Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8056

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
201108807/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Varsseveld 2010" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201108807/1/R2.

Datum uitspraak: 7 maart 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek,

appellant,

en

de raad van de gemeente Oude IJsselstreek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Varsseveld 2010" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 augustus 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 februari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. N.P. Aanen-Mackintosh, en de raad, vertegenwoordigd door G.T. ten Brinke en drs. E.A. Duijnstée, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet onder meer in de bestemming "Bedrijventerrein" voor het gebied Hofskamp-Oost.

Ontvankelijkheid

2.1.1. [appellant] heeft geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht.

Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, regels of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden.

Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen zienswijze naar voren heeft gebracht. Deze omstandigheid doet zich niet voor. Weliswaar heeft de raad het plan gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerpplan door het opnemen van een maximumoppervlakte voor bouwpercelen met de bestemming "Bedrijventerrein" en het opnemen van een mogelijkheid daar van af te wijken, maar gesteld noch gebleken is dat [appellant] daardoor in een nadeliger positie is gebracht. Daartoe is van belang dat het ontwerpplan niet voorzag in een begrenzing van de oppervlakte van bouwpercelen. De in het voorliggende plan opgenomen begrenzing van de oppervlakte van bouwpercelen en de voorwaarden waaronder uitbreiding van de oppervlakte bij omgevingsvergunning kan worden toegestaan, bieden dan ook meer bescherming dan de regeling in het ontwerpplan. Volgens de raad valt een biovergistingsinstallatie binnen milieucategorie 3.2. [appellant] heeft dit niet weersproken. Zowel in het ontwerpplan als in het voorliggende plan zijn op het bedrijventerrein bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan. Derhalve is [appellant] hierdoor evenmin in een nadeliger positie gebracht.

Ter zitting heeft [appellant] aangevoerd dat haar beroep tevens is gericht tegen de gewijzigde vaststelling van het plan, voor zover daarbij een grotere hoogte voor silo's is toegestaan. [appellant] heeft deze grond niet opgenomen in haar beroepschrift. Nu [appellant] dit eerst ter zitting heeft aangevoerd, dient het met het oog op een goede procesorde buiten beschouwing te worden gelaten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [appellant] geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan van haar redelijkerwijs niet kon worden verlangd dat zij dit punt eerder naar voren had gebracht.

Deze beroepsgrond kan derhalve niet bij de beoordeling van het bestreden besluit worden betrokken.

2.2. Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant]

niet-ontvankelijk.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2012

458-726.