Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6583

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201200357/1/A4, 201200360/1/A4, 201200361/1/A4, 201200362/1/A4 en 201200363/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 1 juli 2011 heeft het college aan de Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse Vissersbond IJsselmeer U.A. (hierna: de Vissersbond), [belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C] en [belanghebbende D] vergunningen als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het beroepsmatig uitoefenen van visserijactiviteiten in het IJsselmeer voor de periode tot 1 juli 2012.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201200357/1/A4, 201200360/1/A4, 201200361/1/A4, 201200362/1/A4 en 201200363/1/A4.

Datum uitspraak: 17 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Sportvisserij Nederland, gevestigd te Amersfoort,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 1 juli 2011 heeft het college aan de Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse Vissersbond IJsselmeer U.A. (hierna: de Vissersbond), [belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C] en [belanghebbende D] vergunningen als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het beroepsmatig uitoefenen van visserijactiviteiten in het IJsselmeer voor de periode tot 1 juli 2012.

Tegen deze besluiten heeft Sportvisserij Nederland bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 januari 2012, heeft Sportvisserij Nederland de voorzitter verzocht om met betrekking tot de besluiten van 1 juli 2011 een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 31 januari 2012 heeft het college beslist op het door Sportvisserij Nederland gemaakte bezwaar.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2012, heeft Sportvisserij Nederland hiertegen beroep ingesteld.

Bij afzonderlijke brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2012, heeft Sportvisserij Nederland de voorzitter verzocht de verzoeken om een voorlopige voorziening met betrekking tot de besluiten van 1 juli 2011 te behandelen als een verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot het besluit van 31 januari 2012.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 februari 2012, waar Sportvisserij Nederland, vertegenwoordigd door mr. F.J. Boonstra, J. Quak en ir. L. Hoogenstein, en het college, vertegenwoordigd door H. Denters, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting de Vissersbond, vertegenwoordigd door ing. D.J.T. Berends, en [belanghebbende D], vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Zoals ook ter zitting is medegedeeld, worden de oorspronkelijke verzoeken om een voorlopige voorziening met betrekking tot de besluiten van 1 juli 2011 thans behandeld als een verzoek om een voorlopige voorziening met betrekking tot het inmiddels genomen besluit op bezwaar van 31 januari 2012.

2.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting begrijpt de voorzitter dat de op 1 juli 2011 aan [belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C] en [belanghebbende D] verleende vergunningen inmiddels zijn ingetrokken omdat zij zijn toegetreden tot de Vissersbond, zodat thans uitsluitend de vraag voorligt of een voorlopige voorziening getroffen dient te worden met betrekking tot de vergunning van de Vissersbond, zoals deze geldt na het besluit van 31 januari 2012.

2.4. Sportvisserij Nederland vreest dat het gebruik van de vergunning door de Vissersbond onomkeerbare gevolgen zal hebben voor het Natura 2000-gebied IJsselmeer. Volgens Sportvisserij Nederland dragen de vergunde visserijactiviteiten bij aan een onverantwoord lage visstand, hetgeen directe gevolgen heeft voor de visetende vogels in het gebied. Ook leiden de vergunde visserijactiviteiten tot onbedoelde bijvangst van watervogels, waardoor de vogelstand nog verder daalt, aldus Sportvisserij Nederland.

2.4.1. De voorzitter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningsprocedure zich niet leent voor een diepgaande beoordeling van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht over de gevolgen van de vergunde visserijactiviteiten voor het Natura 2000-gebied IJsselmeer. Die beoordeling zal plaats moeten vinden in het kader van de bodemprocedure. Voor zover Sportvisserij Nederland vreest dat in de uitspraak in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat zij geen belang meer heeft bij haar beroep, indien de vergunning van de Vissersbond op dat moment is geëxpireerd, overweegt de voorzitter, onder verwijzing naar de uitspraak van 2 maart 2005 in zaak nr.