Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV8030

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
201105839/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Wouwseweg e.o." vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105839/2/R3.

Datum uitspraak: 28 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Holonite B.V., gevestigd te Tholen,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Bergen op Zoom,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Wouwseweg e.o." vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer Holonite bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2012, heeft Holonite de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 februari 2012, waar Holonite, vertegenwoordigd door [directeur], bijgestaan door mr. M.P. Wolf, advocaat te Breda, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.E.C. Mutsaers, mr. J. van den Berg en ir. J.J.A. van Mierlo, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van Holonite betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf (B)" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3" voor het perceel Industrieweg 1 te Halsteren.

Holonite voert aan dat haar bedrijf ten onrechte is aangemerkt als categorie 3.2 bedrijf met een richtafstand van 50 m in plaats van een categorie 4.1 bedrijf, waarvoor een richtafstand van 100 m geldt. De categorie-indeling is volgens haar van belang vanwege een nog te nemen besluit op het door haar gemaakte bezwaar tegen een inmiddels verleende omgevingsvergunning voor bouwen en gebruiken voor een supermarkt op 60 m afstand van haar perceel, net buiten het plangebied.

Met haar verzoek beoogt Holonite te voorkomen dat de lagere categorie-indeling van invloed is op het besluit op bezwaar en dat de omgevingsvergunning voor bouwen en gebruiken in rechte onaantastbaar wordt.

2.3. Ter zitting heeft de raad bevestigt dat in het voorheen geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein Wouwseweg" aan het perceel de bestemming "Bedrijventerrein" met de aanduiding "kategorie 4" was toegekend.

In dit plan is aan het perceel de bestemming "Bedrijf (B)" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3" toegekend.

2.4. De voorzitter stelt allereerst vast dat Holonite het plandeel met de bestemming "Bedrijf (B)" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3" voor haar perceel in de zienswijze tegen het ontwerpplan niet heeft bestreden, maar in die zienswijze uitdrukkelijk is uitgegaan van categorie 3.2. Gelet hierop bestaat gerede twijfel over de ontvankelijkheid van het beroep van Holonite, voor zover dat is gericht tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijf (B)" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3".

2.5. De voorzitter overweegt voorts dat Holonite in het voorheen geldende plan weliswaar was ingedeeld als categorie 4 bedrijf, maar dat ter zitting duidelijk is geworden dat voor het toekennen van categorie 3.2 in dit plan de vergunde activiteiten uit de op 12 februari 2009 verleende milieuvergunning als uitgangspunt zijn genomen. Volgens de aanvraag die tot de vergunning heeft geleid en de correspondentie daarover is Holonite van mening dat haar bedrijfsactiviteiten niet overeenkomen met die van de kunststofverwerkende industrie, zijnde een categorie 4 bedrijf. Gelet hierop is, naar het voorlopig oordeel van de voorzitter, de indeling van Holonite als categorie 3.2 bedrijf in ruimtelijk opzicht niet onaanvaardbaar.

2.6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te willigen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2012

350-662.