemprocedure is beslist. Hierbij heeft zij tevens te kennen gegeven dat de gemeente op grond van de gesloten overeenkomst niet gehouden is de gronden binnen het plangebied aan Emmeloord Centrum C.V. over te dragen voordat het plan in rechte onaantastbaar is. In zoverre is naar het oordeel van de voorzitter met de verzoeken dan ook geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.

2.5. Ten aanzien van de werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het terrein hebben Astore CIT en anderen en BAN naar voren gebracht dat hierdoor het bestaande parkeerterrein op de Deel niet meer voor winkelend publiek beschikbaar zal zijn. De raad heeft ter zitting bevestigd dat dit tot gevolg zal hebben dat het publiek moet gaan gebruikmaken van andere, minder gunstig gelegen parkeervoorzieningen. Niet in geschil is dat dit in de meeste gevallen het zogenoemde Paardemarkt-parkeerterrein zal zijn. Hoewel niet is uitgesloten dat deze verandering negatieve gevolgen kan hebben voor de winkeliers aan de westelijke zijde van het bestaande centrumgebied, is de voorzitter van oordeel dat mede gezien de korte afstand tussen het Paardemarkt-parkeerterrein en het centrumgebied, de eventuele aantasting van de belangen van de desbetreffende winkeliers niet kan worden aangemerkt als een spoedeisend belang dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.

2.6. Wat betreft het betoog van [verzoeker sub 1] en anderen over de inrichting van een 30 km-zone overweegt de voorzitter dat met de schorsing van het bestemmingsplan niet kan worden bereikt dat de feitelijke situatie ter plaatse van de Koningin Julianastraat niet op basis van een verkeersbesluit kan worden heringericht. Gelet hierop is met het verzoek van [verzoeker sub 1] en anderen ook in zoverre geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.

2.7. Gelet op het vorenstaande dienen de verzoeken te worden afgewezen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Kuggeleijn-Jansen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2012

545.